Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 1

Dag 9 : Terugreis met de trein

De wekker had ik gezet op half 7. We stonden op en pakten zo snel mogelijk al onze spullen in. Het station was precies aan de andere kant van de stad als de camping. Het was nog wel vijf kilometer fietsen voordat we daar waren. In het centrum stond nergens aangegeven waar het station was, dus we reden wat rond. We hadden nog niks gegeten, maar we wilden niet naar een bakker gaan omdat we dan misschien net in die tijd die we daaraan kwijt zouden zijn de trein zouden missen.

Na een half uur vonden we pas een bordje waarop aangegeven stond waar het station was. We reden er snel heen, maar eerst nog even pinnen zodat we een bonnetje hadden om aan te tonen dat we in Brioude waren geweest.

We moesten de trein naar Clermond-Ferrand hebben. Die stond al op het punt om te vertrekken. We kochten snel kaartjes, ik frotte ze in het apparaat om ze te laten ‘valideren’ en we renden naar de trein om onze fiets er in te gooien. Dat ging allemaal net goed. Er was nog geen tijd verloren, we zaten in de vroegst mogelijke trein.

Bram z’n fiets was omgevallen. De conducteur stond er bij. De conducteur ging in ’t frans aan Bram uitleggen dat hij z’n fiets vast moest zetten. Maar Bram snapte d’r niks van. Die conducteur was wel een grappig ventje.. Ik lag dubbel van het lachen om dat gesprek tussen Bram en die conducteur te zien, maar na een tijdje moest ik er bij komen om te vertalen. Hij ging uitbeelden dat je met en stuk touw die fiets vast moest knopen aan de tein, zodat ie niet om kon vallen. Ik zei dat ik geen touw had. Toen werd d’r uiteindelijk niks meer aan gedaan en kon die fiets zo blijven staan. Die conducteur zei nog tegen Bram dat hij en ik net Stan Laurel en Oliver Hardy waren. Maar als dat zo was dan was hij Charlie Chaplin, want hij was minstens net zo raar.

We zaten tegenover een ventje in de trein die ook dikke handen en een dik hoofd had, net als Bram een paar dagen geleden. Ik vroeg me af of hij ook een zonnesteek had gehad, maar dat leek me wel raar aangezien ie zo bleek was. Hij zal wel nooit fietsen.

Zonder veel moeilijkheden kwamen we aan in Clermond-Cerrand. Vanaf daar moesten we naar Parijs. Er ging een Thalys, dat is een snelle trein die maar een paar keer stopt, naar Parijs. We hoopten dat daar de fietsen in mee mochten. Ik ging naar een loket om een kaartje te kopen.

Ik vroeg aan die man voor twee kaartjes naar Parijs met de Thalys, dat ging wel. Toen zei ik dat de fietsen ook mee moesten. Hij begon een beetje moeilijk te kijken en te zuchten. Daarna ging ie wat in z’n computer inkloppen en in een dik boek bladeren om te kijken of dat wel mocht. Toen ie ’t aan z’n collega had gevraagd bleek dat dat kon.

Mooi, dan waren we klaar, dat was binnen vijf minuten geregeld. Maar toen vroeg ie waar we dan daarna heen gingen. Ik zei dat we naar Eindhoven gingen. Hij trok een beetje een raar gezicht, toen wilde hij weten hoe je dat spelt. Uiteindelijk vond ie in z’n computer Eindhoven en hij ging aan de slag om een rechtstreeks kaartje Parijs-Eindhoven te zoeken, waarbij de fietsen ook meekonden. In de eerste instantie kon hij het niet zo snel vinden. Hij vroeg of het percé vandaag moest. Ik zei ‘ja’, en hij zocht verder. Hij begon nu een beetje te zweten en steeds harder op z’n toetsenbord te tikken. Daarna ging hij zuchten en blazen, in het rond kijken naar z’n collega’s , nog een keer in z’n boek bladeren en daarna nog een keer in z’n computer. Dat duurde zo’n 10 minuten, waarna ie zei dat d’r vandaag geen trein meer ging van Parijs naar Eindhoven waar de fietsen mee mee konden.

