Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 3

Dag 11 : Een echte fietsvakantie-rustdag


Dit zagen we toen we wakker werden.

Vandaag was het een rustdag. Dus konden we uitslapen. Een uur later dan normaal stonden we op. Toen ik naar de wc ging kwam ik de Ier nog tegen. De receptie van de camping was nou wel open. We betaalden en fietsten een stukje omhoog naar het dorpje. Daar haalden we in het winkeltje twee chocoladebroodjes en wat drinken. Het zou nog twintig kilometer afdalen zijn tot aan de Alpe d'Huez. Ik was blij dat we dat stuk de avond ervoor niet meer hadden gedaan in het donker. Er waren veel tunnels. Overdag was het al niet leuk om door de slecht verlichte tunnels te fietsen met gaten in de weg en waterdruppels die naar beneden vielen. De weg liep ook langs een stuwmeer. Daar ging het ook omhoog. Na veertig minuten fietsen waren we pas in Bourg d'Oisans. Als we dat die avond van tevoren nog hadden gedaan was het bijna tien uur geweest.

Zoals verwacht waren er meerdere campings daar. We kozen er één uit dicht bij de camping. Er zaten daar natuurlijk veel Nederlanders. Het meisje achter de kassa moest lachen toen we al ons kleingeld bij elkaar moesten schrapen om de veertien euro voor de camping te kunnen te betalen. We moesten wachten totdat ze andere klanten had geholpen, dan zou ze meefietsen met ons om de plaats aan te wijzen. Die hadden we zelf ook wel kunnen vinden. Na een paar minuten kwam ze weer naar buiten. Ze ging met haar vouwfietsje voorop, en wij met twee fietsen met bagage er achter aan. Op het veldje voor mensen die maar één nacht bleven konden we onze tenten opzetten.

Nadat we dat gedaan hadden liepen we naar het centrum. Het zou vast een fijne rustdag worden vandaag. We moesten een bagagerek kopen voor mijn fiets, kaarten sturen, goed eten, de Alpe d'Huez opfietsen, telefoons opladen, kleren wassen, fietsen onderhouden, douchen en nog veel meer. Omdat het dorpje bij de Alpe d'Huez lag waren er wel drie fietsenwinkels. Bij de eerste fietsenwinkel hadden ze geen bagagedrager. De tweede fietsenmaker begeep helemaal niet wat ik wilde hebben. Nadat ik een minuut lang met mijn armen rond had gezwaard bij het achterwiel van een fiets en allemaal dingen als "rack, bagage, ici ici" had geroepen snapte ze het. Natuurlijk had deze fietsenmaker ook geen bagagerek, daar had ik ook nog niemand in Frankrijk mee zien rijden. Maar ik wist nou wel hoe zo'n ding in het Frans heette, namelijk een "porter-bagage". Dat scheelde weer tijd bij de derde fietsenmaker. Ik kwam binnen, zei "porter-bagage" en de fietsenmaker schudde zijn hoofd.

Nadat we geld gepind hadden gingen we weer terug naar de eerste fietsenmaker, waar we nog andere dingen wilden kopen. In de winkelstraat waren ook een paar restaurantjes. Die avond zouden we daar heen gaan om tenminste één keer in de vakantie fatsoenlijk te kunnen eten. Bram kocht een pet van de Alpe d'Huez bij de fietsenmaker. Ik kocht een nieuwe buitenband, een ketting en een kettingpons. De ketting die nou op mijn fiets zat was al heel dun. Op de terugweg naar de camping haalden we eerst bij een bakkertje twee stukken vlaai. Bij de supermarkt haalden we eten voor tussen de middag en drinken voor tijdens de beklimming van de Alpe d'Huez.

Naast ons op de camping was een groep van vijf jongens komen staan. Ze leken het meest op Delftse studenten. In hun gehuurde volkswagen busje stonden hun racefietsen. Ze keken raar naar onze bivakzakken. De vraag die ze daarna stelden hebben we wel twintig keer gehoord tijdens de hele fietsvakantie "is dat niet koud?". Nee, het was niet koud. Ze hadden het ook nog over "die ene met die stadsfiets" hoorden we. Daar bedoelde ze bram mee, met zijn stadsfiets die twee keer zo duur was als hun racefietsen. Hij was ook minstens tien minuten sneller op de Alpe d'Huez als de snelste van die andere ventjes.

