Fietsvakantie verhaal Alpen

Dag 10 : Stelvio

's Ochtends toen het licht was stonden we op. Mijn telefoon was 's nachts nat geworden en deed het niet meer.

Uitzicht vanaf de wildkampeerplek.


Bram staat op.

In Bormio gingen we eten. Eerst moesten we een stukje terug fiesten naar het centrum. Ik voelde dat er iets in mijn schoen zat, het voelde zacht aan. Het zou waarschijnlijk wel een naaktslak zijn, die zaten 's ochtends ook op onze bivakzakken. Tijdens het eten ging ik kijken. Het was inderdaad een naaktslak.

De klim van de Stelvio begon die dag meteen. Het was de hele nacht koud geweest, daardoor waren onze spieren stijf en niet uitgerust. Eerst ging de weg slingerend omhoog. Daarna een lang recht stuk, wat wel steeg. We keken uit op een hele serie haarspeldbochten die tegen de berg omhoog liep. Er waren 48 bochten op de Stelvio.


De eerste serie haarspeldbochten.


Uitzicht vanaf de Stelvio pas.


Bram's uitzicht voor 3 weken.


Beklimming van de Stelvio.


Uitzicht halverwege.


Waterval.

Na twee uur klimmen kwamen we op een hoogvlakte. Toen waren we al helemaal moe. Vanaf daar begon het steeds harder te regenen en werd het ook koud.


De hoogvlakte was ook niet vlak.


Die kant moesten we op.


Hier kwamen we vandaan.


Wolken boven de Stelvio.

Na het stuk vlak begon weer een serie haarspeldbochten. Vier uur nadat we begonnen waren kwamen we aan op de top.


Het bord van de pas.

Er waren daar heel erg veel souvenir winkeltjes. Als je in de buurt van zo'n winkeltje kwam werd je meteen door een verkoper aangesproken. Ze hadden er ook van die plastic vogels die fluiten als je er langs loopt. In Frankrijk hadden ze die irritante dingen ook al. Bram kocht een pet voor zijn verzameling. Ik kocht een klein koeienbelletje.

We lieten iemand een foto van ons maken bij de top.


Op de top van de Stelvio in de regen.

Er was ook iets van Fausto Coppi, een bekende Italiaanse wielrenner.


Op het podium met Fausto Coppi.

Om ook ééns in de zoveel tijd iets warms binnen te krijgen aten we een broodje met worst. Dat smaakte erg goed in die kou.


Uitzicht van de afdaling.


Haarspeldbochten.


De weg naar beneden.


Besneeuwde bergtoppen.

Tijdens de afdaling regende het ook nog. Sommige wielrenners die naar boven gingen hadden alleen een korte broek en een T-shirt aan. Hoe verder je afgedaald was, hoe meer medelijden je kreeg met dat ze nog zo ver door de kou moesten. Er was één jongen die met zijn vader op fietsvakantie was. Die begon te lachen toen ik naar hun zwaaide.


Einde van de afdaling.

Na de Stelvio was het alleen maar bergafwaarts.
De zon ging ook weer een beetje schijnen. Ik was al helemaal moe. Er was 80 kilometer verderop een camping. Ik zei tegen Bram dat ik daar op wou gaan staan, anders moesten we aan het eind van de dag nog een bergpas over en ik kon nou al niet meer fietsen. Bram wou verder fietsen want die was helemaal niet moe.

Eerst reden we over een grote weg. Bram fietste een heel stuk voor mij uit, ik kon niet sneller fietsen. Daarna gingen we over een fietsroute langs een rivier naar Merano. Bram was steeds verder weg gefietst. Op een gegeven moment had ik hem al 10 minuten niet meer gezien. Dus ik dacht "het zal wel, ik fiets gewoon richting Merano, dan zal hij daar wel ergens op een bankje zitten uit te rusten tot ik er ben". Het was nog 20 kilometer fietsen tot ik daar was. Toen dacht ik al "als ik nou ergens niet de fietsroute had gevolgd, dan was ik niet op dezelfde plaats in de stad uitgekomen als Bram en dan zou ik hem niet meer vinden". Eenmaal in de stad zag ik Bram nergens. Ik had de fietsroute richting het centrum gevolgd. Bram had geen kaarten bij zich, alleen een velletje papier. Daar stonden de steden op waar we door moesten fietsen. De volgende stad die daar op stond was Bolzano, waar ik op de camping wou gaan staan. Bram bellen was eigenlijk geen optie. Mijn telefoon was kapot en ik wist zijn nummer niet. Bovendien had hij toch zijn telefoon altijd in zijn fietstas zitten.

Ik fietste maar terug naar waar ik richting het centrum was gefietst en volgde vanaf daar de fietsroute naar Bolzano, in de hoop dat Bram dan daar op mij zou wachten. Bolzano lag 30 kilometer verderop. In Merano ging ik snel binnen twee minuten eten en drinken kopen wat ik onderweg op at. Sinds het ontbijt hadden we alleen nog op de top van de Stelvio een broodje gegeten, het was nu al 4 uur 's middags. De zon scheen wel en de route liep vlak en bergaf, dus binnen anderhalf uur was ik in Bolzano. Ondertussen had ik er over nagedacht of ik de volgende dag de fietsroute zou volgen van de fietsvakantie, of dat ik daar in de buurt een paar dagen zou gaan rondtoeren als ik Bram niet meer kon vinden. In Bolzano ging er geen fietsroute naar het centrum. Toen wist ik echt zeker dat ik Bram kwijt was. Ik dacht dat Bram gewoon verder was gefietst omdat hij geen zin had om die avond al daar op de camping te gaan staan, dus ik was wel kwaad. Aangezien het 6 uur 's avonds was wou ik veel eten in gaan slaan, zodat ik in ieder geval goed uit kon rusten en eten. In de stad zag ik de camping ook al snel aangegeven staan. Ik haalde wat brood, toetjes, fruit en drinken voor op de camping.

