Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 3

Dag 12 : De Galibier

Het was weer een koude nacht geweest. We waren al wakker. Zolang de zon niet op onze bivakzak scheen bleven we liggen. Het zou anders toch veel te koud zijn om er uit te gaan. Ik hoorde de Delftse ventjes praten. Ze hadden het er over waarom de drie Italianen die aan de andere kant van ons op de camping stonden zo aan het lachen waren. Dat kwam dus omdat ze naar onze bivakzakken aan het kijken waren. Toen Bram zich omdraaide hoorde ik ze zelfs lachen. Eén van die Delftse ventjes schreeuwde een keer keihard "commandostyle", die dacht ook dat wij nog lagen te slapen.

Toen ik wou opstaan kwamen de drie Italiaanse ventjes die op de motor waren naar me toe gelopen. Ze vroegen hoe zo'n bivakzak werkte. Het was best moeilijk uit te leggen, maar ze knikten net alsof ze het begrepen. De Delftse ventjes hadden hun vuilniszakken boven op hun busje gezet zodat ze die niet naar de uitgang hoefden te dragen. Daarmee reden ze weg. Bram had gehoord dat ze ook een keer vergeten waren dat die vuilniszakken er nog op stonden en dat die er toen ergens onderweg af waren gevallen.

We moesten weer heel het stuk vanaf Bourg d'Oisans naar de top van de Lautauret terug klimmen. Het eerste deel was niet zo steil. De vijftien kilometer voordat we weer bij het dorpje waren waar we twee dagen geleden op de camping gestaan hadden waren al wel steil. In dat dorpje haalden we wat eten en drinken en klommen weer verder. Het was nog tien kilometer tot de top van de Lautauret. We zagen veel wielrenners afdalen met een startnummer op hun frame. Misschien was de Marmotte, een toertocht, wel vandaag. Op de top van de Lautauret kochten we een brood. Het was te heet om in de zon te gaan zitten. Er was een bijna leeg terras met bankjes en parasols. Daar gingen we eten. Al snel kwam er een vrouwtje op een strenge toon tegen ons zeggen "a drink or no table". We bestelden wel twee cola, maar ik denk dat ze toen nog niet blij waren dat we daar zaten. Het brood sneden we zoals gewoonlijk in plakken van minstens drie centimeter dik en smeerde er een dikke laag chocoladepasta op. Ik dacht dat het drinken ongeveer zes euro zou kosten. Volgens Bram kon dat nooit zo duur zijn. Het bleek 5,90 te kosten voor twee cola. Nu we toch op het terras zaten ging ik nog even naar de wc van het restaurantje. Daar stond een hele rij voor. Een Fransman zei tegen me dat La Marmotte al eerder dit jaar was gereden.

Het was nog acht kilometer van de top van de Lautauret tot de top van de Galibier, volgens het bordje. Die kilometers waren nog steiler dan de kilometers die we die dag al gedaan hadden. We deden rustig aan, anders is vijftig kilometer klimmen nooit vol te houden. Vanaf de Galibier had je een heel mooi uitzicht. We stopten om foto's te maken.


Uitzicht naar het zuiden







Een paar kinderen begonnen opeens "marmot" te roepen. Er zat een echte marmot ergens op de berg. Hij hobbelde van de ene naar de andere steen. Gelukkig had ik een heel goeie camera, dus ik heb een scherpe foto kunnen maken van hem.


DE Marmot

Toen we dachten dat we er eindelijk waren bleek dat de acht kilometer van de beklimming niet tot de top waren, maar tot de tunnel die onder de top door ging. De echte top was nog twee kilometer fietsen over een weg die 10% omhoog liep. Ik vond dat niet zo fijn, maar Bram had echt helemaal geen zin meer in het laatste stuk. Er was voor de tunnel ook al een souvenirswinkeltje. Ik dacht dat er op de top ook wel één zou zijn. Het uitzicht vanaf de echte top was heel mooi. We maakten eerst een foto van het bordje van de col.


col du Galibier

We gingen te voet verder naar het uitzichtspunt.