Dat was helemaal niet raar, want je kunt niet eens rechtstreeks van Parijs naar Eindhoven, dat wist ik nog wel. Ik zei dat we er wel met de stoptrein zouden gaan, maar ik wist ’t franse woord daar niet voor, dus ik weet niet of ie ’t begrepen had. Hij ging nog een keer zoeken. Na weer tien minuten blazen zuchten en pieren zei ie weer dat dat niet ging, ook niet met een andere trein. Toen had ik ondertussen de tijd gehad om te bedenken hoe je in ’t frans moest zeggen dat dat niet erg is en dat we in Parijs wel zouden zien wat we deden.

Na 25 minuten had ik dan toch twee kaartjes Clermond-Ferrand – Parijs bemachtigd, met de fiets erbij. We moesten nog anderhalf uur wachten totdat die vertrok, dus gingen we inkopen doen. We kochten ieder twee flessen van twee liter Oasis als souvenir. Als ontbijt hadden we een pizza van de bakker.

De Thalys ging verder helemaal goed. Het duurde ongeveer 3,5 uur om half Frankrijk door te reizen. Er kwam nog een ventje met een karretje met koffie thee en broodjes voorbij, die allemaal veel te duur waren. Wij hoefden niks, want we hadden ieder een 2-literfles Oasis bij.

Nadat we een beetje uit hadden kunnen rusten in de trein kwamen we in Parijs aan. Voordat we op het station kwamen reden we al een paar andere stations voorbij. We kwamen aan op “Gare-Lyon”. Het was wel schrikken na een hele week over landweggetjes gefietst te hebben om ineens in zo’n krioelende hoop mensen terecht te komen. Het station was echt enorm groot en er waren minstens 30 perrons.

Er ging een Thalys van Parijs naar Brussel, die we hoopten te kunnen pakken. Ik hoopte alleen wel dat die Thalys dan ook vanaf ‘Gare-Lyon’ zou vertrekken, maar volgens Bram was dat wel logisch dat alle grote treinen en Thalys vanaf ‘t zelfde station zouden vertrekken.

Ik ging in de rij staan voor de loketten, die er ook een stuk of 40 waren, maar er waren er niet zo veel open. Na bijna een half uur wachten was ik aan de beurt. Ik vroeg een kaartje naar Brussel, met de fiets. Alweer zo’n verwarde blik achter het loket : “de fiets” . Je zag haar echt denken van “zou dat wel kunnen of niet” en “dit wordt lastig”. Eerst kreeg ik te horen dat je je fiets niet mee mocht nemen in de Thalys. “maar we zijn hier gekomen met de Thalys met de fiets’ . Toen bleek dat het traject Clermond-Ferrand - Parijs een uitzondering was. Dus geen Parijs-Bruxelles met de Thalys en de fiets.

Hoe kwamen we er dan? Die mensen achter het loket zijn nog nooit zelf met de trein gegaan, want ze zoeken alleen maar naar directe verbindingen. Na tien minuten zoeken kregen we te horen dat er geen trein van Parijs naar Brussel ging. Toen na wat overleg met collega’s kwam ze er achter dat we dan via een ander station zouden moeten gaan, met een stoptrein, waar wel fietsen in mee mogen. Na 25 minuten hadden we dan eindelijk een kaartje naar Lille, wat Bram al een half uur van tevoren wist dat we moesten hebben als we niet direct naar Brussel konden.

Dus de trein naar Lille, die vertrok over 50 minuten. Dat zou geen probleem moeten zijn, ware het niet dat die niet van ‘Gare-Lyon’ maar van ‘Gare-du-Nord’ vertrok, het grootste treinstation in heel Frankrijk. Hoe moesten we daar dan komen? Ik vroeg het het vrouwtje achter het treinloket en die zei dat we met de metro, met lijn D naar Gare-du-Nord konden. Ergens rechts kon je de kaartjes kopen.

We liepen die kant op, maar konden niks vinden. Een meisje achter het infoloket verwees ons al kletsend met haar collega’s naar onderen, de trap af. Het loket van de metro: “twee kaartjes tot Gare du Nord” , “dat is dan 3 euro” . “ok, kan de fiets ook mee”, weer die vreemde blik, “ja, als je ze door die toegangspoortjes krijgt”, “ow, dat gaat wel lukken“ .

