Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 3

Dag 14 : Regen en honger

Het had de hele nacht een beetje gemiezerd. Alles in mijn bivakzak was droog gebleven. Bij Bram waren er plassen water op zijn bivakzak blijven staan. Dat was wel een beetje doorgelekt. We haalden het brood wat we de vorige dag besteld hadden op en rekenden alles af. De eerste vijf kilometer gingen we verder met de afdaling van de Cormet de Roseland. We hadden onze pedalen nog niet één keer rondgedraaid of we mochten beginnen met de Col des Saisses. Toen we boven op de col stonden begon het al te miezeren. We namen geen foto's en daalden meteen af. In de afdaling begon het steeds harder te regenen. Met één oog dicht en één oog half open daalden we af door de regen. Telkens zag je een stukje weg, waarna je weer water in je oog kreeg. Het regende steeds harder en het leek er ook op dat het hagelde, zo hard kwamen die druppels op je armen. Onder een afdakje deed ik de regenhoezen om mijn tassen en we trokken wat warmere kleren aan. Even later leek het er op dat het op zou houden met regenen. We fietsten weer verder. Binnen een paar seconden begon het nog harder te regenen dan het al deed. Je kon nou echt niks meer zien. Ik reed een oprit op en ging onder een afdak van een huis schuilen.

Na de afdaling van de Col des Saisses begon meteen weer de Col de Aravis. Het was weer droog en nou was het weer veel te heet omdat we allemaal extra kleren aan hadden. Op de Col de Aravis maakten we ook alleen snel een foto zodat we konden laten zien dat we die gedaan hebben.


De col de Aroavies, zoals we hem noemden

Weer hadden we niet veel tijd om bij te komen want in de afdaling van deze col begon alweer de col de le Croix Fry. Daar haalden we een vrouwtje in die naarboven aan het hardlopen was. Eerst dat ik dat ze een beetje gestoord was omdat ze zo met haar armen zwaaide. Boven op de top hebben we een appel en wat mueslirepen naar binnen gewerkt. En natuurlijk onder toeziend oog van heel het terras in het restaurant wat op de top stond een stempel gehaald. Het hardlopend vrouwtje kwam weer voorbij. Nou zag ik ook waarom ze zo met haar armen zwaaide, er vloog een hele zwerm vliegen om haar heen.


Col de la Croix Fry, met donkere wolken op de achtergrond

Na deze afdaling kwamen we alleen nog maar door kleine dorpjes. Er was nergens een winkeltje open. We hadden de hele dag nog geen boodschappen kunnen doen. Eerst kregen we nog een heel steil klimmetje, daarna zouden we zeker een dorpje met eten vinden. We reden met een boog om Annecy heen. Elke keer als we weer in een dorpje aankwamen bleek er geen eten te zijn. Bij één dorpje was Bram een eind verder gefietst om te kijken of in het centrum een winkeltje was. Het was al vier uur 's middags, nogsteeds geen winkeltje gevonden. In het centrum stond wel aangegeven dat bij de rotonde bij de snelweg die we over gingen steken een supermarkt was. Die konden we ook nergens vinden. In een ander dorpje was wel een restaurant. Dat was ook gesloten. Uiteindelijk kwamen we na twee uur met honger te hebben rondgefietst in een groter dorpje met een grote supermarkt. We hadden geen geld meer. Ik ging eerst pinnen.

Omdat we honger hadden kochten we veel te veel eten. Het was ook nog best vroeg en niet ver meer naar de camping. We kochten dus ook wijn, nootjes chocolade en fruit om onszelf op de camping nog een keer vol te kunnen stoppen. Het eten wat we in de supermarkt kochten aten we op op de stoeprand bij de parkeerplaats. De zon scheen nu wel weer. Deze keer hadden we in plaats van paté de campagne of paté de canard, paté de lapin. Dat was dus gemalen konijn. Toen we een heel brood met flappie en een aantal puddinkjes ophadden fietsten we weer verder.

Het was minder dan vijftien kilometer tot het dorpje met de camping, vandaag zouden we lekker vroeg op de camping aankomen. Het stadje Rumilly was best groot. De camping konden we zo snel niet vinden. De beste tactiek, hebben we ondervonden, was om dan naar het centrum te fietsen. Daar zijn altijd genoeg mensen om te vragen waar de camping is, en als je geluk hebt een kaart. We vonden al snel een kaart. Er was een "rue de camping". Er stond alleen niet aangegeven of daar ook echt een camping was. Drie vrouwtjes waren buiten een huis op een bankje met elkaar aan het kletsen. Ze hadden ons al een tijdje in de gaten zitten houden. Ik ging aan hun vragen of ze wisten of aan de rue de camping een camping zat. Toen ik me omdraaide om het te gaan vragen hoorde ik één van de vrouwtjes al zeggen "ils vont demandér", ofwel "ze komen het vragen". Ze wisten niet of de rue de camping een camping had. Er was wel zeker een camping aan de rue de Madrid. Dat lag buiten het centrum bij het industriegebied, niet in de richting van de 100 cols tocht. We hadden eigenlijk geen keuze, en zeker geen zin om die dag niet op een camping uit te komen. Na een kilometer of vier door de stad, een grote weg en een stukje industriegebied vonden we de camping.

Ik dacht dat een camping die op die locatie zou liggen nooit fijn zou kunnen zijn. Dat viel allemaal heel erg mee. De receptie zou eigenlijk om acht uur dicht zijn. We kwamen om negen uur aan, net toen ze de deur op slot draaiden. We betaalden voor één nacht. Ik had mijn helm even los achterop mijn fiets gezet. Andere keren klikte ik mijn helm altijd vast aan mijn snelbinders. Toen we naar de plaats wilden fietsen viel mijn helm van mijn fiets. Dat was die dag al vaker gebeurd. In totaal is mijn helm wel tien keer van mijn fiets gevallen omdat hij niet vast zat. Twee keer daarvan was Bram er bijna overheen gereden. Hoe later het in de fietsvakantie was, hoe vaker ik vergat dat mijn helm niet vastzat.

We konden niet meteen op onze plaats gaan staan. De man die de plaats naast ons had versperde de weg met zijn caravan die hij op zijn plaats moest zetten. Omdat hij te lui was om zijn caravan tien meter te duwen had hij een afstandsbediening waarmee hij hem kon besturen. Voor die tien minuten werk dat het scheelde om de caravan niet te hoeven duwen moest hij zeker 400 euro extra betalen voor zo'n apparaatje. Daar moest hij dan weer een halve week voor werken. Ook dacht Bram dat het wel een liter extra benzine zou kosten om dat motortje van dat apparaat helemaal naar Zuid-Frankrijk mee te nemen.

Het was een hele opgave om een halve liter wijn, een zak met nootjes, twee chocoladerepen en een grapefruit op te eten. Omdat het langer duurde dan verwacht om de camping te vinden was het al laat. In het donker kwamen we terug uit de douche. Daarna gingen we maar snel slapen.

Dagafstand : 140 km