Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 2

Dag 20 : lekker uitrusten in de trein?


We stonden al om 6 uur op zodat we de eerste trein konden nemen. Eerst moesten we nog even pinnen om een bonnetje met de datum te hebben. Er waren al bakkers open maar we hadden daar geen tijd voor want we moesten op tijd bij het station zijn. Op het station stond aangegeven dat het om 6 uur open zou gaan. Het was al kwart voor 7. Het station was helemaal verlaten. Het was tijd voor CSI deel 3, kijken of het station nog in gebruik was. Er waren op de deuren nergens spinnenwebben te bekennen. Er waren ook geen duidelijke tekens dat het nog in gebruik was. We gingen maar terug naar het dorp zodat we konden vragen of het station nog in gebruik was en om eten te halen. De man die bij de bakker stond wist niet of het station open was. Er reden wel treinen zei hij.

Terug op het station gingen we maar zitten wachten. Als het station echt dicht was moesten we minstens 50 kilometer fietsen naar het volgende station. Om 8 uur ging het station pas open. We hadden dus net zo goed nog een tijd uit kunnen slapen maar we waren al lang blij dat het nog open ging. De eerste trein ging pas om kwart voor 9. Er stond een goederenweegschaal in het gebouwtje. Ik was niet afgevallen. Zelf woog ik iets minder dan 70 kg, en mijn fiets inclusief bagage iets meer dan 20. Dus samen moest ik 90 kg omhoog trappen. Bram woog iets minder dan 65, en z'n fiets ongeveer 25, dus die kwam bij elkaar ook op 90 kg uit.

Tijdens het wachten probeerden we uit te zoeken welke trein we moesten hebben. Het leek ons het beste om recht naar het zuiden te reizen. Dan zouden we naar Besancon moeten. We vertelden tegen het vrouwtje achter de balie dat we naar Nederland moesten. Ze zei dat we dan het beste via Besancon konden gaan.

Nadat we kaartjes hadden gingen we weer zitten wachten. Er kwamen twee jongens binnen die net iets ouder waren dan wij. Ze hadden witte overhemden aan en een heel pak. Ze hadden ieder drie veel te grote koffers bij. We dachten eerst dat het Engelsen waren, aan hun kostschool-uniform-achtige kleding. Ze kwamen in gesprek met een andere Engelsman. Ze vertelden tegen hem wat ze in Frankrijk aan het doen waren, maar wij konden dat niet horen.

We hadden het nog wat over wat ze nou eigenlijk aan het doen waren en waarom ze van die kleren aanhadden. Na tien minuten zagen we iets wat nog erger was dan hun kleren, ze hadden namelijk ook nog een naamkaartje op.

In de trein zaten we in de zelfde coupé. Hun tassen stonden ook in het hok voor de fietsen omdat het er zo veel waren. Na een tijdje hoorden we aan hun accent dat het Amerikanen waren. Ze zaten op een bankje tegenover een meisje dat lag te slapen. Zij was een Franse, zo te zien. Op een gegeven moment hoorden we dat ze in bijna-perfect aangeleerd Frans een soort verhaaltje aan het afsteken waren tegen haar. Ze was wel wakker maar ze zag er uit alsof ze weer wilde gaan slapen. Ik hoorde het ene Amerikaanse ventje ongeveer vijf keer "c'est ca" zeggen in één zin.

Toen hoorden we ze ook nog vragen of het meisje ergens 'interesse' in had. We wisten ook niet precies waar dat over ging. We probeerden te schatten hoeveel nette pakken er in hun koffers zouden zitten. Wat er verder in de totaal zes koffers zou kunnen zitten konden we niet raden. Opeens zei Bram "Ik denk dat ik al weet wat er in hun koffers zit". Op hun naamkaartjes stond namelijk : "Elder [ voornaam] [achternaam] ????????? jesus" Wij lagen helemaal dubbel van het lachen, hun koffers zouden wel vol met bijbels zitten die ze aan het verkopen waren. We wisten meteen een toepasselijk nummer wat in het verhaal zou komen:

[Genesis - Jesus he knows me]
"Do you believe in god, Cos thats what Im selling"


In Grenoble moesten we er uit. Vanaf daar gingen we naar Chambery. We wilden eigenlijk vanaf daar verder naar het zuiden, maar er reden alleen maar bussen die kant op. De enige optie was om de trein naar Lyon de pakken. Dat was schuin teruguit. We hadden ook al meteen vanuit Manosque de trein naar Lyon kunnen pakken, dan hoefden we maar één keer over te stappen. Om acht uur kwamen we pas in Lyon aan, terwijl we daar al om een uur of één hadden kunnen zijn als we in het Manosque de goede route hadden gekozen.

