Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 2

Dag 6 : Baskenland


's Ochtends regende het toen we wakker werden. Gelukkig stopte het rond half 10 en konden we toch nog op tijd vertrekken. Tijdens het inpakken van de spullen bleven de twee mensen in de caravan tegenover ons constant naar ons kijken. Ook als we met z'n tweeŽn tegelijk terugkeken. Omdat ze dat zaten te doen heb ik ze maar terugbespioneerd.


Spionagefoto 1


Spionagefoto 2

Toen we op onze fiets stapten en wegfietsen hebben we nog naar ze gezwaaid. Ze zwaaiden niet terug.

Vanaf hier ongeveer werd de routebeschrijving minder uitgebreid, dus moesten we vaker op de kaart kijken. De route ging ook over wat grotere wegen.

Het middageten bestond deze keer uit een blik peren, een pak van 8 verschillende yoghurt toetjes en een stuk stokbrood. Na het eten daalden we af uit het dorpje. We dachten dat we verkeerd waren gereden omdat het wegnummer niet klopte met de routebeschrijving. Dus fietsen we weer terug omhoog het dorpje in. Na nog een keer op de kaart kijken en rondrijden bleek dat we in het begin wel goed zaten maar dat de routebeschrijving niet klopte.

Na nog een tijd over een grote, vrij vlakke weg gefietst te hebben kwamen we op een nog grotere weg uit. Het was een N-weg die bijna vlak was. Er zaten ook geen bochten in. Omdat de 100 cols-tocht zo erg niet-vlak is vermoedden we na 3 km over de vlakke weg dat we wel verkeerd moesten zitten. Dat bleek ook nog te kloppen. We vonden de goede weg uiteindelijk wel weer terug.

Bij een andere vrij drukke weg fietsten we netjes achter elkaar. Bovenop een heuvel maakte de weg een bocht naar rechts. Een auto haalde ons in. Hij reed te veel naar links. Tegelijkertijd kwam er ook een auto ons tegemoet. We hoorden een klap. Wat er aan de hand was zagen we niet meteen want de auto's reden gewoon door. De auto die ons had ingehaald sloeg meteen een zijweg in. Zijn spiegel was kapot. Ze waren dus met hun spiegels tegen elkaar gereden, en het was de schuld van die auto die ons inhaalde. De auto die ons eerst tegemoet kwam haalde ons een minuutje met vol gas in om die andere te gaan zoeken, maar die stond in een zijweggetje.

Tegen het eind van de dag werden alle plaatsnamen in twee talen aangegeven : in het Baskisch en in het Frans. We waren dus in Baskenland aangekomen en al vlak bij de PyreneeŽn.

De camping die we die dag hadden was best goed. Bij de meeste campings stond er niet veel gras meer op de plaatsen of waren de plaatsen helemaal aangestampt zodat je op harde grond lag. Bij deze stond nog wel gras. Er was ook een bar. We gingen na het douchen, wat we tot dan toe elke dag gedaan hadden behalve de dag dat we in de trein hadden gezeten, in het barretje wat drinken. Ze hadden er natuurlijk Baskisch bier. Dat wilden we wel proberen. Het vrouwtje van de camping was ook barvrouw. Ze vertelde dat de naam van het bier, "Akerbelz", zwarte bok betekende. Er hing ook een gewei van zo'n bok in de bar. Net als alle andere Baskische mensen was ze er natuurlijk heel trots op.



Dagafstand : 139 km