Vanaf deze kant zijn we omhoog gefietst


Hierheen gingen we afdalen, onderin is het souvenirwinkeltje waar we nog heen gingen





Oriëntatietableau op de top van de Gailbier

Voordat we gingen afdalen keek ik m'n fiets een keer na. M'n remmen heb ik de hele vakantie niet hoeven vervangen. Het stukje van mijn bagagedrager wat over mijn band zou kunnen gaan schuren zat nu wel heel dicht bij mijn band. Ik zei tegen Bram "ik moet ergens een stukje stevig metaal vinden van ongeveer twintig centimeter lang, dan kan ik dat repareren". Hij zei van "ja dat vindt je ook echt hier boven op de Galibier". Ik dacht ook dat ik dat nooit zou vinden. Ik had al gekeken of het ook niet te repareren was door de tekentang die ik bij me had op een goeie manier vast te ducktapen. Dat zou ook niet werken.

We daalden een stukje af, tot aan het souvenirswinkeltje. Daar zette ik mijn fiets tegen de muur. Op de grond zag ik iets bruins liggen. Met mijn voet veegde ik wat steentjes weg. Daar lag een stuk betonijzer dat precies de goede lengte had om mijn bagagedrager te repareren. Ik pakte het op en keek heel erg blij. Zo blij zelfs dat Bram er een foto van ging maken.


Zo blij had ik de hele vakantie nogn niet gekeken.

In het winkeltje hadden ze niet zo veel leuke dingen. Het enige ding wat mee te nemen was zonder dat het kapot ging en waar op een fatsoenlijke manier "Galibier 2645m" op stond was een klein metalen bordje. Dat kocht ik. Bram wilde van elke berg een pet kopen. Hij had al een pet van de Tourmalet, Mont Ventoux en de Alpe d'Huez. In dit winkeltje hadden ze geen petten. Het winkeltje voor de tunnel, aan de andere kant van de berg, had er misschien wel. Terwijl Bram via de tunnel terug ging naar de andere kant van de berg ging ik mijn fiets weer eens repareren.


Reparatie met twee stukjes betonijzer


Het afgebroken stukje wat ik op de rustdag vastgemaakt had.

Bram kwam weer terug door de tunnel. Hij had toch een pet gevonden in het andere winkeltje. We daalden verder af. Het was een klein stukje klimmen om de top van de col du Télégraphe te bereiken.


Bram


Bart

De afdaling van de Télégraphe was een fijne. Er waren dit jaar weinig bergen met steile afdalingen waar je makkelijk meer dan 65 km/u haalde. Na de afdaling kwamen we op een drukke weg terecht. Hij ging ook schuin omhoog, we konden er niet snel over rijden. In het volgende stadje haalden we wat eten bij een bakkertje. Buiten de stad kwamen we over nog twee kleine beklimmingen. Het bleef heuvelachtig. De planning voor deze dag was om de Galibier over te fietsen en dan meteen op een camping te gaan staan. De beklimming van de Galibier was sneller gegaan dan we dachten. Het was nog niet zo laat. De camping waar we de volgende dag op uit zouden komen stond al vast, anders zouden we heel kort of heel ver moeten fietsen. We konden dus kiezen om vandaag of morgen langer te moeten fietsen. Toch besloten we maar om vandaag wat eerder op een camping te gaan staan. Vlak voor het dorpje met de camping reed een tegenligger die aan het inhalen was ons bijna van de weg.

De camping hadden we snel gevonden. Er was een grappige campingbaas. Hij vertelde dat er 's ochtends een bakkertje op de camping zou komen, die had heel lekkere chocoladebroodjes. In dit deel van Frankrijk hadden ze meer chocoladebroodjes, in de Pyreneeën meer pains-au-raisin. We hadden niet meer veel geld. Net genoeg om de camping te betalen en twee biertjes te kopen. Er was nog een halve plaast over voor ons, helemaal achterin de camping. Rond acht uur hadden we alles uitgepakt. Niet heel vroeg maar vroeger dan anders. Eerst dronken we het bier op, nu het nog koud was. Daarna even douchen. De camping lag naast een riviertje, er zaten heel veel muggen. De accu van mijn telefoon was bijna leeg. Gelukkig kon ik nog wel tien minuten bellen. Daarna hoorde ik wat piepjes en ging hij uit.

Om tien uur kropen we in onze bivakzakken om te gaan slapen. Een uur later, twee keiharde knallen !! Daarna nog meer knallen. Ik schrok me helemaal kapot. Wat zou er op een camping staan wat zo hard kan ontploffen? Door een kier keek ik naar buiten en zag wat groene dingen in de lucht. Het was gelukkig maar vuurwerk. 's Nachts was het weer eens koud.

Dagafstand : 124 km