In Lyon zagen we dat we nog een uur moesten wachten tot de eerste trein naar Dijon reed. Er vertrok wel binnen drie minuten een TGV naar Brussel. Als we die zouden kunnen pakken zou dat wel de hele dag omrijden goed maken. We renden snel naar het goede perron. De TGV kwam daar niet lang daarna ook aan. We wisten wel dat er eigenlijk geen fietsen mee mochten op de TGV en we hadden geen tijd gehad om een kaartje te kopen, maar we konden het altijd proberen. Toen de trein aankwam zagen we onze kansen al verkeken. De TGV zat zo vol als een stadsbus in de spits. We gingen toch nog naar de conducteur om te vragen of de fietsen mee mochten, als dat zou mogen zouden we daarna wel over de kaartjes die we nog niet hadden gekocht beginnen. Maar het mocht niet, dus we konden weer vertrekken.

Een uur later vertrok er een trein naar Dijon, waar we kaartjes voor kochten. We hadden de hele dag nog niet veel gegeten, dus gingen we in het station rondkijken of ze ergens nog iets verkochten. Het was ondertussen al wel laat, dus de meeste dingen waren al dicht. We zagen wel een "Quick" aangegeven. Ik wist dat het een soort van McDonalds was. We hadden nog 35 minuten voordat de trein vertrok, dus we renden snel een stukje door de stad om daar wat eten te gaan kopen. Eenmaal daar aangekomen stonden we niet in de snelste rij. Ik had ook een theorie, dat je in totaal altijd meer tijd staat te wachten in langzame rijen dan in snelle rijen. We hadden al helemaal uitgekozen wat voor menu we wilden en met wat er op en er bij, zodat we zo snel mogelijk die dingen konden kopen en terugrennen naar het station. Het idee was om de hamburgers van het menu te kiezen die ze nog op voorraad hadden.

Toen we aan de beurt waren wilde ik zo snel mogelijk opnoemen wat we allemaal wilden. Tot onze pech was dat menu niet meer te krijgen. Dan maar een andere, van alle opties kozen we maar de eerste en allebei hetzelfde. Ze hadden wel door dat we een beetje haast hadden. De hamburgers die ze op voorraad hadden liggen kozen we er ook bij. Daarna na het afrekenen zo snel mogelijk terug naar het perron, waar we onze fietsen zolang op slot hadden gezet.

We hadden nog 12 minuten voordat de trein kwam, dus we waren best goed op tijd. We frotten snel het menu naar binnen. Toen we klaar waren kwam de trein aan. We zetten onze fiets in de laatste wagon, en gingen zitten. Buiten stond een koppeltje afscheid te nemen. Bram zei 'dan kan ik dalijk zeker weer niet naar de wc'. Toen de trein aanreed kwam er even later iemand hijgend over de gang gelopen. Wij lagen dubbel van het lachen.

