Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 1

Dag 3 : Heuvels en bergen

De volgende ochtend was het weer niet echt beter. Het was nog steeds koud en bewolkt. We waren weer net als de eerste dag op de camping gaan staan toen ie al dicht was, maar ’s ochtends konden we nog wel betalen. Het zou morgen beter weer worden volgens het vrouwtje van de camping. In het eerste stadje sloegen we wat eten in, want de komende 40 kilometer zou niks anders zijn dan bergen, cols, heuvels, cols en nog een keer bergen. Dat klopte ook helemaal. De hele ochtend en een deel van de middag fietsen we over rustige wegen door de Vogezen. Voordat we helemaal afgedaald waren van de eerste col begon de beklimming van de volgende al. Het was er wel erg mooi. Alles was er groen, er waren alleen soms kleine dorpjes van tien huizen. Er waren weinig auto’s, en uiteindelijk werd het weer ook al iets beter.

Na de zoveelste beklimming kwamen we aan bij “Mont st. Odile”. Dat was een soort van klooster bovenop de laatste en hoogste berg van het berggebied. We haalden daar ook een stempel. Hier is een foto van het uizicht naar de westkant:

Uitzicht naar het westen vanaf Mont st Odile.
Uitzicht naar het westen vanaf Mont st Odile.



Vanaf daar was er eerst een lange afdaling over een smal weggetje. De route ging verder naar Saverne, het officiële startpunt van de 100 cols tocht. Dat stuk ging over relatief vlakke fietspaadjes.

In Saverne haalden we nog een stempel. Op een heuveltje, op de weg uit Saverne zagen we nog andere vakantiefietsers. Ze waren met z’n tweeën en hadden per persoon ongeveer drie keer zoveel bagage bij als wij samen. Ze hadden twee tassen achter, een babagerol achter,een zadeltas, twee grote tassen voor en een flinke stuurtas. We trapten ze voorbij, terwijl ze op een koffiemolenverzet met vier kilometer per uur de heuvel op slingerden. Daarna wisten we niet meer zeker of we op de goede weg zaten, dus stopten we om op de kaart te kijken. Ze haalden ons weer in. De ene begon een praatje met ons om te vragen waar we op de camping gingen staan. Het waren Duitsers. Ze gingen zelf een paar kilometer verder op een camping, maar wij moesten er nog ongeveer 30. Op een gegeven moment vroeg de ene “ist das alles gepäck?”, waarbij hij naar onze bagage wees van twee kleine achtertassen. Toen we ‘ja ‘ zeiden moest ie toch eens onder zijn kin krabben en nadenken of hij zelf niet wat veel bij had dan.

We vonden uiteindelijk weer de goede weg, maar reden in de eerst volgende beklimming een weggetje voorbij waar we in moesten, dus konden we weer een kilometer terug afdalen.

De eerstvolgende camping lag achter de “Rocher de Dabo” wat nog een flinke berg was. We deden er bijna een uur over om die over te trappen. Daarna was er in de afdaling een camping. Het was tien voor half negen. Bram wilde graag nog even doorfietsen en dan ergens gaan wildkamperen omdat we pas 147 kilometer hadden gefietst en dus al bijna 100 kilometer achterlagen op het originele schema. Ik zag er niet zo veel in om te gaan wildkamperen op een berg, want voor mijn tentje heb je minstens een paar vierkante meter vlakke grond nodig en dat had ik al meer dan een uur niet meer gezien. Uiteindelijk duurde de discussie zo lang dat het niet meer veel zin had om door te fietsen, dus toen zijn we toch maar op de camping gaan staan, dan konden we tenminste douchen.

Dat douchen viel wel een beetje tegen, want de receptie was dicht en je moest met muntjes betalen, wat het “het” ergste is wat je kan overkomen op een camping.. Dan maar niet douchten en gewoon gaan slapen. Gelukkig was het de hele dag niet zo heet geweest dus hadden we niet zo veel gezweet.

Afstand : 147.54