Op de camping aten we het krachtvoer op. De tassen gingen van de fietsen. Mijn balhoofd moest ik bijstellen want dat zat helemaal vast. We zouden proberen om zo snel mogelijk de Alpe d'Huez op te fietsen. Misschien konden we binnen één uur naar boven fietsen. Na het eten wachtten we tot dat gezakt was. Het was maar een kilometer fietsen tot het begin van de klim. De eerste paar kilometer zouden het steilste moeten zijn. Bij de startstreep vertrokken we toen mijn kilometerteller precies bij een nieuwe minuut begon. Ik zette aan en viel bijna van mijn fiets af. Eerst dacht ik dat mijn stuur los zat omdat ik iets verkeerd had gedaan bij het afstellen van mijn balhoofd. Mijn fiets zwieberde alle kanten op als ik op de pedalen ging staan. Na honderd meter ging het al beter, het verschil tussen fietsen met en zonder bagage zorde ervoor dat mijn fiets zo raar leek te doen. Het eerste stuk reed ik bijna zo hard mogelijk. Na tien minuten was ik al bijna buiten adem, maar het eerste steile stuk zat er gelukkig op. Bram was op zijn vakantiefiets wel iets langzamer. Mijn helm had ik op mijn hoofd gehouden. Dat was veel te heet dus ik probeerde die aan mijn stuur te maken terwijl ik doorfietste. Dat lukte niet goed want de bandjes waren te lang. Tijdens het fietsen die bandjes verstellen ging wel. Het lukte toch niet om mijn helm goed vast te maken. Toen had ik hem maar ergens langs de kant in het gras gegooid. Op de terugweg zou ik hem ophalen. De klim werd minder steil maar daar werd je niet minder moe van als je dan harder fietste. Er was geen één wielrenner die mij inhaalde. De meeste wielrenners die ik inhaalde haalde ik in net na een bocht. Het was dan veel vlakker maar ze bleven allemaal in een klein verzet door trappen om uit te rusten. Na een half uur was ik echt al heel moe. Het was ook heel erg heet.

Er stonden twee fotografen. De eerste stond ongeveer halverwege de berg, de tweede bijna bovenaan. Het verschil tussen die twee foto's is goed te zien. De tweede fotograaf stond heel erg in de weg. Die sprong bijna voor je fiets. Bij de tweede fotograaf had Bram het briefje waar op stond hoe je de foto kon bestellen weggesmeten toen de fotograaf dat aan hem gaf. Die begon daarna allemaal op hem te schelden. Daarom keek Bram ook zo sachrijnig op die tweede foto's.


Bart bij de eerste fotograaf





Bram bij de eerste fotograaf





Bart bij de tweede fotograaf





Bram bij de tweede fotograaf




Nog drie minuten had ik voordat het uur voorbij zou zijn. Ik wist al dat ik het niet zou gaan halen, het was nog ongeveer twee kilometer. Na een uur, één minuut en ongeveer twintig seconden was ik boven op de streep. De Alpe d'Huez was geen echte col. Je kon nog verder naar boven fietsen. Dan kwam je echt in het dorpje uit. Bram kwam maar een paar minuten later boven, in één uur en vier minuten. Ik was net zo moe als toen ik bovenkwam op de Mont Ventoux, maar het ging sneller over. Er kwam een vent naar ons toe die vroeg hoe lang we er over gedaan hadden. Hij had er zelf vier minuten langer over gedaan dan ik. Maar hij was al 62, dus dat vond hij heel goed van z'n eigen. En hij had zelfs al een andere berg opgefietst vandaag. Ik dacht laat hem maar, ik ga niet vertellen dat we de afgelopen drie dagen ongeveer 8000 hoogtemeters hadden gemaakt.


Bram bovenop de Alpe d'Huez


Bart

In een winkeltje op de top gingen we een souvenir kopen. De Alpe d'Huez minder zwaar dan je zou verwachten omdat hij zo bekend is. In het winkeltje verkochten ze vooral kleding en een paar fietsspullen. Ik ging een t-shirt uitzoeken wat ik normaal ook zou kunnen dragen. Het was wel een echte rustdag, dus konden we de tijd nemen. Een goeie rustdag is ook niet compleet zonder goeie muziek. De eigenaar van de winkel zette gelukkig heel hard een cd van Pink Floyd op. Ik kocht een shirt en we bleven nog een kwartier daarna in de winkel rondhangen om naar de muziek te luisteren. We waren de enige klanten en die vent had wel door dat we daar alleen nog zaten voor de muziek.

De afdaling zonder bagage was wennen. Je kon minder hard remmen omdat je achterwiel sneller wegslipte. Bram haalde in de afdaling bijna 70 km/u. Voor de bocht die daarna kwam moesten we extra hard remmen omdat daar die fotograaf stond. Mijn achterwiel begon te slippen en ging een stukje dwars. Gelukkig zijn we allbei niet gevallen. Een stukje later stopte ik om mijn helm die ik tijdens de beklimming weg had gegooid uit de bosjes te gaan halen. Terug op de camping zijn we eerst gaan douchen.

Tijdens de eerste tocht naar het centrum zagen we een garage. We gingen er heen met mijn bagagedrager in twee stukken, misschien konden ze hem daar lassen. Er waren twee bedrijfjes. Ze waren allebei dicht. Mijn bagagedrager moest wel binnenkort weer gemaakt worden, anders zou de andere kant zeker ook afbreken. Vanaf de garage liepen we naar het Casino, zo heet die supermarkt-keten. Daar naast zat een winkeltje waar ze ongeveer hetzelfde verkochten als hier bij de Blokker. Het vrouwtje achter de kassa keek wel raar naar me toen ik daar met die bagagedrager in mijn hand naar buiten liep.

