Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 2

Dag 7 : De eerste Pyreneeëncols

Col d'Osquich, Col de Gamia, Col de Burdincurucheta, Col de Bagargi


Meteen nadat we het dorpje van de camping uit waren fietsten we al door de bergen. De Pyreneeën waren veel groener dan ik verwacht had. De eerste echt Pyreneeëncol was de col d'Osquich. Hij was niet echt steil en lang. We wisten dat dat zeker niet de zwaarste ging worden.

 col d'Osquich
Uitzicht vanaf de col d'Osquich

Na die col kwam één van de steilste cols van de hele tocht : de col de Gamia. We moesten een paar keer stoppen op de weg naar boven. Maar dat kwam ook omdat het één van de eerste echte cols was. Later konden we meestal wel in één keer naar boven fietsen.

col de gamia
Bovenop de col de Gamia




Na de steile col de Gamia kwam een net zo steile afdaling. Binnen een paar seconden reed je al 60. In het dorpje na de afdaling moesten we stempelen. De bakker was al dicht. Bij een klein cafeetje konden we wel stempelen.

In het centrum gingen we op een bankje zitten eten. Er stond een ventje te liften. Het leek wel of ie er al de hele dag stond. We hadden al meer mensen gezien die aan het hiken waren in de Pyreneeën, maar nog geen lifters. Hij had een bord bij zich waarop stond "Madrid". We hadden het over of liften nou in sommige opzichten beter zou kunnen zijn dan fietsvakantie. Het enige wat we konden bedenken was dat je rare mensen tegenkomt die je meenemen. Verder was het wel zo dat het mentaal misschien nog wel bijna net zo zwaar was als fietsvakantie, omdat je soms een halve dag staat te wachten in de middle-of-nowhere totdat iemand je meeneemt.

Uiteindelijk had de lifter toch iemand gevonden die hem mee wilde nemen. Je zag dat ze zoiets zei als "maar ik ga nie zo ver als Madrid". We fietsen zelf ook maar weer eens aan. De col de Burdincurucheta stond op het programma. Ik vond dit de zwaarste col van allemaal. De temperatuur lag tegen de dertig graden en het was de eerste serieuze col in de Pyreneeën. Hij was ook nog eens heel erg steil, met een paar kilometer lang tussen de 10 en 14% stijging. Op de stukken waar het steiler was dan ongeveer 8% moest ik wel op mijn pedalen gaan staan omdat ik zittend bijna niet meer vooruit kwam.

Burdincurucheta
Bram fietst naar boven op de Burdincurucheta

Burdincurucheta
Op een foto zie je niet echt goed hoe steil het was

Ik had op mijn racefiets als kleinste verzet 32-26. Bram had op zijn fiets 22-32 als kleinste verzet, hij kon nog wel met een normaal beentempo doortrappen als het steil was. Daar werd het alleen niet minder zwaar door. We hebben hier één keer gestopt om uit te rusten. Toen we eindelijk boven waren hadden we een mooi uitzicht.

Burdincurucheta
Op de top was er gelukkig iemand die een foto van ons wou maken.

Burdincurucheta uitzicht





Burdincurucheta bord
Het uitspreken van de naam van de col was net zo moeilijk als er tegenop fietsen.

Na de col volgde een vrij korte afdaling. Er was een terrasje langs de weg. We haalden er een ijsje en we mochten daar onze bidons ook nog bijvullen met water. Er waren verder geen andere klanten. Er hing een reliëfkaart van de Pyreneeën binnen. Daar gingen we even op kijken. Het vrouwtje waarvan het terrasje was kwam ons uitleggen waar we zaten. Ze vroeg ook nog hoe we gingen fietsen en of het niet zwaar was om te fietsen in de Pyreneeën. Maar zo zwaar was dat niet als je maar optijd ergens op een terrasje gaat zitten.

Op de col Hégui-Xouri hebben we wat zitten eten, en zijn we verder naar boven gelopen om nog wat foto's te maken.

Hégui-Xouri
Op de col Hégui-Xouri










Daarna was het nog een klein stukje klimmen tot de col de Bagargi.

col de Bagargi


Vanaf daar kwam er een hele mooie, steile afdaling. Ik heb er 75,5 km/u gehaald. Je moest wel flink remmen voor de bochten. Sommige kon je echt met 60 km/u doorheen vliegen. Toen de afdaling nog wat vlakker werd reed ik nog bijna over een slang die aan de kant van de weg lag.

De camping van die dag lag een paar kilometer na het begin van de klim naar de col de Soudet. Die kilometers waren gelukkig niet zo steil. Op de camping gingen we naast mensen staan die ook op fietsvakantie waren. De campingbaas kwam er aan om ons te vertellen waar we konden betalen. Hij schreef in z'n boekje ook dat "velo hollandais 2" drie stokbroden hadden besteld voor de volgende ochtend. Naast ons stonden ook Nederlanders met de fiets zei hij : "La bas les Hollandais en pied, ici les Hollandais en vélo, et les autres Hollandais en vélo, il sont pas des voitures en Hollande?". Ofwel: "daarachter staan Hollanders die te voet zijn, hier twee die met die fiets zijn, en nog twee die met de fiets zijn. Zijn er dan geen auto's in Nederland?".

Na het douchen gingen we kijken of het terrasje in het dorpje open was. Het was nog open. Ze hadden ook een koeling met drankjes die je mee kon nemen. Een fles wijn leek weer de beste keuze, dus deden we dat maar. Deze keer was 't rode, de vorige keer witte. Weer terug op de camping waren de andere twee Nederlanders er ook. Ze herkenden aan mijn shirt dat we de 100-cols tocht fietsen. Zelf fietste één van de twee, Piet, de tocht ook. Hij was in Saverne begonnen en fietste vier weken. In Carcasonne zou hij weer op de fietsbus terug naar huis stappen. Zijn zwager, May, fietste alleen de laatste week met hem mee. Ze hadden ergens in het dorpje nog een winkeltje gevonden en gingen op hun brandertje nog pasta klaarmaken. Wij dronken de wijn nog op, en nog wat slap gezever later gingen we slapen.

Dagafstand : 96 km