Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 1

Dag 8 : Warme laatste dag

Dit was alweer de laatste dag, maar het zou zeker goed weer worden. Het enige nadeel zou zijn dat het zondag was, dus alle winkels waren gesloten. ’s Ochtends was het al warm. Voor vandaag stond de “col de la Homme Mort” ofwel de ‘col van de dode man’ op het programma. Eerst konden we nog 20 kilometer over een van de weinige vlakke wegen van de route fietsen, maar daarna begon hij echt. Het was ongeveer 800 meter hoogteverschil in 16 km. Het was ‘s ochtend als warm, en het was een zware beklimming. Mijn fietszadel was versleten, het was een gelzadel met een scheur er in, en ik moest nog een paar keer stoppen om hem te verstellen zodat ik nog normaal door kon fietsen.

Col de Homme Mort in de ochtend
Col de Homme Mort in de ochtend

De zon had de wolken nog niet verdreven.
De zon had de wolken nog niet verdreven.



Bram’s elephantman-look was op dat moment op z’n hoogtepunt. Maar uiteindelijk kwamen we toch over die berg heen. Daarna was het nog niet gedaan met de pret, want na die col met een index van 3.5 kwamen er nog een col met index 1.9 , 1.1 , 0.8 en weer 1.6.

Het was ’s zondags en heet, dus we wilden veel drinken maar het was nergens te koop. Een bergstroompje bracht weer verlossing. Na een hele mooie afdaling van de berg die na de col de Homme Mort kwam zaten we in een soort vallei. De klim die daar weer uitging was echt eindeloos lang. Hij was niet echt steil, maar na anderhalf uur waren we nog niet boven en was er nog geen zicht op de top. Uiteindelijk kwamen in één of ander toeristisch dorpje aan dat “la Chaise Dieu “ heette. Vanaf daar leek er een afdaling te beginnen. Voordat we daaraan konden beginnen kregen we eerst nog een korte regenbui met grote koude druppels over ons heen. Na 2 kilometer hield die afdaling ook al weer op en konden we weer vals plat omhoog.

Vanaf daar zagen we veel roofvogels langs de weg zitten. Het leek meer op ‘Lord of the Rings’, waarin die kwaadaardige roofvogels boodschappers zijn van Mordor, die ons op onze lijdensweg in de gaten hielden. Toen we eindelijk weer een top van de laatste col hadden bereikt was het nog steeds 25 km tot Brioude, het laatste dorpje van onze tocht. Vanaf daar zouden we dan de volgende dag de trein pakken.

Die 25 km was één lange afdaling, dat was wel een mooie afsluiting. We hebben hier nog wat foto’s van gemaakt:

Verderop ligt de Puy Marie
Verderop ligt de Puy Marie

Het regent in de verte
Het regent in de verte

Het was nog 23 graden, maar het ziet er zo kouder uit
Het was nog 23 graden, maar het ziet er zo kouder uit






Het enige wat niet leuk was aan de afdaling, en aan elke andere afdaling van de vakantie, waren de vliegen die je in je oog kreeg. Je hebt die in allerlei soorten en maten. Er zijn kleine vliegjes, die je meteen vermorzeld als je een keer door je oog wrijft. Dan heb je nog de grotere, die je er moet uit zien te werken voordat ze echt in je oog zitten. Verder zijn er ook hele kleine vliegjes die een soort zuur in je oog spuiten als ze er in komen, die zijn helemaal niet fijn. Ook zijn er die van die langwerpige vleugels hebben, maar die niet zo hard zijn, die kun je ook wel vermorzelen,maar dan zitten ze ook nog half aan je vinger. De vliegen die het meest pijn doen zijn de gewone vliegen die hard zijn en die met een vaartje van 50 km per uur in de afdaling tegen je verbrande neus aanvliegen.

Omdat het zondag was hadden we weinig gegeten de hele dag, alleen maar dat ene grote brood, verder niks tussendoor dan een rol Prince koeken. Ik zei dat ik hoopte dat er in Brioude een frietkraam zou staan. Dat was natuurlijk niet echt reëel aangezien we in de vorige fietsvakantie en deze bij elkaar nog geen friettent hadden gezien in Frankrijk.

Aan het einde van de afdaling was het nog twee kilometer vlak. Daarna waren we in Brioude. Er was een kermis, en het onmogelijke was waar, er stond een frietkraam. We bestelden dus twee grote friet, maar die werd niet echt professioneel gebakken. Hij was al voorgebakken, maar die vent warmde ‘m alleen twee minuten op in veel te koude olie, waardoor je eigenlijk een bak met slappe vette aardappels aan ’t eten was, maar er zat toch een hoop energie in die we wel nodig hadden.

De camping hadden we ook weer redelijk snel gevonden. Deze keer was de receptie ook alweer niet open, maar de campingbaas was het gras aan ’t maaien, dus we konden toch een keer betalen voordat we op de camping gingen staan. Het was een van de weinige fransen die engels sprak. Andere fransen spreken wel engels, maar mijn frans was meestal beter dan hun engels, dus zodra ze in ’t engels begonnen moet je gewoon doorpraten in ’t frans, anders gaan ze in ’t engels veder en dan zijn ze helemaal niet meer te begrijpen.

We hadden elke dag nog gedouched, behalve toen we met muntjes moesten douchen die we niet konden kopen, dus deze keer gingen we ook weer douchen. We kwamen wel van een koude kermis thuis, want het warme water werd na een bepaalde tijd afgesloten. Het water was niet meer helemaal ijskoud, maar net zo koud dat je je af kon spoelen zonder helemaal te bevriezen. Dat deden we dan ook maar snel. Het regende buiten. Dat heeft het de hele nacht nog een beetje gedaan.

Afstand : 142.37 km