Even later kwam ie weer de andere kant op. Het was een Franse jongen. Hij vroeg iets over het raam. Ik wist niet precies wat hij zei. Toen hij twee seconden later weer terug was om nog iets te zeggen rook ik dat ie flink gedronken had. Even later kwam ie weer terug. Hij kon helemaal niet meer rechtop lopen omdat ie nogal zat was. Hij begon over de fietsen die er stonden. We zeiden dat die van ons waren. Daar moest ie mee lachen en hij ging proberen om een fiets na te doen. Daarna begon ie allemaal te zeveren in het Frans. Ik vroeg of ie veel gedronken had. Ja, hij had Beaujalais op, want dat was lekker goedkoop. Daarna liet hij z'n 'treinkaartje' aan ons zien. Het was een kaartje wat minstens een maand lang drie keer opgevouwen in z'n broek had gezeten. Het was ook bijna doormidden gescheurd. Het ergste was dat het een kaartje van 1 euro 50 was, dus hij had gewoon net zo goed helemaal geen kaartje kunnen bijhebben. Hij ging staan roken in de trein, terwijl dat helemaal niet mocht natuurlijk. Daarna ging ie nog allemaal rondspringen want hij had te veel energie. Toen vroeg ie nog waar wij vandaan kwamen. We zeiden uit Holland. Toen werd ie helemaal wakker en begon ie over of we 'herb' bij hadden, wat dan wel wiet moest zijn. Hij begon allemaal bewegingen te maken van roken en snuiven en alles en hij vond dat helemaal geweldig. Daarna ging hij weer op en neer te springen en helemaal blij te zijn.

Daarna was hij weer even weg. Toen kwam ie weer terug. Hij had al drie keer gevraagd of we Frans spraken. Ik had gezegd dat ik wel een beetje verstond maar dat we wel Engels spraken. Hij ging op het bankje langs mij zitten en begon met een Engelse zin, toen ging ie helemaal dubbelgevouwen zitten want hij was hard aan het nadenken wat nou het goede woord was. Ik had al lang gehoord dat ie in 't Frans had gevraagd hoe oud wij waren. Ik liet 'm maar even nadenken. Toen zei ik maar hoe oud Bram en ik waren. Hij was zelf 24. Hij woonde in Grenoble. Ik weet niet wat ie allemaal op had, maar 't was niet alleen drank. Daarna begon ie nog meer te zeveren in het Frans over drugs en alles, dus toen had ik maar verteld dat we in Amsterdam woonden, wat helemaal niet zo is, om 'm nog een beetje op te stoken. Dat lukte goed want hij ging nog raarder doen en ook aan de rekken voor de bagage hangen en rondspartelen. Daarna was ie opeens weer weg, naar z'n twee vrienden die ook in de trein zaten.

Toen ie weer terugkwam zei ik tegen hem dat Bram net z'n vriendin had gebeld. Dat was weer genoeg voor 'm om weer 10 minuten allerlei spastische bewegingen te maken, en wij konden nog wat lachen na een lange dag in de trein.

In Dijon was de eindhalte van de trein, en ook van onze reis voor vandaag. We wilden op het station bij een automaat nog wat te eten kopen. Er zat nog 2 euro in, dus we hadden geluk, en konden ieder een mars kopen. Zelf hadden we ook nog net 2 euro aan wisselgeld, dus daarvan wilden we nog 2 snickers kopen. We hadden allen niet veel geluk want het dingetje draaide wel rond maar die twee snickers vielen er niet uit. In die automaat was ook geen beweging te krijgen, dus hadden we nog bijna niks te eten.

Het was half één en we stonden midden in Dijon. Eigenlijk wilden we de stad uit fietsen om ergens te gaan wildkamperen. Het zou dan nog een eind fietsen zijn voordat we de eerste bossen tegen zouden komen. We keken op een kaart en reden de richting in waar de minste bebouwing was. Er was bijna niemand meer in de stad. We kwamen langs een parkje, daar fietsten we maar in, in de hoop dat we daar een goede wildkampeerplaats zouden vinden. Achter een heuveltje vonden we een best geschikt plekje. Het was niet te zien vanaf het pad in het park en er keken ook geen huizen op uit. Het was alleen wel klein, dus er was geen plaats meer voor een tent. We rolden onze matjes en slaapzakken uit en gingen met onze kleren aan slapen. Dat zou in ieder geval warmer zijn, en als je dan 's ochtendsvroeg betrapt zou worden had je je kleren in ieder geval al aan.

Het slapen ging niet echt goed. Ik heb bijna niet geslapen. Elke keer als ik bijna sliep was er weer een naaktslak op mijn matje gekropen waar ik met mijn hoofd tegenaan kwam. Dan voelde je iets kouds, en werd je weer helemaal wakker. Vervolgens kon je dat slijmerige ding oppakken en weggooien en weer proberen verder te slapen.



Dagafstand : 20 km