De Casino supermarkt was heel groot, er zat ook een gedeelte bouwmarkt bij. Daar kocht ik een rol ducktape zodat ik toch nog mijn bagagedrager kon repareren. Verder kochten we nadat we alle gangen twee keer hadden gehad nog wat eten voor nadat we uit eten waren geweest en bier. Dat brachten we allemaal weer terug naar de camping. Eigenlijk hadden we al de hele dag gelopen of gefietst, en het was nog wel een rustdag. Dus eerst gingen we een half uurtje niks liggen doen. Daarna moesten we weer naar het dorpje om uit eten te gaan.

Voor de derde keer die dag liepen we naar het centrum. Er waren twee goeie restaurantjes waar we konden gaan eten. Eerst gingen we kaarten kopen om naar huis te sturen. Nergens hadden ze echt leuke kaarten, zeker niet zo leuk als die we vorig jaar gezien hadden. Dit jaar had ik er aan gedacht de pen die ik bij me had mee te nemen naar het dorpje. Dan hoefde we voor de eerste keer in vier jaar geen pen te kopen op fietsvakantie. Bij het restaurantje konden we pas om zeven uur terecht. We hadden wel honger, bij het bakkertje hadden ze gelukkig lekkere bessentaartjes. In het dorpje was niet heel veel te doen. We liepen alle winkels langs. Ik moest natuurlijk nog wel een mooi souvenir meenemen, gelukkig hadden ze ook een winkeltje met mooie kettinkjes.

Om zeven uur mochten we eindelijk gaan eten. Bij het restaurantje bestelden we het menu van de dag en een halve liter rode wijn. Het eten was best goed maar niet super lekker en ook niet heel veel. Aan het tafeltje naast ons kwam een Nederlands gezin te zitten. We hoorden wel dat ze over ons praatten, ze hadden gezien dat we op fietsvakantie waren. Tussen het voorgerecht en het hoofdgerecht hadden we even de tijd om kaarten te schrijven.

De mensen aan het tafeltje naast ons begonnen een praatje. Ze vroegen of we op de fiets waren. We legden uit welke route we reden. Natuurlijk vroegen ze of we dan met de trein terug gingen vanaf het einde van die route. Ze waren zelf op de Croix de Fer geweest. Maar die was wel heel zwaar zeiden ze -Wij dachten dat die man of vrouw hem opgefietst was- "met de auto" voegden ze er aan toe. Ze stonden op dezelfde camping als waar wij stonden.

Voordat we weggingen bij het restaurantje schoof ik een zakje mayonaise in mijn zakken. Weer terug op de camping kon ik dat gebruiken om mijn versnellingskabels te smeren. De voorderailleur van mijn fiets zat helemaal vast. De buitenkabel was gescheurd en dat was een beetje gaan roesten. Heel veel vertrouwen in die mayonaise om dat te smeren had ik niet, maar ik had geen smeermiddel bij me. Nadat ik alle scheuren en uiteinden van de kabels in had gesmeerd met mayonaise probeerde ik te schakelen. "rr-rr-rr-rr-rr-rr-rr" ging het, mijn fiets schakelde opeens beter dan voordat ik op fietsvakantie vertrok. Dat was echt lachen.

De Delftse ventjes zaten aan een tafel te zuipen en sterke verhalen te vertellen. Eerder die dag zeiden ze dat ze doorreden naar de Mont Ventoux. Ik geloofde dat wel want dan zou je best een leuke vakantie hebben. Later bleek het gewoon een grapje te zijn. We aten snel al het eten wat over was op en dronken het bier op. Bram had Chimay en ik had bier met honing. Mijn afgebroken bagagedrager heb ik gespalkt met twee stukjes plastic van de verpakking van de kettingpons en een halve rol ducktape. Er bleek nog een ander stukje van de bagagedrager gebroken te zijn. Daardoor schuurde het bijna over mijn band.

Eindelijk was het dan tijd om te gaan slapen. We lagen net in onze bivakzak toen er een groepje meisjes langs kwam die uit verveling over de camping waren gaan rondwandelen. We werden helemaal geïntervieuwd over waarom we geen tent hadden, of het wel lekker sliep, waar we vandaan kwamen, waar we naartoe gingen, en natuurlijk de vraag of het niet koud was in zo'n zak.

Het was weer een vermoeiende rustdag geweest. De hele dag hebben we gelopen of gefietst. De hele waslijst van dingen die nog gedaan moesten worden was afgewerkt, behalve één ding. We hadden onze gsm's nog niet op kunnen laden.

Dagafstand : 60 km