Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 1

Dag 7 : Ontmoeting op de route

We stonden op in Cluny. Voor de vierde keer al gingen we pas naar de receptie op de camping nadat we er al geslapen hadden. Dan moeten we maar wat later open zijn. Deze sloot zelfs al om 7 uur s avonds.

De route ging vanaf het redelijk grote stadje Cluny binnendoor naar een heel klein dorpje. In de routebeschrijving stond dat we ergens linksaf moesten in of na het dorpje. Het was er erg steil, ongeveer 8%. Toen we boven waren, uit het dorpje bleek dat de routebeschrijving niet helemaal klopte, we waren ergens verkeerd gereden. Waarschijnlijk waren de gele bordjes bedoeld voor het wegverkeer en hadden ze in dat dorpje nog geen gewone blauwe borden die de richting aangaven. We reden meer dan een kwartier rond voordat we weer op de goede route zaten.

In een klein epicerie-tje kochten we nog wat meer eten omdat we nog niet echt goed hadden ontbeten. Ze hadden er geen zonnebrandcrme. Dat was toch onderhand wel nodig. Bram zn armen waren al helemaal rood, en zn gezicht ook. Zn handen waren ook dikker, maar t ergste was nog wel zn gezicht. Zn voorhoofd was een centimeter dikker geworden en zn neus twee keer zo breed en zn ogen zaten bijna helemaal dicht. Hij leek net the elephant man. Wat het precies was wisten we niet, maar t zou wel van de zon komen.

Nadat we weer eventjes hadden gefietst na het eten hoorden we opeens achter ons honderd cols!. Het bleek een vader te zijn die met zn zoontje van 11 jaar op fietsvakantie was. We praatten wat en het bleek dat hij, Dirk heette hij als ik het goed heb, al twee keer de honderd cols tocht had gefietst. We vroegen wat hij dan nu aan het doen was. Toen bleek tot onze verbazing dat hij nu samen met zn zoontje van 11 de 100 cols tocht aan het fietsen was. Ze waren een paar dagen voor ons in Saverne gestart. Dan zouden we niet meer de jongste zijn die de 100 cols tocht uit zouden fietsen.

Het was die dag eindelijk goed weer, en we fietsen met zn vieren rustig over de route. Dirk vond onze fietsen niet echt geschikt om de 100 cols tocht mee te fietsen. De Pyreneen zouden we er nooit mee overleven, en ze waren ook veel te zwaar. Zelf hadden ze lichte aluminium fietsen met weinig bepakking. Toen Bram vertelde dat hij met zn fiets al drie keer of fietsvakantie was geweest en vorig jaar de Mont Ventoux op had gefietst met nog meer bepakking met die fiets verbaasde dat hen wel. Maar wij waren nog meer verbaasd toen hij vertelde dat zijn zoontje Mishka vorig jaar als jongste ooit de Mont Ventoux van 3 kanten op n dag had beklommen.

Bovenop een berg bij een dorpje namen we voorlopig afscheid. Ze gingen boodschappen doen. Waarschijnlijk was de reden dat ze boodschappen gingen doen niet dat ze eten nodig hadden maar leek het Dirk niet zon goed idee om met ons mee af te dalen.

Drie beklimmingen later waren we in een dorpje. In een epicerie-tje hadden we boodschappen gedaan toen we ze weer aan zagen komen. Ze hadden voor ons ieder een appel en een banaan gekocht, want ze dachten dat ze ons nog wel tegen zouden komen. Wij hadden al voor ieder een meloen en wat broodjes, dus dan hadden we genoeg te eten.

We maakten nog een foto van Bram en mij met Mishka. Die foto moeten we nog een keer vragen aan hen. Dirk vroeg waar we gingen eten. Ik wees naar een muurtje en ik zei dat we daar gingen eten. Dat begreep hij volgens mij niet helemaal. Ze fietsen een stukje verder om te kijken of er in het dorpje wat te eten was, wat ik niet snapte, want ze stonden langs een winkeltje.

Nadat we gegeten hadden en verder fietsten door het dorpje zagen we ze zitten bij een restaurantje. Nu begreep ik ook waarom ze niet begrepen dat wij op dat muurtje gingen zitten eten, en waarom ik niet begreep dat ze eten gingen zoeken terwijl ze langs een winkel stonden.

