Fietsvakantie verhaal 100 cols tocht deel 3


Dit gedeelte van het verhaal is geschreven door Bart:

Dag 8 : Stortregens en Gorges du Verdon

Die nacht had ik goed geslapen. Van de kat heb ik geen last meer gehad. Ik werd wakker door het geluid van gedonder in de verte. Het was helemaal bewolkt. Vanuit het zuiden kwamen donkere wolken aangedreven. Om de tien seconden donderde het. Richting het westen sloeg ook vaak de bliksem in. De onweerswolk leek langs het westen voorbij te trekken en niet onze kant op te komen. Toch pakte ik snel al mijn spullen op mijn fiets, in de regen je spullen inpakken is helemaal niet leuk. Bram was ook wakker en had niet door dat het nog zo vroeg was. Anders had hij wel een uur door willen slapen maar nou waren we er al om acht uur uit.

We reden terug naar het dorpje waar de camping bij was. Vanaf daar zaten we weer op de route. We hoefden alleen maar de borden naar Gorges du Verdon te volgen. Er kwam eerst een makkelijke klim. Het leek er steeds meer op dat het ging regenen. Ik moest weer denken aan de vorige fietsvakantie waarin we midden in een onweersbui zaten. Net voordat we in een dorpje waren begon het te druppelen.

In het dorpje was een Vival, waar we boodschappen gingen doen. Buiten een cafeetje zaten wat oude mannen die raar keken dat we met dat weer gingen fietsen. Het was maar een klein winkeltje daar die Vival, maar ze hadden er stokbrood en beleg dus dat was genoeg. Het vrouwtje van de winkel had alles aangeslagen op de kassa en ik wilde gaan betalen. Toen viel opeens de stroom uit in de winkel en deed de kassa het niet meer omdat de bliksem ergens was ingeslagen. Even later gingen de lampen weer aan en kon ik afrekenen. Het was ondertussen ook opgehouden met druppelen en begonnen met hard regenen. We wilden even buiten de winkel onze jas aantrekken onder de luifel en dan verder fietsen als de regen niet erger werd.

Voordat we alle boodschappen op onze fiets hadden zitten stortregende het en liep er al een klein riviertje over de weg. Het donderde en bliksemde ook constant. We mochten wel even schuilen in de winkel totdat het weer wat beter was. Terwijl we daar binnen stonden was nog drie keer de stroom uitgevallen. Hier zijn twee filmpjes van het slecht weer:

film2.mp4 [743 kB]
film3.mp4 [540 kB]

Het vrouwtje van de winkel keek volgens Bram bezorgd toen we weer aanfietsten terwijl het nogsteeds regende. De mannen in het cafeetje keken alsof we gek waren dat we met dit weer gingen fietsen. Na dat dorpje moesten we nog een keer afdalen voordat we bij de Gorges du Verdon waren. Met al die regen was dat wel gevaarlijker. Mijn remmen deden het dan niet zo goed en het leek net of er een laag zeepsop op de weg lag. Via een klim naar een mooi dorpje reden we eerst langs het meer waar de Verdon in uit kwam.


Het meer van de Gorges du Verdon


Bram z'n fiets

Na nog een stukje verder klimmen maakten we deze foto's:


Onderin de Verdon zie je waterfietsen, dat leek ons ook wel een leuke manier om de Gorges door te fietsen.




Het werd na de regen van die ochtend steeds warmer. Om twaalf uur was het al weer heet.


De kloof van de Verdon is wel tot 400 meter diep.




Er was ook een speciaal aangegeven uitzichtspunt. Dat heette iets van "het sublieme punt" maar zoveel was daar niet te zien.


Het sublieme uitzicht

In een klim een stuk verderop voelde mijn fiets heel raar aan. Mijn bagagedrager was op één van de drie plekken waar hij aan het frame zat afgebroken. Ik kon wel verder fietsen maar het moest op tijd gemaakt worden voordat hij nog op een andere plaats zou afbreken. Deze keer hadden we geen touw, tie-wraps of ducktape meegenomen. Een stukje verderop lag een stuk touw langs de weg dat ik kon gebruiken om de drager zo goed mogelijk vast te binden.


De reparatie met het touwtje

Na de Gorges du Verdon kwamen we door een andere vallei. Deze was niet zo diep.













's Avonds reden we de col de Buis op. Die was heel steil. Maar de afdaling was moeilijker dan de klim. De weg zat vol met kuilen en bulten. En het was zo steil dat je na drie seconden al 60 km/u reed. Dus het was constant remmen en opletten waar je reed. Mijn velgen waren heet op het einde van die afdaling.


