Fietsvakantie verhaal Alpen

Dag 9 : Brood in Sloot

's Ochtends was het bewolkt. Bram bleef heel lang in zijn bivakzak liggen. Meestal zette ik precies om kwart voor 8 mijn telefoon aan. Ik kon het opstartgeluidje niet uitzetten. Bram hoorde dat dan, en we waren om half 9 weg van de camping. Deze keer had ik al helemaal gegeten en was het al half 9 toen Bram wakker werd. Om tijd te winnen had hij niet gegeten en snel alles ingepakt.

We begonnen meteen met het beklimmen van de eerste pas van vandaag. Ik had de routebeschrijving in 22 gelijke delen opgesplitst, we lagen één dag achter op schema op de negende dag. Dat kwam vooral omdat we op het vlakke tussen de 10 en 15% omfietsten, maar in de bergen maar 1 tot 5%.

Na een tijdje klimmen kreeg Bram toch wel honger. We fietsten naar de rand van de weg. Bram pakte het brood van gisteren en gooide het op een betonnen rand langs de weg. Dat brood had zo'n harde korst en was zo stevig dat het daar wel tegen kon. Het brood kwam neer, rolde nog een stukje door, en verdween toen twee meter lager in een bergstroompje. Ik moest keihard lachen. Bram ging het brood opvissen terwijl ik snel de camera pakte. Jammer genoeg waren net op dat moment de batterijen leeg. Als je de korst ( die helemaal doorweekt was ) van het brood af haalde was de rest nog onaangetast. Dat was wel het voordeel van die broden van een kilo.

Even verderop hadden we mooi uitzicht op een gletsjer, ondertussen had ik bedacht dat ik de batterijen van mijn achterlicht in de camera kon gebruiken. Om toch een foto te kunnen maken schroefde ik mijn achterlicht open. De batterijen die daar in zaten waren ook leeg. Terugschroeven ging niet meer, het kleine schoefje was ergens op de grond gevallen. Dus vanaf toen had ik geen achterlicht meer, en we hadden nog steeds geen camera.

Het laatste uur van de klim regende het. Over de top reden treinen, er waren ook open wagons bij voor toeristen, zodat je een beter uitzicht had. We zouden het wel grappig vinden als we opeens Koen en Wendy tegen zouden komen. Die waren met de trein door de Alpen aan het reizen.

Boven op de col bedachten we dat we met onze gsm ook foto's konden maken. Dus hier een foto van ons op de col:


Bram op de Passo del Bernina


Bart op de Passo del Bernina

Er volgde een mooie afdaling Italië in. In het Italiaanse dorp lag een spoor dwars door de stad. Het liep gewoon over de weg, als een soort busbaan. Je moest goed opletten dat je er niet in fietste. Na de stad kwamen we op een heel drukke weg. Daar lag een Lidl waar we heel veel eten haalden. De helft kregen we maar op. Er was ook een andere man die bij de winkel op aan het eten was wat hij had gekocht. Dat was misschien een zwerver.


Veel te veel eten bij de Lidl.

Er volgde nog een pas. Deze leek meer op de Franse cols die we gefietst hadden. Hij ging met haarspeldbochten tegen de berg omhoog en niet een stuk rechtdoor over een hoogvlakte. Er was een vrouw op fietsvakantie die we inhaalden. Ze had fietstassen en een bagagekar. Daarmee was elke berg een prestatie om op te fietsen. De col die we opfietsten heette de "col de Apica". Dus we waren eerst helemaal naar "Austria" gefietst en daarna naar "Apica". Het leek bijna op Australië en Afrika.


Passo D'Apica

Boven op de pas in Apica was een fietsenwinkel bij een tankstation. Daar ging ik om een nieuwe buitenband vragen. In mijn achterband zat een gat door het stuk glas waar ik in was gereden. Op andere plaatsen kwam het oranje van de beschermlaag er al doorheen. Ze hadden geen goede banden voor mijn fiets.

Het was lekker afdalen en een stukje tempo maken om bij de laatste pas van de dag aan te komen. Dit was de Gavia pas. In Ponte di Legno stonden twee passen aangegeven. We volgden de bordjes maar na een stukje klimmen leek de weg naar de verkeerde pas te gaan, we draaiden om en daalden af. Terug in het stadje vroegen we de weg bij een fietsenverhuur. Schijnbaar gingen we toch goed de eerste keer. De man zei wel dat het al laat was om nog naar boven te fietsen.

Toen konden we weer helemaal terug klimmen. Na een stuk klimmen moesten we linksaf, ongeveer terug richting het stadje. Eindelijk zaten we dan toch op de goede weg. We hadden wel een stuk te veel geklommen en tijd verloren. De weg stond op de kaart aangegeven als een witte lijn, dat betekent dat het een kleine rustige weg is. Na even klimmen zagen we een vrachtwagen die vast zat in een haarspeldbocht. Een auto die naar beneden reed moest wachten tot de vrachtwagen weg was. Het leek al moeilijk voor die vrachtwaren om die bocht door te komen. Een paar honderd meter verder stonden er borden "verboden voor meer dan 3,5 ton". De weg werd een smal en steil. Er konden niet eens twee auto's langs elkaar. Als de vrachtwagenchauffeur door zou rijden zou hij echt problemen krijgen.

Wij kregen ook problemen op de pas. Het was er koud, miezerig en heel steil. Het was een mooie pas, nieuw asfalt en bijna geen auto's. Het leek veel op de Bonette vorig jaar, het was net zo koud en de berg was net zo zwaar. Het feit dat automobilisten zwaaiden naar ons of ons aanmoedigden betekende ook niet veel goeds. Na ruim twee uur klimmen maakten we een foto.


Een berghut, om daar een keer te kamperen zou ook leuk zijn.

Het laatste deel van de klim had wat tunnels. De meeste waren kort, er was één langere tunnel. We reden een zwart gat in. Opeens zagen we alleen nog maar grijze mist om ons heen. We deden de lichten van onze fietsen aan. Omdat je bijna niks meer zag was het moeilijker je evenwicht te bewaren. Vóór ons zagen we alleen zwart en een beetje zwak verlicht asfalt, omdat we langzaam fietsten gaven de koplampen bijna geen licht. Na even keken we achterom. Daar zagen we een grijze halve cirkel. Vanaf daar kwam een beetje diffuus licht door de nevel. Verder was er niks te zien, het was heel spookachtig maar wel iets wat je alleen op fietsvakantie meemaakt. In de tunnel kwam een auto naar boven. Ik ging heel hard bellen, zodat hij ons zou horen. Dat werkte gelukkig.

Tegen de tijd dat we boven waren was het schemerig. Op de top was een herberg. We trokken snel warme regenkleding aan en maakten een foto.


Mist op de Gavia pas.

De afdaling was leuk, in het donker, met alleen wat licht van je koplamp.


Uitzicht tijdens de afdaling.

In Bormio was helaas geen camping. Het was al donker, we moesten dus wildkamperen. Een kilometer verder was het niet meer zo bebouwd en vonden we een goede heuvel om op te "slapen". Het miezerde nog steeds. Die nacht regende het de hele nacht, zodat we allebei bijna niet geslapen hadden.

Dagafstand : 156 km