Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 2

Dag 16 : Thunder and lightning

Col du Minier, Col de Perujet


We moesten eerst nog van de camping terugfietsen naar het dorpje. Daarna nog een stuk omhoog, om een winkeltje te zoeken. Dat was er gelukkig wel. Terwijl we zaten te eten zagen we nog iemand lopen die één broekspijp helemaal omhoog had gestroopt. Bram was zo te zien een echte trendsetter met z'n afritsbroek met één pijp.

Het was al bewolkt toen we opstonden. Tijdens het eten werd het nog donkerder. Toen we aanfietsten begon het al te druppelen. De eerste kilometers van de dag begonnen meteen met een côte die niet heel erg makkelijk was. In de verte begon het al te donderen. Tijdens het omhoog klimmen begon het nog wat harder te regenen. Ik wilde zo snel mogelijk doorfietsen, om voor de regen kwam de côte over te zijn. We telden hoelang het duurde tussen het oplichten van de lucht achter ons en het horen van de donder. Eerst was het nog 12 tellen, dus het onweer was vier kilometer verderop. Later zagen we in de verte echte bliksemschichten.

[AC/DC - Thunderstruck]
"Sound of the drums, Beatin' in my heart, The thunder of guns!, Tore me apart, You've been - thunderstruck!"


Hoe langer het duurde hoe dichterbij het onweer kwam. Het begon nog wat harder te regenen. De bliksemschichten kwamen nu achter ons iets meer dan een kilometer neer. Toen begon het opeens te stortregenen. We fietsten ergens halverwege de col. De bliksem sloeg in. Binnen een seconde hoorde we de klap, die was dus dichtbij. Nog een paar seconden later zagen we op de bergtop niet ver van ons vandaan weer de bliksem inslaan. het werd nou steeds erger en de bliksem sloeg overal om ons heen in. Op de top van de berg was hij wel drie keer ingeslagen, terwijl dat maar een halve kilometer hemelsbreed van ons vandaan was. Aan de linkerkant van ons sloeg hij ook ergens bovenop de berg in.

[Metallica - The Four Horsemen]
"The Horsemen are drawing nearer, On leather steeds they ride, They've come to take your life"


We besloten maar om te gaan schuilen, en zetten onze fietsen in de greppel en gingen er zelf ook ergens in staan. Na 10 minuten leek het weer wat minder te zijn geworden. Ik wilde in ieder geval zo snel mogelijk doorfietsen, want we waren helemaal doorweekt en hadden alleen een t-shirt en een korte broek aan, dus het was echt koud.

We fietsen weer een stukje verder. Op de top zagen we een bliksemafleider staan. Er was nog een heel open stuk, zonder bomen, wat tot de top liep. Omdat de bliksem nog niet ver genoeg weg was besloten we nog maar even te wachten totdat we daar over fietsten. Dan hadden we meteen tijd om wat warme kleren aan te trekken want het was ondertussen opgehouden met hard regenen.

Bovenop de côte volgde geen afdaling. Er was wel een vlakke en rechte weg, iets wat we ook al lang niet meer gezien hadden. We konden lekker even doorfietsen, om het weer warm te laten krijgen en onze kleren wat droog te laten waaien.

Na een heel stuk vlak kwam nog een mooie afdaling, met veel haarspeldbochten.

madieres
De afdaling tot Madières




Het regende niet meer nu. We kwamen aan bij de zwaarste klim van de dag. Het was de col du Minier, in combinatie met de Mont Aigoual. Dat was de hoogste berg daar in de omgeving. Het was bij elkaar 31 kilometer lang klimmen. We begonnen in een goed tempo te klimmen. Na een uur gefietst te hebben waren we ongeveer op de helft van de eerste klim. Het was wel een beetje mistig, dus het uitzicht was niet zo heel mooi. Zes kilometer voor de top was er een uitkijkpunt. Daar gingen we even uitrusten. Er was een Nederlander op een racefiets die al op de Mont Aigoual was geweest.

Eenmaal boven op de col du Minier kwam er eerst een stukje afdalen. In het dorpje daarna gingen we even eten. Het leek te gaan regenen maar heb bleef deze keer bij een dichte mist. We haalden in de klim naar de Mont Aigoual een wielrenner bij. Daar bleven we mooi een tijdje achterfietsen, want zoals ze altijd bij de Tour de France zeggen : "je moet altijd eerst het bordje van een ander leegeten". De wielrenner kreeg het na een tijdje moeilijk en we haalden hem in. Het laatste stuk van het dorpje tot bovenop de Mont Aigoual was maar 9 kilometer lang en niet zo steil als het eerste deel, dus dat viel mee. Eenmaal boven was het zo mistig dat we niet konden zien waar het cafeetje op de top was waar we een stempel moesten halen. We fietsen op goed geluk maar een kant op en zagen het even later liggen.

De afdaling met al die mist leek niet leuk te gaan worden maar de mist viel mee aan de andere kant van de berg. In da afdaling zaten geen scherpe bochten. Hij was ook niet zo steil.

Mont Aigoual
Tijdens de afdaling van de berg




De afdaling was niet zo lang. Na een paar kilometer moest je al weer een klein stukje klimmen, om vervolgens in het laatste punt van een heuveltje een col "over" te fietsten. 100 meter later was er weer een col. Daarna kregen we opeens een heel mooi uitzicht.

col de Perujet
Uitzicht bij col de Perujet
















Panoramafilmpje [12.6 MB]

Voordat we op de camping konden gaan staan was er eerst nog de col de Solperière. Het was een klein weggetje wat heel steil was. Bovenop de col probeerde Bram nog mij er uit te sprinten maar dat lukte niet. We sloegen linksaf. 100 Meter verder op een heuveltje begon Bram opeens weer te sprinten. Voordat ik doorhad wat er aan de hand was was hij al boven, en hij had me nog verslagen, na 100 kilometer fietsen, om als eerste bovenop een col te zijn. Een kilometer verder was er alweer een col, terwijl we helemaal niet gestegen waren.

Toen we in het dorpje van de camping waren aangekomen kwamen hadden we wel een probleem. De route van die dag liep alleen maar door kleine dorpjes waar geen pinautomaten waren. We hadden dus bijna geen geld meer. Ook hadden we geen bonnetje waar een datum opstond, wat nodig was voor in het stempelboekje van de 100-cols tocht. Op de camping aangekomen konden we daar ook niet pinnen. Toen we al ons kleingeld bij elkaar legden kwamen we net aan de 10 euro die nodig was voor de camping. Ze hadden ook geen kassa, dus ze konden ook geen bonnetje maken. We kregen wel te horen dat we de volgende dag op het postkantoor ook geld konden pinnen als we een 'internationale' kaart hadden. Of we konden gaan pinnen in een dorpje 15 km verderop. Daar hadden we na 125 km geen zin meer in. In het dorpje gingen we naar een restaurantje om een bonnetje te vragen. Daar hadden ze ook geen kassa.

's Nachts onweerde het nog wel veel maar het regende niet zo hard.

Dagafstand : 125 km