Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 3

Dag 5 : Retesnel

De volgende dag werden we weer wakker en behalve dat ik recht in een tractor spoor bleek te hebben gelegen en ontzettende dorst had hebben we best goed geslapen. Terwijl we alles in aan het pakken waren bleek dat Bart een lekke band had doordat er een graanstengel in geprikt had. Deze moest hij dus eerst nog plakken terwijl ik zat te klagen over dat hij ook niet op zijn racefiets moest gaan.

Bart was vorige vakantie namelijk al op zijn racefiets geweest, toen moest ik doordat ik op mijn gewone fiets was telkens veel harder trappen dan hem wat nogal vervelend was. Daarom had ik hem toen gezegd dat hij beter op zijn gewone fiets kon gaan zodat ik niet na een week al kapot was. Zijn antwoord daarop was “als ik op mijn gewone fiets ga houd ik dat nooit vol”, ik moest dus wel op mijn gewone fiets achter een racefiets aan trappen maar als we allebei op een gewone fiets zouden gaan zou het te zwaar zijn. Bart merkte ook nog op dat ik dan ook maar op mijn racefiets moest gaan, ik zag dat niet echt zitten en zei dat heel mijn fiets dan kapot was aan het einde van de vakantie, Bart zei dat het makkelijk ging. Na de fietsvakantie was het duidelijk wie er gelijk had maar dat komt later in het verhaal nog wel. [Bart : m’n fietsvakantiefiets was gejat dus ik had alleen nog een fiets met één versnelling]

Hierna gingen we na een stukje gefietst te hebben eten halen bij een winkeltje, omdat Bart zijn handen onder de smeer zaten mocht/moest hij er van de eigenaar zijn handen wassen. Na dat we het eten gekocht hadden gingen we het buiten op eten terwijl er steeds meer wespen aan kwamen vliegen, gelukkig was niemand gestoken.

Nadat we gegeten hadden fietsten we met veel moeite weer verder en na tien kilometer moest Bart naar de W.C. Bart heeft namelijk iets met naar de wc gaan tijdens fietsvakantie. De eerste paar fietsvakantie’s moest hij maar een keer in de vier of vijf dagen naar de wc, maar deze vakantie ging hij dat inhalen. Ik heb de hele vakantie meergranen brood etc moeten eten zodat hij fatsoenlijk naar de wc kon. Dat hielp wel, het nadeel was alleen dat hij nou minstens drie keer per dag naar de wc moest.

Nu kwamen we langs een openbaar toilet en ging hij naar de wc, ik zei “Bart er hangt geen wc papier” toen viel er een lange stilte waarna Bart de legendarische woorden sprak: “ik was m’n handen wel goed als ik klaar ben”. Wat er daar binnen allemaal gebeurt is wil ik niet weten maar ik raak z’n handen niet meer aan, zeker omdat ie hetzelfde een paar dagen later nog een keer gedaan heeft en de keer daarna zijn handen niet eens gebruikt had.

Hierna kwamen we op een van de drukste stukken van de heenweg, dat was opzich wel mooi want dan kon je lekker hard over de vlakke rechte N-wegen fietsen. We hadden ook nog wind mee waardoor we die vijftig kilometer gemiddeld minstens 28 km/h gefietst hebben.


Eten in een dorpje

Uiteindelijk kwamen we uit in de stad Romans. Nadat we de weg er doorheen bekeken hadden op een kaart gebeurde er iets wonderbaarlijks. Er kwam een vrouw die net iets ouder was als ons op een fiets met bagage de hoek om. Dit was volgens mij letterlijk de eerste keer in vijf jaar dat we die een hadden gezien. Het eerste wat ik dacht was die moet al wel een vriend hebben, voordat ik dat gedacht had kwam hij er inderdaad achteraan. Even later kwamen we haar weer tegen en zelfs Bart vond dat ondanks dat hij dus al een vriendin had dat het wel heel “apart” was om zo iemand te zien.

Even later waren we de weg weer kwijt maar met behulp van wat Franse vrouwen kwamen we uiteindelijk toch weer op de goede weg uit. Even later kwamen we weer wat heuveltjes tegen zodat het tempo iets zakte. We kwamen nog langs een versierd huis wat we twee jaar geleden ook gezien hadden. Alles aan en rondom het huisje was in felle kleuren geverfd en er hingen allerlei rare spullen aan. Op een grote steen stond geschilderd dat je welkom was als je als vriend kwam maar dat als je als vijand kwam de deur dicht ging. Net toen we een foto aan het maken waren deed de eigenares de deur dicht…


Het rare huis

Het was toen nog een flink stukje klimmen terwijl we al goed moe waren maar uiteindelijk kwamen we dan toch op de camping aan. Toen we vroegen of er nog plaats was grapte de eigenaar dat hij vol zat maar dat er dertig kilometer verderop nog een zat en daar misschien wel plaats was. Ook vond hij dat Bart op een of andere Franse wielrenner in zijn jeugd jaren leek.

Nadat we onze spullen opgezet hadden gingen we nog even douche en daarna weer wat eten en drinken bij de bivakzakken. Na één slok wijn voelde mijn benen aan als pudding en na de rest viel ik bijna meteen in slaap.

Dagafstand : 162 km