De toegangspoortjes van de metro zijn een soort pneumatische schuifdeurtjes, die zodra je er door bent tien centimeter achter je weer dichtslaan met behoorlijk wat kracht. Bram zet z’n fiets op z’n achterwiel tegen het poortje aan. “klaar? “ , “ja, steek het kaartje er maar in” . Ik steek het kaartje in het apparaat en het hekje klapt open. Bram probeert z’n fiets er door te rijden, maar precies halverwege klapt het hekje al weer dicht.

Bram z’n fiets zit nu rechtop vast in een toegangspoortje voor de metro van Parijs. Hij kan hem er niet uittrekken want de poortjes zitten klemvast dicht. Met nog ongeveer veertig minuten te gaan voordat ergens aan de andere kant van Parijs onze trein vertrekt steek ik mijn kaartje in het apparaat om er voor te zorgen dat in ieder geval Bram en z’n fiets in het metrostation staan. Het hekje gaat weer 1/10e seconde open en klapt daarna weer dicht.

Dat was het dan, geen metrokaartjes meer en Bram z’n fiets zit klemvast rechtop in het toegangspoortje van de metro. Ik lig wel helemaal dubbel van het lachen, maar we hebben wel een probleem. Gelukkig komt er iemand ons te hulp die het hekje opent met een speciale sleutel. Bram z’n fiets is weer bevrijd. Hij staat nu met z’n fiets binnen het metrostation en ik d’r buiten. Ondertussen heeft het vrouwtje met de sleutel een hekje opengemaakt waar ik makkelijk door kan met de fiets. Bram z’n tassen staan nog aan de buitenkant van het station, en die wil ik door het toegangspoortje aan hem geven, wat makkelijk gaat. Ik wil er heen lopen, maar ik wordt teruggeroepen door de dame dat ik door haar grotere poortje moet gaan. Maar dat wil k niet want ik wil eerst Bram z’n tassen geven en dan m’n fiets door dat grotere poortje rijden. Ik draai om en kom terug, dan denk ik van ik kan geen twee tassen vasthouden en ondertussen mijn fiets door dat grote poortje rijden dus ik moet die eerst afgeven. Maar ze heeft niet door wat ik wil doen, en roept me weer terug, maar ik heb wel door dat we niet meer veel tijd hebben dus ik pak m’n fiets en die twee tassen en neem de omweg door het grotere poortje.

We zijn dan eindelijk in het metrostation beland. Hopelijk waren die toegangspoortje niet net zo smal als de ingang van de metro, of de uitgangspoortjes van de metro, anders hebben we een probleem. We hebben ondertussen al 10 van de 50 minuten verloren om het metrostation binnen te komen. We gaan op zoek naar lijn D.

Lijn D is één verdieping lager te vinden. Onze fietsen sjouwen we van de trap af en we proberen wijs te worden uit de borden en schema’s hoe het Parijse metrostelsel werkt. Maar aangezien we nog maar 40 minuten hebben is daar niet echt veel tijd voor. Lijn D blijkt te bestaan uit 4 verschillende perrons, perron 1, 2, 3 en 4. Wat het verschil daar tussen is kunnen we nergens ontdekken. We hebben geen tijd om te treuzelen, dus nemen we maar perron 1. Die is nog één verdieping lager, dus ondertussen zitten we al drie verdiepingen onder de grond.

We stappen in de eerstvolgende metro, er staat ergens iets van ‘Gare-du-Nord’ . Dat is dus een goed teken. Ik besluit toch maar aan iemand te vragen of die metro langs Gare-du-Nord gaat. Terwijl iedereen ons raar aankijkt omdat ze nog nooit een fiets in de metro hebben gezien schudden ze hun hoofd en hebben wij nog maar 30 minuten voordat onze trein ergens aan de andere kant van Parijs vertrekt. Lijnen 1 en 2 gaan linksom, en lijnen 3 en 4 rechtsom word ons verteld.