Na de ontmoeting fietsen we een tijdje flink door. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat we ingehaald worden door een 11-jarige. Eigenlijk mocht ik helemaal niet in t verhaal zetten van Bram dat Mishka pas 11 was, want dan zou iedereen denken dat de tocht veel te makkelijk is, wat absoluut niet zo is. Waarschijnlijk zouden ze nu twee weken fietsen, en dan in de zomer de tocht afmaken, net zoals wij van plan waren.

Het was goed heet, en de elephant man en ik fietsten nog wel 10 cols over die dag. Het lukte ons ook nog om ergens zonnebrand te kopen, maar in die apotheek moesten we wel een half uur wachten voordat we af konden rekenen.

Omdat het de volgende dag zondag zou zijn kochten we bij een bakkertje een extra groot brood. Het was een goss pain, van een halve meter lang en 20 cm dik en 30 cm breed. Dat zou wel genoeg moeten zijn voor de volgende dag. In het dorpje deden we ook nog boodschappen in een ander klein winkeltje.

Er was n of ander feest in het dorpje. Er stond een kermis die bestond uit een draaimolen met wel vier wagentjes er op, een suikerspinnenkraam en een popcorntentje. In het dorpje, dat bovenop een berg in de middle of nowhere lag, was ook n cafeetje. Daar zat alle jeugd. Een jongen riep naar ons of we ook naar binnen wilden komen, maar we waren aan t eten en hij was kei zat dus we zeiden maar dat we dat niet wilden. Later kwamen ze nog vragen hoever we fietsten en waar we vandaan kwamen. Toen begonnen ze iets te doen wat alleen in Frankrijk kan. Er was dus een dorpsfeest, maar je zag niemand rondlopen. Ze gingen allemaal in een auto zitten, in de achterbak, en dan rondrijden en claxonneren. Er waren zo ongeveer drie groepjes met jongeren in autos. Verder was er in het dorpje weinig te doen.

Het was zaterdagmiddag, dus alle postkantoren en gemeentehuizen waren dicht. We konden dus nergens een stempel krijgen waar de datum op stond. Toen moesten we al weer voor de vijfde keer in de vakantie 20 euro ergens pinnen om een bonnetje te krijgen waar de datum en de plaats opstaan. Uiteindelijk heeft ons stempelboekjes evenveel bonnetjes als stempels.

Er kwam een heel lange klim, maar het voordeel was wel dat we daarna lekker konden afdalen voor een kilometer of 20. In de klim had een zwarte Ferrari ons ingehaald. Toen we aan het afdalen waren, over een van de drukkere wegen van heel de 100 cols tocht kwam die nog een keer voorbij, terwijl hij veel gas gaf. Op een gegeven moment werd Bram ingehaald door een busje. Op dat zelfde moment kwam die Ferrari om de bocht vliegen, terwijl hij vol gas gaf. Hij moest flink remmen, en zn achterkant slipte een heel end weg. Ze reden net niet tegen elkaar op, dat was van de ene kant wel jammer want die vent in die Ferrari had nog nooit gefietst en veel te veel geld.

In Feurs was een camping, er was er ook n 20 kilometer verderop. We gingen uitzoeken wat we met de rest van de dagen zouden doen. We hadden namelijk nog 4 dagen vakantie over. Maar er was een treinstation langs de route na 1 dag fietsen, n na 1,5 dag fietsen en n na 3 dagen fietsen. Uiteindelijk hebben we besloten om nog 1 dag door te fietsen, zodat we in 1 dag met de trein naar huis zouden kunnen gaan. Als we nog 1,5 dag door hadden gefietst hadden we er zeker meer dan een dag over gedaan om thuis te komen en zouden we voor die 50 km extra ergens een hele nacht op een station moeten slapen. Daardoor had het ook geen zin meer om nu nog 20 km naar de volgende camping te fietsen, dus gingen we in Feurs op de camping staan. Toen we net aan wilden fietsen om de camping te zoeken stopte er een auto. Er zaten vier fransen in. Ze vroegen ons de weg naar de dichtstbijzijnde slager. Na tien seconden zag iemand die achterin zat pas dat we op fietsvakantie waren en dus waarschijnlijk niet wisten waar die zat. We hadden zo weinig baggage bij om als fietsvakantiemensen herkend te worden dat zoiets een andere dag nog een keer gebeurde. De camping in Feurs was natuurlijk al weer dicht toen we er aankwamen.

Afstand : 134.78km