Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 2

Dag 10 : Koninginnenrit

Col du Tourmalet en Col d'Aspin


Bij het opstaan hadden we deze keer een goed uitzicht.


Uitzicht vanaf de plaats waar onze tenten stonden.

We hadden alleen nog een beetje muesli en een paar druppels honing. De sinaasappeljam hadden we weggegooid omdat we die niet mee de Aubisque over wilden sjouwen. In het dorpje was geen bakkertje. Het volgende dorpje was een paar kilometer verderop. Gelukkig was dat alleen afdalen. Daar was een winkeltje/cafeetje. Ze verkochten er brood en potjes jam. Die jam was 5 euro per potje, dus die lieten we staan. Toen we gingen eten kwamen we er achter dat we alleen nog maar een klein beetje honing hadden. Het brood was veel te zuur vond ik, Bram vond het te zout. Het zou wel te eten zijn geweest als we genoeg beleg hadden, een heel klein beetje honing voor twee stokbroden was niet genoeg. Goed eten was ook niet zo belangrijk want we hoefden alleen maar de Tourmalet en de Aspin over te fietsen vandaag....

Na 15 km begon de weg al te stijgen. De Tourmalet stond al aangegeven. We reden achter een paar wielrenners aan terwijl het iets meer dan vals plat omhoog ging. In de verte zag ik een groen shirt. Eenmaal dichterbij gekomen zagen we dat het de twee Duitsers waren die we op de Aubisque ook hadden gezien. Ze herkenden ons ook. De ene riep "hee" en die andere gaf een high-five aan Bram. Ze zouden vandaag ook de Tourmalet overfietsen. In het dorpje waar de klim echt begon stapten de wielrenners waar we achteraan fietsten af. Wij fietsten door.

De Tourmalet was niet echt heel steil, behalve de laatste kilometer. Eerst ging de weg nog door twee dorpjes. Daarna kwamen we in een mooie vallei. We haalden nog wat vakantiefietsers in. In de vallei slingerde de weg een keer. Daarna kwam een enorm lange bocht door de vallei, die wel 3 kilometer lang was. Je zag echt dat je nog een heel eind te gaan had. Na die bocht was het nog maar een paar kilometer. Na nog een paar slingers, waarbij het steeds steiler werd, waren we eindelijk boven. Ik had de hele klim op twee bidons moeten doen. We waren op de Tourmalet net als bij de Aubisque ook niet afgestapt. Het ontbijt van een stokbrood met bijna geen honing had ons verassend genoeg niet heel erg tegengewerkt. Boven gingen we eerst een ijsje halen. In het cafeetje stond ook een koffer met kranten er in. Er stond bij dat het voor fietsers was voor in de afdaling. Verder hingen er ook nog fietsen uit 1908 waarmee ze toen raceten.

In het souvenirwinkeltje bovenop kocht ik een stenen plaatje met een fietser erop. Bram kocht een pet want die had hij toch nodig. Vanaf de top kon je nog naar de Pic du Midi lopen. Dat was een nog hogere berg waarvanuit je een uitzicht had over een groot deel van de Pyreneeën. We begonnen er heen te lopen. Na een half uur waren we er nog lang niet. Die dag moesten we ook nog ver fietsen en we hadden sinds vanochtend niks meer gegeten en te weinig gedronken, dus we zijn maar weer omgedraaid.

Er zaten veel gieren daarboven, waarvan ik ook nog foto's heb gemaakt.

Tourmalet
Vanaf deze kant waren we omhoog gefietst

Tourmalet


Tourmalet
Op weg naar Pic du Midi

Tourmalet


Tourmalet


Tourmalet


Tourmalet


Tourmalet


Tourmalet


Tourmalet


Tourmalet gieren
Gieren op de Tourmalet

Tourmalet


Tourmalet





Voordat we afdaalden moesten we nog een foto maken met het bord van de col. Er was een Spanjaard die een foto van z'n fiets en het bord aan het maken was. Ik vroeg aan hem we van elkaar foto's zouden maken. Dat hebben we toen gedaan.

Tourmalet bord
De Tourmalet was de hoogste berg van de fietsvakantie.

Tourmalet


Het uitzicht richting de andere kant van de Tourmalet was niet zo heel mooi. Er was een vallei maar daarin lag een stadje waarin ze aan het bouwen waren. Wat wel opviel was dat omdat ze met de Tour de France aan de andere kant omhoog geklommen waren daar de hele weg vernieuwd was. Dat was zo op veel plaatsen in de Pyreneeën, overal waar de Tour langs kwam waren de wegen vernieuwd. Op bijna elke berg was wel een naam van een wielrenner op het wegdek gekalkt.


De afdaling van de Tourmalet




De afdaling was wel fijn. De weg was goed en overzichtelijk en de bochten niet te scherp. Alleen de auto's die er reden waren vervelend. Ik heb 5 auto's en een bus in moeten halen. Op één lang recht stuk heb ik 77,8 km/u gehaald. Onderaan de afdaling zag ik Bram na twee minuten nog steeds niet, terwijl het verschil in de afdaling meestal niet zo groot was. Hij was drie keer gestopt omdat hij elke keer achter die bus vastzat. Hij ging zoveel sneller dan die bus in de afdaling dat het niet veel nut had om een paar minuten te wachten want binnen een paar minuten zat hij er dan weer achter. Het duurde zo lang voordat hij er was dat ik al de kaart had gepakt om te kijken of ik niet ergens een afslag had gemist.

