Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 3

Dag 9 : Hele dag klimmen

's Ochtends betaalden we de camping en reden we weer terug naar Entrevaux. Daar hadden we het standaard ontbijt van een brood met beleg en ieder een lekker broodje van de bakker. De zeven kilometer die we nu extra moesten fietsen om weer in het dorpje waar geen camping was te komen werden ons gemakkelijk gemaakt door een wielrenner. Die haalde ons in en we konden er lekker achter aan blijven hangen. Zonder moeite te doen waren we weer op de route. Daar begon het meteen met de Gorges du Cains. Heel steil was het niet maar wel 28 kilometer lang.


De Gorges du Cains waren helemaal rood.


De weg ging vaak door tunnels hier.


Watervallen in de Gorges du Cains

Op het einde van de Gorges waren een paar tunnels waar je omheen kon fietsen via de oude weg.


De oude weg om de tunnels heen.

Het was die dag weer heet, dus we hadden veel water nodig. Ik kon iets meer dan twee liter water meenemen op mijn fiets. En we dronken sommige dagen wel zes liter per dag. We konden geen drinken kopen totdat we weer afgedaald waren na de beklimming van de col de la Couilole. De naam van die col konden we allbei niet uitspreken. Voordat we daar bijna boven waren hebben we een ijsje gehaald. Daarna waren we zo boven op de col.


Uitzicht vanaf de col de Couilole


Bart


Bram




Na die col kwam een best gevaarlijke afdaling. Over een smal weggetje, met redelijk asfalt. Het was er heel steil en je reed constant vlak langs de afgrond. De weg was net breed genoeg voor twee auto's. Er waren veel tunneltjes en bochten waar je niet zag wat er achter de bocht kwam. De col was 1678 meter hoog. We daalden zeker een kilometer af, dus het dorpje waar we uit kwamen lag op 600 meter hoogte ongeveer. 's Avonds zouden we de Bonette op gaan fietsen. Die beklimming begon op 1120 meter hoogte. En dat was ongeveer veertig kilometer verderop. Op de routebeschrijving stond niet dat het een klim was, maar we moesten dus nog 600 meter omhoog in veertig kilometer.

Beneden in het dorpje wilden we eten kopen. Die Fransen gaan tussen de middag altijd eten, de winkeltjes waren dicht tot drie uur. Sinds 's ochtends hadden we alleen nog maar een paar mueslirepen en een ijsje op. Het volgende dorpje was dertien kilometer verder. Het was helemaal niet vlak, daardoor deden we er wel drie kwartier over om daar te komen. Het was ondertussen al weer twee uur 's middags. In Isola was gelukkig wel een restaurantje open waar we een broodje en een blikje drinken haalden. We moesten daar ook stempelen.

Een half uur fietsen verder, in het dorpje aan de voet van de col de la Bonette, vonden we pas het eerste supermarktje van die dag. Het was al vier uur 's middags. De planning was om om vier uur te beginnen met de klim van de Bonette, zodat we rond acht uur aan de andere kant beneden waren. Dat haalden we niet meer, vlak voor vijf uur begonnen we aan de klim. Bijna elke keer als er een auto van de berg naar beneden kwam werd er naar ons gezwaaid, getoeterd, geklapt of een duim opgestoken. Dat was bij al die andere bergen niet. De beklimming was toch wel steil, en bijna dertig kilometer lang. Hoe hoger we kwamen hoe kouder het werd. Een paar kilometer voor de top stapte ik toch maar even af om een jack aan te trekken. Ik pakte ook meteen een appel en een flesje limonade om weer wat energie te krijgen. Bram fietste nogsteeds in zijn korte broek en fietshirtje.

Volgens de bordjes waren we bij de top. Het heette daar alleen niet de Col de la Bonette. Je kon meteen naar de andere kant afdalen of een weg volgen die omhoog liep en een lus maakte om de top van de berg heen. Het was nog een kilometertje heel steil klimmen. Met helemaal afgekoelde benen leek het nog steiler dan het eigenlijk was. De col de Bonette was het hoogste punt van de 100 col tocht. Omdat het al acht uur 's avonds was en we op 2800 meter hoogte zaten was het er wel heel koud. We snapten wel waarom die mensen allemaal naar ons begonnen te toeteren. Voordat we foto's gingen maken trokken we eerst wat extra kleren aan.


Bart


Bart met 100 cosl shirt


Bram




Er liep een wandelpad nog verder omhoog. Toen we net bij de top waren wilde ik wel naar boven lopen, maar nadat we die foto's gemaakt hadden wilde ik zo snel mogelijk naar beneden om het weer warm te krijgen.














Bram trok snel zijn waterdichte broek aan


En ik had al een baard van negen dagen.




De afdaling was zelfs met alle kleren aan ijskoud. Halverwegen de afdaling kwamen we een fietser met bepakking tegen die omhoog fietste. Die was nog gekker dan wij al waren. Tegen de tijd dat die boven zou zijn was het later dan negen uur en zou het nog veel kouder zijn daar. Het dorpje aan de andere kant van de Bonette zou een camping moeten hebben volgens de routebeschrijving. Gelukkig was dat deze keer ook zo. We vonden hem meteen. Op de parkeerplaats een stukje verderop stond een pizzatentje.

Nadat we van 2800 meter hoogte van een helemaal kale berg door de kou waren afgedaald stonden we nu voor een warm pizzatentje met geweldige muziek. Er waren drie jongens pizza's aan het maken. De muziek die op stond kan het beste omschreven worden als super blije instrumentele ska. Daar werden we wel veer vrolijk van. Allebei bestelden we een pizza met shoarma. Terwijl ze die gingen bakken gingen wij naar de camping om ons in te schrijven. Het was gewoon een woonhuis, waar een bord camping bij stond. Als je daar achterom ging kwam je bij de camping uit. In de gang van het huis stond een tafeltje. Werden we door een oude fransman ingeschreven op de camping. Nadat we snel onze spullen hadden neergegooid moesten we weer naar het pizzatentje want onze pizza's zouden al bijna klaar zijn. Ze waren echt lekker. Na het eten gingen we even douchen en daarna lekker slapen. We hadden die dag 145 kilometer gefietst. Dat was iets minder dan een normale dag, maar we hadden ook ongeveer 3500 hoogtemeters gemaakt. Dit was wel de dag met de laagste gemiddelde fietssnelheid. Die was maar 14,6. 's Nachts was het koud omdat het helder weer was en we nog hoog in de bergen zaten.

Dagafstand: 145 km