Dus we stappen uit de metro, rennen de trap op met onze fiets, rennen een andere trap weer af naar perron 3. Na vijf minuten wachten komt er een metro langs waar we in stappen. Voor zover we begrijpen is de tweede stop Gare-du-Nord, maar daar moeten we dan wel snel zijn. Het ritje duurt ongeveer een kwartier. Daarna springen we uit de metro. We moeten drie trappen omhoog om van het metrostation in het treinstation te komen. Dat doen we zo snel mogelijk, want 5 minuten later zou de trein al vertrekken. Daar staan we dan, op een station met 50 perrons. We hebben gelukkig snel het nummer van het perron waar onze trein vertrekt gevonden op de monitors. We springen op onze fiets om door de lange hal waar alle perrons aan zitten te sprinten. Staand op de pedalen zigzaggen we door de mensen die er lopen. We zijn al snel bij het goede perron. De trein is nog niet vertrokken, en we zijn blij dat we er eindelijk in zitten.

Na een rustig ritje komen we aan in Lille. Daar staan militairen met machinegeweren en politie op het station. Het is er zwaar beveiligd. Er staat een enorme rij voor de loketten, dus we proberen via de computers die er staan een kaartje te kopen. De helft van de computers is defect. Diegene die het wel doen hebben een touch-screen waar je met heel je gewicht op moet gaan hangen om een reactie te krijgen. Na een kwartier klooien krijgen we er een kaartje naar Brussel uit. Treinen naar Antwerpen of Luik rijden er volgens de kaartjescomputer niet. We gaan zitten en eten wat, en kijken op het bord van vertrekkende treinen. Daar blijkt dat er wel treinen naar Luik en Antwerpen rijden. Het heeft geen zin meer om onze kaartjes in te ruilen, want tegen de tijd dat we aan de beurt zijn bij de loketten zijn alle treinen die we zouden willen nemen al vertrokken.

Om van Lille naar Brussel te reizen moet je twee keer overstappen. Eerst moeten we er uit in Toucoing. Een klein stationnetje op de grens van Frankrijk en België. Daar wachten we 20 minuten. Het blijkt dat de trein waar we op wachten ook vanuit Lille vertrekt. Het was dus beter geweest om in Lille 20 minuten te wachten zodat we niet over zouden hoeven stappen, maar die kaarjescomputers blijken nog slechter te werken dan de mensen achter de loketten.

Op het station van Toucoing staat een bewaker met zijn hond. Het is een klein stationnetje, en er is helemaal niemand behalve Bram, ik en nog een andere man. Het is een beetje een nutteloze baan om daar bewaker te zijn zo lijkt het, en ik vraag me af of die hond niet gewoon helemaal tam is van het de hele dag uitlaten.

De trein vanuit Lille komt. Onze fietsen zetten we in het hok voorin de trein wat speciaal voor de fietsen is. De volgende halte is Gent. Vanuit daar kunnen we pas naar Brussel. Later heb ik thuis nog een kaartje van de Belgische spoorwegen opgezocht, en ’t lijkt net spaghetti, ze hebben het echt per provincie aangelegd zo lijkt het wel.

In de wagon zien we een fiets staan. Het is een oude R.I.H. met een canvas fietstas er aan. Echt zo’n stalen oude racefiets. Naast ons aan de andere kant van het gangpad zit een man in een boekje te lezen. Na een tijdje komt de conducteur de kaartjes knippen. Hij vraagt aan ons of dat onze fietsen zijn die in het hok staan. Ja, die zijn van ons. Hij vraagt waarom we geen kaartje hebben voor onze fietsen. Wij geven hem geen antwoord. Het was niet eens mogelijk om te kiezen om kaartjes te kopen voor je fiets met die kaartjescomputers in Lille. De fietsen kosten 5 euro per stuk om mee te nemen.

Dan vraagt de conducteur aan de man die naast ons aan de andere kant van het gangpad zit of dat zijn fiets is die in het halletje staat om in te stappen. Het blijkt een Engelsman te zijn, en het is inderdaad zijn fiets. Hij kijkt een beetje verbaasd als de conducteur hem in gebrekkig engels vraagt of hij een kaartje heeft voor zijn fiets. De man is een echte engelse gentleman, maar hij is wel een beetje geïrriteerd. Hij had twee keer gevraagd aan degene die achter het loket zat in Lille of hij geen kaartje voor zijn fiets moest hebben. Die had hem ervan verzekerd dat het niet hoefde. De conducteur was onvermurwbaar, en hij wil 5 euro hebben voor de fiets.