Na de afdaling wilden we in het volgende dorpje eten gaan halen. Er was alleen geen goeie winkel en geen pinautomaat. In dat dorpje was alleen een pizzatent waar ze ook een rek hadden met wat potjes jam en flessen water. Die potjes jam waren 3.50 , terwijl ze normaal 1.10 waren, en de flessen water waren 2 euro, terwijl die normaal 18 cent kostten. Dus wij gingen daar in die pizzatent in onze portemonnee graven om te kijken hoeveel geld we nog hadden en die prijzen allemaal bekijken, daarna liepen we maar weer aan... die mensen keken wel een beetje raar, maarja, dan moet het maar niet zo duur zijn.

Het volgende dorpje was nog acht kilometer verder. Dat waren eigenlijk de enige kilometers van de fietsvakantie waarop we honger en dorst hebben gehad. Het dorpje stelde niet veel voor. Er was wel een souvenirwinkeltje waar ze ook flessen drinken en brood verkochten. We kochten een fles gekoelde Oasis, een stokbrood en een potje paté de campagne. Er was ook een terrasje bij waar we alles op gingen eten, ze kwamen zelfs nog glazen brengen voor de Oasis. Nadat we dat allemaal ophadden en niet meer zo veel honger en dorst hadden konden we de Col d'Aspin op gaan fietsen. Hij was toevallig dit jaar ook in de Tour de France geweest, in één etappe samen met de Tourmalet.

De Aspin was niet erg zwaar, gewoon een gemiddelde berg in de Pyreneeën. Toen we nog drie kilometer moesten tot de top zag ik dat er een wielrenner ons in ging halen. Ik zei dat tegen Bram. Die pikte aan toen de wielrenner ons voorbij kwam. Na nog een tijdje er achter te hebben gehangen moest Bram met z'n zwaardere fiets lossen. Ik kon het nog van hem overnemen. De wielrenner had een shirtje aan van triatlon vereniging Rotterdam. Ik kon hem wel bijhouden maar ik ging weer langzamer fietsen om op Bram te wachten. Het was toen nog één kilometer tot de top. Bram riep "ga 'm maar de groeten doen". Ondertussen was hij al weer 50 meter uitgelopen. Ik zette aan, en ik fietste er zo hard mogelijk naartoe. Met ongeveer 20 km/u ging ik omhoog, terwijl we daarvoor net iets harder dan 10 fietsten. Ik ging er op en erover. Daarna kon ik het nog een tijdje volhouden om zo hard te fietsen. 300 Meter voor de top ging het steeds langzamer. Toen het nog 100 meter was voordat ik boven was hoorde ik iets ratelen. Het was die wielrenner die mij weer bij had gehaald en aan het schakelen was. Dus ik schakelde ook omhoog en ik probeerde nog te sprinten. Dat ging nog wel snel, en het ging gelijk op een paar seconden. Langs de weg stonden een paar mensen en die keken eerst raar en toen begonnen ze ons aan te moedigen. De laaste 50 meter waren vlakker en de wielrenner haalde mij in. Ik kwam net 10 meter achter hem op de top aan. Hij lachte er wel mee. Ik zei "dat verdient wel een bolletjestrui zo". Toen begon ie tegen een andere jongen van die vereniging te vertellen die al boven stond dat wij d'r eerst achter bleven hangen en dat ik ineens 500 meter voor het eind zo hard hem inhaalde dat het niet leuk meer was. Maar hij had me toch op 't vlakkere stuk weer ingehaald. Ik had maar niet meer gezegd dat we die dag ook al de Tourmalet over hadden gefietst.

[Rowwen Héze - Nar Boave]
"Nar Boave, Nar boave, oan de kant ik lieg op stoam."


Toen Bram ook boven was wou de wielrenner nog wel een foto van ons maken.

col d'Aspin
Bovenop de col d'Aspin

col d'Aspin


col d'Aspin


Na de afdaling gingen we in een dorpje eten halen. We haalden wat gezonde dingen want we hadden de hele dag nog niet echt gegeten. Ze we hadden een soort coleslaw, wat puddinkjes en fruit. Toen we net zaten te eten begon 't een beetje te miezeren. Daarna ging het steeds harder regenen. We zaten bij een kerkje op een bankje. Ik ging bij iemand z'n voordeur staan om niet nat te worden. Toen we aan wilden fietsen was ik weer m'n zakmes kwijt. Ik had het nog wel teruggevonden. De fietsvakantie naar 't Zwarte Woud was er al één zakmes kapot gegaan en ik was er één kwijtgeraakt. Thuis had ik toen een nieuwe gekocht, die was ik ook weer kwijtgeraakt. Tijdens de fietsvakantie naar Zuid-Frankrijk was ik ook al m'n zakmes kwijtgeraakt. Deze fietsvakantie heb ik wel een paar keer moeten zoeken. Hij ligt nou toch weer thuis.

In Avajan was een camping. Jammergenoeg was het een camping muncipal. Daar zaten meestal alleen maar Fransen op en hij was maar 1-ster. Toen we snel onze tenten op hadden gezet, voordat het weer ging regenen, gingen we douchen. Het bleek dat je om te douchen douchemuntjes nodig had. Ik had er nog één over van de vorig camping maar die paste niet. Dat werd dus voor mij koud douchen en voor Bram al voor de tweede keer in drie dagen koud douchen. Bij de receptie konden we ook geen muntjes kopen omdat die al om zes uur dicht was.

Voor onze tenten aten we nog wat muesli en een watermeloen. De sinaasappel die ik lekker op wou gaan eten bleek helemaal zwart te zijn vanbinnen. In de verte begon het te onweren. Daarna begon het te waaien. Vanuit mijn tent kon ik het zien bliksemen in de verte. 's Nachts regende het gelukkig niet zo hard.

Dagafstand : 90 km