Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 3

Dag 16 : Saaie regendag

's Ochtends was het droog. Het was wel helemaal bewolkt. Ik wilde me aankleden maar m'n fietsbroek was kwijt. Ik dacht dat hij misschien aan de andere kant op het stenen bankje lag, dat kon ik niet zien. Bram wilde ook niet gaan kijken, dus ik gebruikte mijn slaapzak maar even als tijdelijke broek en kwam er achter dat m'n fietsbroek ook niet op het bankje lag. Ergens onderin mijn bivakzak vond ik hem weer terug. Daarna wilde ik gaan plassen. Eerst dacht ik ik ga maar tegen de kerk aan staan, dan ziet niemand dat ik op dat veldje sta. Maar het leek me toch beter ergens midden op het veldje te gaan staan voor het geval de pastoor langs zou komen.

Het oude vrouwtje in het cafeetje had het ontbijt al klaar staan voor ons. Croisantjes, stokbrood en jam. Het was het lekkerste ontbijt van heel de fietsvakantie, want we kregen warme chocolademelk. We vroegen een stempel voor in ons boekje. Voor het avondeten en ontbijt bij elkaar hoefden we maar 38 euro af te rekenen.

Onder een grijze hemel sprongen we op onze fiets. We moesten een paar kilometer todat we op de top van de col waren. In het dorpje waar we eigenlijk de vorige nacht naar de camping zouden gaan bleek inderdaad geen camping meer te zitten.


De Col de la Croix de Serra

De route was redelijk vlak. Hoe noordelijker we in Frankrijk kwamen hoe minder vaak er een bakkertje of supermarkt te vinden was in de kleinere dorpjes. Om elf uur begon het te regenen. Het hield ook niet meer op. We trokken onze warmste kleren aan en fietsten verder. Tijdens een beklimming kwamen we langs het dorpje "le petit village", ofwel "het kleine dorpje".


Ook eens een keer een foto van het slechte weer


Het kleine dorpje in de regen

De fabriek waar ze alle plaatsnaamborden van Frankrijk maakten zagen we ook nog. In het volgende dorpje was weer eens geen winkel, terwijl we al wel honger hadden. In de kou aten we de sinaasappel die we nog hadden. Lekker uitrusten was het niet want we koelden steeds meer af. Het duurde meer dan een uur voor dat we in een dorpje met een epicerie kwamen. Het regende toen nog harder dan in het begin van de dag. Het vrouwtje van de winkel legde uit waar een afdak was waar we onder konden schuilen.

Onder het afdak stonden al twee vakantiefietsen met bagage. De fietsers waren er niet bij. Die zouden vast in het hotel zitten wat tegenover het afdak lag. Stilstaan onder het afdak was kouder dan door de regen fietsen. We wilden toch wel eten, want we hadden al twee uur honger. Een half uur lang hebben we daar kou staan te lijden. Opdrogen ging niet, maar Bram kon wel z'n sokken uitwringen, dat hielp ook. De fietsvakantiemensen die in het hotel zaten gaven het voor de rest van de dag op. Ze kwamen hun fietsen ophalen en gingen alles lekker op laten drogen. Wij fietsten verder door de regen die nog steeds niet opgehouden was.

's Avonds droogde het wel een beetje op. Om half zes kochten we het laatste brood wat nog bij een bakkertje stond. De heuvels waar we overheen moesten waren allemaal helemaal niet steil. Het was nog vijftien kilometer tot de camping, waarvan tien afdaling. Eindelijk was het droog. Op een bankje gingen we de sinaasappel die we al twee uur lang mee hadden gefietst door de regen opeten. Ik pelde de mijne en deed hem doormidden. Hij was helemaal rot dus ik kon hem weggooien.

De camping hadden we daarna snel gevonden. In de afdaling zag ik een groot hert oversteken. In het dorpje van de camping zagen we ook een restaurantje, daar wilden we na het douchen even wat gaan drinken. De camping lag aan een riviertje. Het kostte maar 5,60 voor twee personen. Dat was de goedkoopste camping van heel de vakantie. De douches waren ook fijn. Na een hele dag regen waren we nu lekker warm gedouched. We hadden geen eten of drinken meer. We liepen naar het restaurantje om na een heel zware dag een welverdiend drankje te drinken. Het was negen uur, en er was daar bijna niks te doen. We keken even rond. Aan de bar stonden geen krukken. De serveerster kwam naar ons toe en vroeg of we alleen iets wilde drinken. Dat wilden we wel. Toen zei ze dat we alleen konden eten. Dat hoefde niet want we hadden al gegeten. Dus werden we weer weggestuurd. Ze zei nog dat er in het volgende dorpje wel een café zat, daar hadden wij wat aan ja.

Toen zijn we maar gaan slapen. Morgen zou het echt een makkelijke dag worden, dat zeiden we al drie dagen.

Dagafstand : 138 km