Wij zaten ondertussen te lachen om de kinderachtigheid en de onhandigheid van de conducteur, en dat er echt niks fatsoenlijk geregeld is met die treinen van Frankrijk naar België. De engelsman keek naar ons en zei dat ie het belachelijk vond. Hij heeft natuurlijk ook al minstens een uur staan wachten in Lille voordat hij aan de beurt was. Aangezien de conducteur toch bijna geen engels kon begonnen wij maar te vertellen aan de man dat er niks goed geregeld was met die treinen en fietsen en dat het in Lille helemaal een puinhoop was. De engelsman moest ook 5 Euro betalen, maar dat had ie niet meer in z’n portemonnee. Hij haalde nog wel 50 euro uit z’n sok, dat was echt typisch stalen-retro-racefiets-met-canvas-tassen. De conducteur zei dat ie “give you bek fourety faiv, end nekst steetion you have to baai another ticket for the baaik”. Toen werd die engelsman echt gek, want hij moest naar Leiden vanaf Lille, wat maar 100 km is, maar omdat de Belgische spoorwegen zo klote zijn moest ie drie keer overstappen, en voor elk traject moet je 5 euro voor je fiets betalen. Dus moest ie nog twee keer een kaartje van 5 euro voor z’n fiets kopen.

Wij hadden ondertussen besloten om geen kaartjes meer te kopen voor onze fiets. De engelsman vroeg wat wij er nog verder mee gingen doen. Ik zei “push your bike in and hope for the best”, dat vond ie ook wel een goed idee.

Hij was in 3 dagen van Leiden langs de kust gefietst, tot ongeveer Calais, en was nou op de terugweg. Het was “wonderfull weather” geweest, en hij had z’n fiets nog een stuk over het strand moeten dragen omdat het fietspad opeens ophield langs de grens. Jammer genoeg moesten wij bij het volgende station de trein al weer uit, en hij moest z’n fiets verplaatsen van het halletje naar de wagon voor de fietsen.

De conducteur vond ook nog dat ie moest zeggen dat we de volgende keer onze tassen van onze fietsen af moesten halen, anders kon ie ze niet aan het _voorwiel_ ophangen, en dan gingen ze zeker niet kapot.

We besloten voor de volgende verbinding van Gent naar Brussel geen kaartje voor de fiets meer te kopen, en hadden geluk dat we niet meer gecontroleerd werden.

Toen waren we al bijna thuis, het was 8 uur en we zaten in Brussel. We gingen richting uitgang, maar er was geen loket te vinden, toen bleekt dat helemaal aan de andere kant van het station nog een enorme hal was ,maar dat je die maar zelf moest vinden zonder bordjes.

We konden een trein naar Hasselt krijgen, wat nog twee uur fietsen van huis was, de trein zou daar rond 10 uur aankomen. We kochten maar geen kaartjes voor de fietsen, uit principe omdat alles zo slecht was geregeld en als ze het niet zouden controleren zou het 5 euro schelen, en als ze het wel zouden controleren konden we die kaartjes gewoon in de trein kopen.

De trein tot Hasselt reed enorm langzaam, en stopte wel in totaal wel een half uur. Over 40 km deden we een uur en een kwartier. De conducteur kwam onze kaartjes controleren, en toen ie begon over de fietsen deden we net alsof we van niks wisten. Hij zei dat we daar ook kaartjes voor nodig hadden, en Bram trok al 10 euro uit z’n portemonnee en zat ermee klaar terwijl de conducteur ging kijken hoe duur het was. Dat was wel grappig, maar die mensen tegenover ons begrepen niet waarom wij lachten. Toen de conducteur na een paar minuten wist hoe duur het was had Bram het geld al bijna in z’n hand gestopt.

Eindelijk in Hasselt, nadat we 14 uur in de trein hadden gezeten, was het nog 2 uur fietsen voordat we thuis waren.

Afstand : 62.61 km