Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 3

Dag 10 : Drie cols op één dag

's Ochtends maakten we een praatje met een andere fietser. Die had het gister niet zo koud gehad op de bonette. Bram vertelde dat hij de bosjes als wc had gebruikt, omdat hij 's nachts had gedacht dat er tralies voor de deur van de wc's zaten. 's Ochends zag hij dat de tralies een kattenstaarten vliegengordijn waren. In het dorpje gingen we eerst naar de supermarkt, daarna naar de bakker. Het was er best touristisch, in het dorpje werd muziek gedraaid. We herkenden aan de tekst van het nummer dat het "lucy in the sky with diamonds" moest zijn. Het was één rare franse coverversie.

In het dorpje zat ook een winkel waar ze fietsspullen verkochten. Ze hadden geen bagagedragers. Ik kocht er alleen een binnenband en een zakmes waar 'col de Bonette' op stond. Bram kocht een fietsshirt van de Bonette. We vertrokken deze dag pas laat, en er stonden nog drie cols op het programma voor vandaag. Meteen begonnen we met de col de Vars. Daar haalden we de fietser en zijn vrouw die we op de camping gezien hadden in. Halverwegen die klim moesten we een stempel halen. We stonden tien minuten te wachten voor het touristenburo, maar daar hadden ze geen stempel. In het gemeentehuis wel. Op de top praatten we wat met een engels echtpaar. Die gingen al meer jaren in die omgeving fietsen. Nadat we voor elkaar foto's hadden genomen gingen bram en ik een ijsje halen bij het restaurant op de top. Ik wilde naar de wc gaan daar, maar zelfs als klant van het restaurant moest je betalen, dus dat heb ik niet gedaan.


Col de Vars


Uitzicht naar de kant waar we omhoog gefietst waren.

In de afdaling kwamen we door wat dorpjes. Daar gingen we geen eten halen want dat zouden we wel aan het eind van de afdaling doen. Mijn fiets maakte een raar geluid tijdens die afdaling. Elke keer als mijn wiel rond ging hoorde ik een tik. De achterband bleek op één plaats zover versleten dat de binnenband naar buiten begon te komen. Daar moest dus een nieuwe op. Dit jaar had ik wel een reserve buitenband meegenomen. Binnen een kwartier zat die er op en konden we verder fietsen. Tijden het repareren van mijn fiets zagen we een wielrenner langskomen die een fiets en een tenue van skill-shimano had. Zou het Kenny van Hummel geweest zijn?


Bart repareert zijn fiets

Op het eind van de afdaling zat geen dorpje waar we eten konden kopen. Er was wel een weg die schuin omhoog ging, richting de tweede col van de dag, de Izoard. Twintig kilometer verder en meer dan een uur later kwamen we aan bij het dorpje waar de klim van de Izoard begon. Bij het bakkertje werden we geholpen door twee knappe meidjes. Ze glimlachten zelfs naar ons, maar dat was meer omdat wij er zo verwilderd uitzagen denk ik. Eén van de twee vroeg aan me of mijn ketting er af was gelopen, omdat mijn handen zo zwart waren. Ik zei dat ik een lekke band had gehad. Bij het bakkertje hadden ze ook schepijs, dat zouden we als toetje halen. Eerst naar een supermarktje om beleg en drinken te halen.

Bij het bakkertje gingen we een ijsje halen en dat daar samen met de broodjes die we daar hadden gekocht op het terrasje opeten. Ze keken natuurlijk blij verrast dat we weer terug waren. Ik had een ijsje met chocolade en koffie. Maar één met koffie en citroen zou beter geweest zijn omdat die bakken verder naar achteren zaten. Bram bestelde zonder reden een ijsje met meloen en nog iets. De rest van het eten aten we op op een bankje in de schaduw. De salade die we gekocht hadden bleek me komkommer en vette zalm, als ik dat maar binnen kon houden tijdens de volgende klim.

Het eerste stuk van de Izoard was het hard zweten. Daarna fietsten we rustig verder omhoog. Bram wilde even stoppen, ik ging foto's maken.


Een bocht van de Izoard


Het dorpje waar we gegeten hadden


Prijsvraag : Wat gaat Bram met deze bladeren doen?

Deze beklimming was heel mooi. Er zat ook een bocht in waar een grote rots te zien was.


De beklimming van de Izoard







Bovenop de col lieten we een foto van ons maken door iemand van een groep motorrijders.


De top van de Izoard


Uitzicht richting de top


Deze kant gingen we op.





