Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 1

Dag 1 : 600 km met de stoptrein

Om een uur of half 7 moest ik opstaan. Snel wat gegeten en de krentenbollen voor onderweg gesmeerd. Om 8 uur zou in Eindhoven de eerste trein vertrekken. Dat was eerst nog 13 km fietsen. We waren er ruim op tijd en konden zonder veel moeite kaartjes kopen tot aan Luxemburg. Alleen was 12 euro per persoon wel erg goedkoop. Toen bleek dat de kaartjes alleen voor de fietsen waren, dus hebben we ook maar kaartjes voor onszelf gekocht. Alles ging nog goed. Er waren op het station al wel wat andere mensen van wie hun pinpasje niet werkte bij de automaat, die hebben we naar de balie gestuurd.

Nu nog de fietsen de trap op zien te krijgen naar het perron. Als je je remmen goed in kneep bleek het best goed te gaan met de roltrap.

In de trein was een apart stukje voor de fietsen, waar ze net inpasten. Er kwam nog iemand anders, die wel een goeie fiets had. Een bijna nieuwe Koga traveller. Die rookte, maar ze had wel Vaude tassen. Dus dat werd weer gecompenseerd.

In Maastricht moesten we er uit om over te stappen naar Luik. De treinen in België hebben in de voorste wagon een apart stuk voor fietsen. Daar paste alles maar net in, maar met de bagage was het wel even tillen.

In Luik moesten we overstappen richting Luxemburg. Er was net geen aansluiting, dus moesten we anderhalf uur wachten. Het was best goed weer, dus dat was niet zo erg.

De trein van Luik naar Luxemburg stopte wel tien keer onderweg, net zoals alle andere treinen van die dag. Je mocht namelijk je fiets alleen meenemen in stoptreinen, dus het schoot echt niet op. Volgens de ideale planning zouden we iets over 10 ‘s avonds aankomen in Besancon. Dat lag dan nog twee uur fietsen van de route af.

In Luxemburg waren er geen roltrappen dus moesten we onze fiets naar beneden tillen van de trappen af, een kaartje kopen, en daarna weer ophoog sjouwen.

De trein was maar net op tijd en de conducteur had haast. Er waren nog twee anderen die ook fietsen met bagage hadden die in de trein wilden. Vóór in de trein was maar plaats voor twee fietsen. We renden met vier man tegelijk naar de voorkant van de trein voordat die weer zou vertrekken. De conducteur keek licht gestressed naar de eerste twee fietsen, dat zou nog meer tijd kosten. Daarna zag ie Bram nog, toen riep ie iets van “trios veló’s!!” en hij had mij nog niet eens gezien.

Onze fietsen werden met behulp van de conducteur in een eersteklas cabine gefrot, wat eigenlijk niet paste. We zaten nog steeds op schema. Van Luxemburg reden we naar Nancy. Vanaf daar konden we naar Epinal, en daarna naar Belfort. We hadden besloten om niet tot 10 uur door te reizen, maar om al in Belfort uit de trein te gaan. Vanaf daar was het een half uur fietsen tot een camping die op de route lag. We konden dan de volgende dag meteen beginnen aan de 100 cols tocht.

In de trein van Nancy naar Epinal moesten we onze kaartjes weer laten zien. We hadden kaartjes voor onszelf en voor de fietsen. Maar in Luxemburg en Frankrijk zijn fietsen gratis dus die conducteur snapte daar niks van. Hij keurde ’t in ieder geval wel goed. Later kwam ie opeens terug om te vragen of ie een foto mocht maken van de kaartjes. Dat mocht van ons wel. Volgens mij was ’t voor z’n verzameling.

Het laatste deel van de treinreis ging van Epinal naar Belfort. Ik had deze keer de kaartjes gekocht. De trein ging heel langzaam, om de vijf minuten was er weer een ander boerendorpje met een station waar we moesten stoppen. De conducteur kwam langs, hij keek lang naar de kaartjes. Ik hoopte dat ’t wel goed zou zijn, maar hij begon opeens over “valider”. We moesten de kaartjes “valider”. Wat ie nou bedoelde wist ik niet, want op die kaartes stond gewoon van Epinal naar Belfort en fietsen waren gratis. Bram was al in de winter een keer in Frankrijk op de trein geweest en die wist nog dat je daar eerst je kaartjes in een automaat moet stoppen die er de datum op print voordat je in de trein stapt. Zo kun je dan als je kaartje niet geknipt wordt niet je kaartje nog een keer gebruiken. Ze zeggen dat d’r ook niet bij als ze die kaartjes verkopen. En die automaten die dat printen zijn gewoon van die gele doosjes zonder tekst of van die doodshoofd tekens van 'stop hier je kaartje in voordat je op de trein gaat anders wordt de conducteur kwaad en gaat ie allemaal franse taal uitkramen'. We kwamen er gelukkig vanaf met een waarschuwing.

In Belfort waren we rond half 9. Na een half uur fietsen kwamen we aan vlak bij de Ballon d’Alsace. De receptie (“accueil”) van de camping was al dicht, dus we fietsten een rondje om te kijken waar we onze tent op gingen zetten. Toen kwam er weer een fransman die nogal dringend iets begon te vragen waar ik geen idee van had wat het was. Ik vroeg nog op m’n beste frans wat ie bedoelde, maar hij vatte ’t elke keer samen in 1 woordje waarvan ik niet wist wat het betekende. Toen ik “accueil” zei begreep ie wel da we op de camping wilden gaan staan. We hebben meteen de eerste stempel voor in het stempelboekje gevraagd. Het was al bijna donker toen we gingen slapen.

Afstand : 31.37 km