Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 2

Dag 13 : Het laatste stukje van de Pyreneeën

Col d'Agnes, Col de Peguère


's Ochtnds konden we alles nat en vochtig inpakken. Mijn tent was twee keer zo zwaar geworden omdat het plastic van buiten en van binnen onder een laag water zat. In het dorpje van de camping kochten we eten. We wilden aanfietsen, toen we nog net op tijd bedachten dat we een stempel moesten halen in dit dorpje. Nadat dat gedaan was vertrokken we dan echt. De eerste col was de col d'Agnes. Die was niet erg steil en gewoon ongeveer hetzelfde als alle andere cols in de Pyreneeën. Op de top werden we nog aangemoedigd door wat kinderen die in de auto zaten.

col d'Agnes
Bovenop de col d'Agnes







De afdaling ging door een heel mooi dal. Bij de eerste bocht was ik vergeten dat het mistig was boven en mijn remmen het dus niet goed zouden doen. Ik zou de bocht misschien nog kunnen halen maar dan moest ik wel heel hard gaan remmen, dus ik ging maar een stukje door de greppel. Dat ging met ongeveer 35 km/u. Toen zag ik dat er een grote steen in de weg lag in de greppel. Die heb ik nog net kunnen ontwijken. De rest van de afdaling ging wel beter. Eenmaal een stuk dieper in het dal werd het een leuk bochtig weggetje waar je lekker over kon afdalen.

De volgend col was de col de Péguère. Dat was de steilste col van de hele route. Eerst moest je 6 kilometer lang met 5% omhoog tot de col des Caougnous, daarna begon de echte Péguère. In de beklimming van de Caougnous gingen we bij een bakkertje wat eten halen. Hier hadden we 't beste brood van de hele vakantie gehaald. Bij het begin van de Péguère gingen we een stuk op elkaars fiets fietsen om te kijken of dat zwaarder of lichter fietste. Ik kon op Bram z'n fiets een veel lichtere versnelling kiezen dan op mijn racefiets, dat was wel fijner. Bram vond wel dat het minder energie kostte om op mijn racefiets een berg op te fietsen.

De Péguère is 3600 meter lang en heeft een gemiddelde stijging van 14%. De steilste stukken zijn 18%. Voor het begin van de vakantie twijfelden of we daar wel tegenop konden fietsen.





Er zitten stukken van 18% stijging in de col

col de Péguère
Ik op Bram z'n fiets

col de Péguère
Bram op mijn fiets




Het eerste stukje van de klim ging nog wel. Daarna kwam er zo'n stuk van 18%. We gingen met ongeveer 5 km/u omhoog. Met dat tempo zouden we wel drie kwartier zo hard als we konden omhoog aan het trappen zijn. Dat was uiteindelijk ook zo. Met mijn benen ging het nog wel, ik zou eerder afstappen omdat mijn armen zeer deden van het trekken aan mijn stuur. Er was eigenlijk geen één stukje waar je even op je zadel kon gaan zitten, omdat je dan meteen stilstond. Als je niet meer trapte begon je al binnen een halve seconde achteruit te rijden. Na een hele tijd de berg opgestampt te zijn kwamen we dan eindelijk boven, zonder af te stappen.

col de Péguère
Bovenop de col







Omdat de klim zo steil was verwachtten we ook een heel steile afdaling. Die kwam er niet. We gingen zonder bijtrappen ongeveer met 25 km/u naar beneden. Bram probeerde of hij nog mijn superman-houding van de meivakantie kon doen op z'n fiets maar dat lukte niet echt. Anders was 't waarschijnlijk toch niet goed afgelopen.

Net toen ik even achterom keek waar Bram was ging de weg over in een nieuw stuk weg waar een centimeter grind op lag gestrooid wat er nog ingereden moest worden. Ik ging bijna onderuit omdat mijn smalle banden daar bijna geen grip op hadden. De weg helde een beetje naar links, en ik moest bijsturen om rechtdoor te gaan. De bochten gingen met één voet uit mijn klikpedalen zodat ik me nog op kon vangen. Gelukkig was het er niet steil.

Na een paar kilometer was het grind opgehouden. Omdat we uit de Pyreneeën kwamen ging de weg nog lang omlaag. Toen we net weer wat snelheid maakten zag ik opeens iets oranjes op de weg liggen. Toen ik 100 meter verder was besefte ik me dat het misschien wel een welpie van Piet was. Ik fietste terug. Bram had hem al opgepakt. Ik had al genoeg CSI gekeken om te zien dat die welpie er niet meer dan een paar uur had kunnen liggen en dat we dus vlak achter Piet en May fietsten.

Nadat we door een wat grotere stad waren gefietst haalden we nog een wielrenster in. Daarna fietsten we zo hard mogelijk door zodat we niet teruggepakt konden worden. De weg ging vals plat naar beneden. We konden lekker met een gangetje van 33 km/u wat kilometers maken. Opeens zagen we net na een heuveltje een stukje verderop twee andere fietsers. We herkenden meteen iemand die nog iets was kwijtgeraakt onderweg. Het waren dus weer Piet en May. Piet had nog niet door dat ie z'n welpie kwijt was. Deze was de laatste die hij bij had. Deze ging ie niet meer voor op z'n spatbord zetten maar bewaren. We fietsen een stukje met ze mee, tot het volgende dorpje. Daar wisselden we e-mailadressen en websites uit en maakten nog een foto. De volgende dag zouden ze in Carcasonne de fietsbus nemen. Ze gingen in het dorpje waar we waren op de camping staan.


Afscheid nemen van Piet en May

Wij zelf namen nog één camping verder. Het was nog vrij vlak tot daar. De camping was wel een camping muncipal maar toch best een goeie. We hadden een fijn zacht grasveldje, helemaal voor onszelf. De zon scheen zelfs nog voor het eerst die dag en ook nog lang genoeg om al onze spullen te kunnen laten drogen.


Het veldje van de camping

We hadden in een winkeltje nog twee flessen Fischer bier gekocht, wat wel bepalend was voor het gespreksonderwerp. We stonden na een tijdje ook niet meer alleen op het veldje, want er kwam een Italiaanse camper recht tegenover ons staan, terwijl er overal plaats was. We hadden het er nog over hoelang je op fietsvakantie kon gaan voor het geld wat die camper kostte. Dan kwam je wel uit op een jaar of vijf. Het gewicht van die camper was ook heel hoog vergeleken met dat van onze bepakking. Er zat vanalles in ook wat je niet nodig had: een tv, een computer, een magnetron, zelfs gordijnen. Maar dat had Bram pas te laat door dat ook overbodig waren.



Dagafstand : 112 km