De afdaling

De afdaling ging al over een vrij drukke weg. Toen ik even stopte bij een afslag om op Bram te wachten kwam er een wielrenner naar me toe. Hij zocht de weg naar een col. Met de kaart die ik bij me had kon ik hem wel helpen. Een andere keer stopte er ook een auto terwijl we zaten te eten. Die mensen vroegen ons of we wisten waar de dichtsbijzijnde bouwmarkt was. Dat zouden we vast wel weten als we met twee fietsen met bepakking op een bankje in het park zitten te eten.

De afdaling stopte in Briancon. Het stond daar helemaal dicht met auto's. Met de fiets waren we veel sneller. De weg ging weer tien kilometer licht omhoog. In het laatse dorpje voordat we aan de beklimming van de Lautauret begonnen gingen we nog een keer eten.

Het was zeven uur 's avonds toen we aan de laatste beklimming van de dag begonnen. Dat was de col de Lautauret. De route van de 100 cols tocht liep over de col de Lautauret. Bovenop die col moest je dan rechts, om verder te klimmen naar de col de Galibier. We wilden een rustdag gaan houden bij de Alpe d'Huez, dus we sloegen daar niet rechtaf maar we reden rechtdoor en daalden aan de andere kant weer af naar de Alpe d'Huez.

De Lautauret was niet steil, twaalf kilometer per uur haalden we nog.

Terwijl ik even wat bladeren ging plukken maakte Bram deze foto:




Een stukje voor de top hadden we opeens een heel mooi uitzicht. De maan hing daar boven de bergen. De zon was tegelijkertijd aan het ondergaan. We stonden even te kijken en ik ging foto's maken.


De maan in de zonsondergang




Een wit busje stopte ook in die bocht. Er kwam een fransman uit. Bram had een gesprek met hem. De man sprak wel een beetje Engels. Hij kwam ongeveer honderdvijftig keer per jaar over die weg en hij stopte elke keer om even van het uitzicht te genieten. We vertelden dat we nog naar Bourg d'Oisans wilde fietsen die avond. Daar woonde de man toevallig. Hij zei dat het wel gevaarlijk zou zijn om in het donker af te dalen, want er waren veel tunnels. En het was niet alleen dalen, ook een paar stukjes klimmen. Hij wist dat er in La Grave, een dorpje wat dichter bij lag, ook een camping zat.

We klommen nog even verder en maakten op de top van de Lautauret een foto.


Vlak voor de top


De top van de Lautauret


Het was al bijna donker.

De afdaling was niet koud. Het werd al snel donker. Het eerste deel van de weg was goed. Er reden veel bussen en auto's. Na een paar kilometer werd de weg slechter en kwamen we door een paar tunnels. Als er dan een auto aan kwam maakte het zoveel herrie dat je dacht dat er wel twintig auto's aan kwamen. Voor een andere tunnel zat er een soort drempel in de weg waardoor ik bijna van mijn fiets vloog. Daarna zagen we al snel een bordje 'camping' staan. We zaten nog lang niet in Bourg d'Oisans, maar het was te gevaarlijk om nog verder af te dalen.

De camping lag iets lager dan het dorpje. De receptie was al dicht. We gingen op een vrije plaatst staan. Daarna alle spullen neergelegd en gaan douchen. Bram had een hele grote douche gevonden. Het was de invalidendouche denk ik. Ik ging bij de andere douches wachten. Er waren maar twee douches. Op de deur stond dat je binnen vijf minuten er weer uit moest zijn maar ik moest wel een kwartier wachten voordat één van de twee douches weer vrij was. Ondertussen praatte ik met een Ier. Die waren dezelfde dag aangekomen met de auto. Hij ging in de omgeving mountainbiken met een gids. Toen we vanaf het dorpje naar de camping afdaalden had hij ons al gezien. Hij had in een boekje iets gelezen over een Engelsman die in tweehonderd dagen een fietsreis om de wereld ging maken. Als ik zou willen mocht ik het artikel hebben van hem. Dan zou ik de volgende dag maar naar hun tent moeten komen. Ze hadden een oranje kano op het dak van hun auto, dus die zou ik makkelijk moeten kunnen vinden. Ik keek eens in de spiegel en ik zag dat ik er niet uit zag. Mijn haar zat helemaal door elkaar en overal zat vuil of smeer. De Ier wou me nog voor laten gaan maar ik zei 'ik wacht hier nog wel even, het is hier toch lekker warm'. Ondertussen at ik de laatste mueslirepen op die nog in mijn fietsshirt zaten.

Na het douchen moesten we weer terug naar de bivakzakken. Het was al donker. Gelukkig wisten we nog waar we ze neer hadden gelegd, want door de camouflage zag je ze niet liggen. 's Nachts zag ik een paar vallende sterren. Het was een heldere nacht en we zaten nog op meer dan duizend meter hoogte, dus het werd heel koud 's nachts.

Dagafstand: 139 km