Uitzicht vanaf de col de Buis


Het steile slingerweggetje




Na de col de Buis kwam nog een steil klimmetje. Daarna een mooie afdaling naar het dorpje Entrevaux. Het dorpje lag aan een rivier. Bovenop de berg waar het dorpje aan lag stond een kasteel. Vanaf het dorpje liep een pad zigzaggend omhoog naar het kasteel. We kochten wat eten in het dorpje en haalden een stempel. Er was een middeleeuws festival bezig, dus het was er druk. In het volgende dorpje was de camping. Nog zeven kilometer stroomafwaards langs de rivier racen en dan waren we er.


Entrevaux

Deze dag hadden we geluk want we waren een keer op tijd op de camping. Het was pas acht uur. In het dorpje stond alleen nergens aangegeven waar die camping dan zou moeten zitten. De twee oude mannen die buiten een cafeetje zaten leken ons wel uit het dorpje zelf te komen dus we vroegen waar de camping zat. Ze zeiden dat er hier geen camping was, maar in het dorpje waar we net vandaan kwamen wel. Dat geloofden we natuurlijk niet, want er stond in de routebeschrijving dat er een camping in dit dorpje zou zijn. We reden een rondje om een kaart of een bord te zoeken waar de camping op aangegeven zou staan, die konden we niet vinden. Dan nog maar een keer vragen bij drie oude vrouwtjes op een bankje in het park. Ook die zeiden dat we ongeveer zeven kilometer terug moesten naar waar we vandaan kwamen, daar was een camping.

Het was nog vroeg en het was maar zeven kilometer, dus we besloten terug te fietsen in plaats van door te fietsen en te gaan wildkamperen. We sprintten weer terug naar het andere dorpje, nu met 30 km/u stroomopwaards. Buiten het dorpje zagen we een bord waar de camping op stond aangegeven. Waar hij precies zat konden we er niet uit opmaken, maar het was zeker nog vier kilometer verder. In het dorpje nog maar een keer gevraagd waar de camping zat. Die zat nog vier kilometer verder stroomopwaards, en dan rechtsaf de brug over. Ondertussen hadden we er al 150 kilometer op zitten, dus die vier konden er ook nog wel bij. Vier kilometer verder was inderdaad de brug. Daar vonden we weer een borje "camping" We moesten de brug oversteken, en dan weer twee kilomter stroomafwaards. Dus we hadden al dertien kilometer extra moeten fietsen deze dag om op de camping te komen. En morgen zouden we die dertien kilometer weer extra moeten fietsen om daar te komen waar we al waren geweest.

Eindelijk waren we dan op de camping. Het was ondertussen wel negen uur. Het was een camping vol Nederlanders, we werden al aangesproken voordat we op de camping zelf waren. Bij de receptie kwam de campingbaas ons tegemoed.

"Hoi, heb je een plaats voor ons?" zeiden we
"Nee, we zitten vol" zei de campingbaas
Eerst dacht ik dat hij een grapje maakte, net als die Franse camingbaas op de heenweg.
"We zitten echt vol" zei hij "heb je het bord niet gezien?"
Later zagen we dat ergens bij de ingang bij de prijslijst een a4-tje hing waar "complet" op stond. De camping stond al overvol, en er moesten nog mensen komen die gereserveerd had.
"Waar komen jullie dan vandaan?" zei hij
"Van dat ene plaatsje met een dubbele plaatsnaam, tien kilometer verderop"
"Er is nog een camping tien kilometer stroomopwaards" zei de campingbaas
"Maar we zijn al dertien kilometer omgefietst en het is al negen uur"
Ik zei "als er geen plaats is ga ik hier wel even in dat meertje zwemmen en dan fietsen we weer richting de route"

De campingbaas ging toch even kijken of er nog iets voor ons vrij was, als we maar één nacht zouden blijven. Het volleybalveld was nog niet bezet dus daar mochten we gaan staan. We bedankten hem en gingen daar onze spullen neerzetten. De andere helft van het volleybalveldje was ook al bezet. 's Avonds zagen we een vuurvliegje. Elke keer als het omhoog vloog zag je het oplichten. Op het terrasje bij de camping was niet veel meer te doen. Op de computer die daar stond konden we opzoeken hoe steil de Alpe d'Huez was waar we op de rustdag over zouden fietsen. En we lieten een berichtje achter in het gastenboek van fietsvakantie.gekkemensen.net.

"Hoi allemaal. We zitten nou op een camping die eigenlijk vol was. maar omdat we al 17 km om hadden gefietst omdat een andere camping niet meer bestond mochten we er toch op. Mijn (Bart) bagagedrager is aan 1 kant afgebroken, die is gerepareerd met een stuk touw wat langs de weg lag. Bram z'n hoofd heeft nog wel enigzins een normale vorm. Nou gaan we lekker slapen en morgen over de bonette en nog een andere hoge berg 160 km fietsen, en dan nog 2 dagen veel te ver fietsen dan zouden we misschien een rustdag doen als dat uitkomt maar dan gaan we in die rustdag nog wel de alpe d'huez overfietsen. binnen een uur zegt bram. Groetjes allemaal"

Daarna gingen we lekker slapen.

Dagafstand: 160 km