Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 2

Dag 9 : Een echte Fietsvakantie-Rustdag

Col de Aubisque


's Ochtends hebben we op onze rustdag eerst lekker uitgeslapen, want dat hoort echt bij een rustdag. Daarna hebben we de koeken en nootjes die 's nachts een beetje nat waren geregend opgegeten. Rond 11 uur gingen we pas het dorp in om eten te zoeken. We haalden brood bij de bakker en wat eten bij de Vival. Daarna stuurden we nog wat kaarten naar huis. En ik had nog een leuke kaart gevonden voor Bram, mar goh, die vond ie weer niet leuk.

We zochten nog in allerlei winkeltjes of ze een klein radiootje hadden. Zo'n wereldontvangertje maar dan alleen voor de fm-band. Maar die waren nergens te vinden in heel Frankrijk.

[The Corrs - Radio]
"So I listen to the radio, And all the songs we used to know"


Het eten was op twee dingen na goed; de appels in Frankrijk, en de jam die we hadden gekocht. Van alle appels die we in Frankrijk hebben gekocht waren ze maar één keer niet melig en een beetje stevig en sappig. Bij één winkel lag er zelfs een hele krat appels die ze net zo goed bij het gedroogde fruit hadden kunnen leggen. De jam die we hadden gekocht was ook niet echt geslaagd. Om dat we twee dagen zouden blijven hadden we een pot van 750 gram gekocht. Ze hadden die alleen met sinaasappel, en in deze jam zaten ook stukken sinaasappelschil. Dat was dus niet te eten.

Nadat we al het eten ophadden op de camping hadden we niet meer zoveel te doen dan in de zon liggen. Ik ging de routebeschrijving voor de komende dagen vast doornemen. Ik kwam er achter dat als we vandaag een rustdag zouden pakken we morgen of overmorgen 150 km zouden moeten fietsen om nog op een camping uit te komen. De simpele oplossing was om nu een hele rustdag te houden en de volgende dag 50 km te fietsen, maar dat zou niet echt des-fietsvakantie zijn. We besloten dus om op de rustdag maar 50 km te fietsen. Dat was niet zo erg. het enige probleem was dat de Aubisque in die 50 km zat.

[Grof geschut - Onderweg]
"Reizen in volle vaart, Zonder een wegenkaart, Ik ben altijd onderweg"


Om twee uur 's middags reden we aan. Normaal vertrokken we om half 11, dus we hadden al minstens 3,5 uur rustdag gehad. De beklimming zelf viel eigenlijk wel mee. Dat kwam ook wel omdat we die dag verder niet veel hoefden te fietsen. We haalden een aantal fietsvakantiemensen in met volledige bepakking. Er was ook één man bij die twee helmen bijhad. Een andere man had een koga signature met een rohloffnaaf. Je kon zo allemaal zien wie Nederlands waren en wie niet. Die Nederlanders zien er bijna allemaal 't zelfde uit als ze op fietsvakantie zijn. Blauwe of rode Ortlieb tassen voor en achter, een stuurtas, en als ze dan nog ruimte nodig hebben ook nog een bagagerol erbij.

Een andere fietser die we inhaalden had een shirt aan van een trans-Alpen tocht. Er stond een hele lijst met cols achter op zijn rug. Die wilden we wel gaan fietsen na de 100-cols tocht. Toen we thuis op gingen zoeken hoe die tocht liep bleek die hetzelfde te zijn al het Alpen-stuk van de 100 cols tocht.

Boven op de top van de Aubisque spraken we met een Duitser met een groen Bianchi shirt aan. Hij bleek te horen bij de man die twee helmen bij had.

Aubisque
Op de top van de Aubisque

Aubisque


Aubisque


Aubisque


Aubisque


Aubisque


Aubisque


Aubisque


Aubisque


De afdaling van de Aubisque was wel apart. Het was heel mistig. Ik reed gelukkig vlak achter twee auto's. Je zag eigenlijk niks. Na een tijdje kwam er een tunnel die niet verlicht was. Het was er binnenin nat en koud, hij was uitgehouwen uit de rotsen. Een stukje daarna kwam een vlak stukje, waar ik nog een foto maakte.


Mist op de Aubisque

We daalden na een stukje klimmen weer verder door de mist. Na nog een simpele col en een afdaling met veel haarspeldbochten kwamen we weer aan in een dorpje. Daar gingen we eten. Er was geen bakker maar bij de slager verkochten ze ook brood. Ze hadden er ook wel goed vlees maar wij moesten deze vakantie op water en brood leven. We gingen op een bankje het brood op zitten eten en bekeken de mensen die een winkeltje in en uit liepen. Eén ventje had een broek aan waar z'n kruis letterlijk op z'n enkels hing. Dat was gewoon een soort jurk die aan de onderkant dicht was gemaakt. later gingen we nog in het winkeltje kijken voor een radiootje. Die hadden ze natuurlijk weer geen.

Na het dorpje volgde nog een col die wel steil was maar niet echt lang. Omdat we op 1200 meter hoogte nog zaten kwam er daarna een lekker lange afdaling. We waren al snel in het dorpje waar we op de camping wilden gaan staan. De camping was eigenlijk vol. Er was nog wel een plekje voor ons ergens achteraf op een veldje. Dat was goed genoeg, het zat alleen wel ver van de douchehokken af.

We gingen eerst even douchen. Ik had het verkeerde douchehokje gepakt eigenlijk. De douche een paar hokjes verderop was veel warmer geweest denk ik. Want nou stond ik een beetje op de tocht. Na het douchen kwamen we d'r achter dat we nog moesten eten. We hadden ook nog een bonnetje nodig waar de datum van die dag opstond voor de registratie van de tocht. We hadden ook niet veel geld meer, dus we moesten eerst gaan pinnen.

In het dorpje, wat volgens de routebeschrijving vrij groot leek te zijn, was geen pinautomaat. Er was wel een restaurantje. Daar hebben we eerst gevraagd of we konden pinnen, waarna we er zijn gaan eten. We hadden salade, eend met aardappels en groente en een toetje. Bij de eend zat ook een plakje sinaasappel. Bram wilde zoveel mogelijk calorieën binnenkrijgen, dus die had dat ook nog opgegeten. Ik vond dat dat alleen maar voor de sier was. Nadat we het bonnetje van het pinnen hadden konden we weer terug naar de camping om te gaan slapen. Eerst moesten we nog ergens de gsms opladen want die waren alweer bijna leeg.



Dagafstand : 54 km