Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 3


Dit gedeelte van het verhaal is weer geschreven door Bram.

Dag 18 : De reizigers

De volgende ochtend vertrokken we dan voor het laatste deel van de vakantie. Eindelijk waren we van die bergen en de honderd cols tocht af en konden we weer over normale enigszins vlakke wegen fietsen. Tenminste dat is wat we dachten.

We keken namelijk naar wat de snelste manier was om naar het eerst volgende plaatsje te komen en het bleek dat we twee keuzes hadden. Of 45 kilometer over redelijk vlakke wegen fietsen of de kortste route nemen die maar 21 kilometer lang was. Het enige nadeel hiervan was dat die weg over de Ballon d’Alsace en daarmee ook over de honderd cols tocht liep. Uiteindelijk hebben we omdat dat het snelste was er toch maar voor gekozen om over de Ballon d’Alsace te rijden.

Toen we op de fiets zaten en richting de Ballon fietsten keken we er allebei niet echt naar uit om toch nog zo’n grote berg over te fietsen maar van de andere kant was het wel echt fietsvakantie dat we na gistere zo blij waren nu alsnog verder over de honderd cols tocht moesten.

De klim zelf bleek uiteindelijk helemaal niet zo zwaar te zijn als we ons herinnerden, we waren na drie kwartier al boven. Hierna kwam de afdaling naar het stadje en eenmaal daar aangekomen was de weg bijna helemaal vlak en het was ook nog eens een N-weg. Nu hebben de meeste mensen een hekel om langs N-wegen te fietsen met alle auto’s etc. maar het heeft ook een aantal voordelen. N-wegen zijn namelijk vlak, recht en meestal de kortste weg tussen twee plaatsen waardoor je er ongelofelijk hard kunt fietsen. We fietsten op het stuk na de Ballon d’Alsace dan ook de hele tijd rond de 26-27km/h.


We waren voor de tweede keer boven op de Ballon d'Alsace

De grote weg werd uiteindelijk een snelweg waar Bart niet meer langs wilde fietsen. Ik wilde liever wel door fietsen omdat het nog maar twee kilometer was en we anders een heel eind tegen de richting in terug moesten fietsen. Nu lag er wel een mooi fietspad langs de weg (beter bekend als een vluchtstrook) maar ik zag het toch niet zitten om om te draaien. Uiteindelijk hebben we dat toch gedaan en na een tijdje kwamen we alsnog in een grote stad aan waar we uitgebreid gegeten hebben bij een casino winkel.

Hierna fietste we weer twee uur flink hard verder totdat we langs een camping kwamen, omdat we persé in Toul op de camping wilden gaan staan en dat nog maar tien kilometer was fietsten we toch verder. Er was zeker wel een camping in zo’n grote stad. In de stad aangekomen bleek er nergens een camping aangegeven te zijn en besloten we om een kaart te gaan zoeken. Na door de bordjes drie rondjes om de stad heen gefietst te hebben kwamen we bij een kaart uit, er stond alleen geen camping op. Na wat navraag gedaan te hebben in een café bleek er geen camping te zitten in Toul wel zat er een tien kilometer naar het zuiden, maar dat wisten wel al.

Omdat we beslist niet terug gingen fietsen besloten we om te kijken of er geen goede wildkampeerplek in de stad te vinden was. Die was er geen en we kwamen in steeds meer achterstandswijken terecht. Uiteindelijk kwamen we langs een parkeerplaats voor reizigers we besloten om daar dan maar in de stad te gaan wildkamperen. Er zaten zelfs stukjes gras tussen de parkeerplaatsen die precies breed genoeg waren voor onze bivakzakken.

We besloten om daar te gaan slapen, het was echt grappig om met de fiets op een parkeerplaats te gaan staan. Ik weet niet of het kwam door het opblaaszwembad of de drie wasmachines die voor bepaalde caravans stonden maar het viel wel op dat de mensen die er stonden niet echt op doorreis waren.


Onze slaapplaats op een strookje gras


De achterburen

Bart ging nog even douchen in een van de daarvoor bedoelde hokjes maar ik besloot om het liever niet ijskoud te hebben en ging meteen slapen.

Dagafstand : 181 km