Helemaal bezweet (een van de weinig dagen waarop de zon hard genoeg scheen om te zweten) kwam ik op de camping aan. De mensen die voor mij aan de beurt waren bij de receptie werden weggestuurd omdat er geen plaats meer was. Toen dacht ik echt "dat heb ik weer, nou moet ik ook nog helemaal van de route afwijken om een camping te vinden". Als dat zo was moest ik nog meer dan een uur fietsen naar de volgende camping en zou ik Bram pas veel later kunnen proberen te bereiken. Gelukkig hadden ze een tentweide waar ik op mocht gaan staan.


Op de camping in Bolzano.

Op het grasveldje zette ik alles op. Daarna wou ik eerst gaan douchen, na het douchen kon ik dan rustig wat dingen gaan regelen. Ik liep net met mijn handdoek in mijn hand toen ik Bram zag staan bij de receptie. Ik snapte helemaal niet hoe hij na mij op die camping aan kon komen, hij zag er uit alsof hij net van zijn fiets stapte. Ik zei "heey Bram, ben jij ook hier?". En hij zei "heey Bart, fijn om jou ook weer een keer te zien".

Daarna vertelde Bram waarom hij nu pas op de camping aan was gekomen. Hier is dat verhaal:

[Bram: Terwijl ik zo’n honderd meter voor Bart uit fietste en af en toe achterom keek zag ik nog net dat Bart een zijweg in dook terwijl ik gewoon de weg volgde. Omdat ik niet wist hoe beide wegen liepen of waarom Bart de zijweg indraaide was ik omgekeerd, zodat ik dezelfde weg kon volgen als hij.

Omdat het fietsvakantie was zat er echter een spoorweg tussen en gingen de slagbomen net dicht. Eerst kwam er een lange goederen trein van rechts naar links, daarna nog eentje van links naar rechts; welke ook nog stopte recht op de overgang. Pas na minstens 10 minuten gingen de slagbomen weer open en kon ik Bart achterna. Het bleek namelijk dat er een andere fietsroute ook naar Merano liep.

Omdat Bart nu waarschijnlijk nog steeds dacht dat ik voor hem zat besloot ik om zo hard mogelijk te fietsen in de hoop dat ik hem nog in kon halen. Ik heb die laatste 20km constant 30-35km/h gereden. Zo was ik al snel in Merano, maar van Bart was nog niets te bekennen. Omdat ik geen kaart bij had besloot ik om maar naar het centrum te rijden, misschien was Bart daar heen gefietst. Hier kon ik hem ook niet vinden.

Ik dacht wat zou hij doen, elkaar vinden in zo’n grote stad zou echt toeval zijn, naar de politie gaan werkt ook niet mits we dat allebei zouden doen. Dan bleven er 2 opties over, of hij is in Merano op de camping gaan staan, of zoals hij wou 20km verder in Bolzano. Omdat de fietsvakantie voor niemand stopt besloot ik maar door te fietsen naar Bolzano, mocht hij dan toch in Merano zitten dan zou ik de volgende ochtend alleen even moeten wachten tot hij er ook was, (mits we elkaar zouden vinden).

Ondanks dat Bart die ochtend zei dat zijn telefoon kapot was probeerde ik hem eerst nog te bellen, naar Bolzano fietsen was namelijk niet makkelijk, ik had namelijk geen kaart. Ik kreeg geen reactie van het bellen, dan maar Bolzano zoeken. Omdat ik geen flauw idee had welke kant dat op lag besloot ik eerst naar de rand van de stad te fietsen, zodat ik wat borden of een ringweg tegen kwam. Na een half uur had ik een bord met Bolzano snelweg gevonden, dan die maar zover mogelijk volgen.

Weer een tijd later kon ik alleen nog maar de snelweg op en was er geen fietspad te zien. Nou kunnen we best snel fietsen, maar 120km/h is toch iets teveel van het goede. Dan maar weer terug. Hier zag ik eindelijk een bord voor de “gewone” weg naar Bolzano. Na 3 borden gevolgd te hebben stopte de wegwijzers (natuurlijk) in een keer, net zoals ze in Duitsland ook overal deden. Gelukkig had ik even daarna toch de fietsroute naar Bolzano gevonden. Nu Bart nog vinden.

Ik stopte onderweg nog even om eten te kopen en vroeg me af wat ik zou doen als ik Bart niet kon vinden. De route verder volgen was niet echt een optie zonder kaart. Misschien dat ik alleen richting Frankrijk zou fietsen, daar regende het niet zoveel. Het fijnste zou echter toch wel zijn als ik Bart weer terug kon vinden. Na een uur gefietst te hebben kwam ik in Bolzano aan en besloot daar maar op de camping te gaan staan in de hoop dat Bart er ook was of ergens een telefoon gevonden had.

Bij de receptie dacht ik even na of ik meteen op de camping zou gaan staan of eerst, via mijn ouders, de ouders van Bart zou bellen om te vragen of zei nog iets van hem gehoord hadden. Toen kwam er net een man met zijn zoontje tegen me praten in het Duits. Omdat ik met mijn gedachten bij het Bart probleem zat snapte ik er niets van, ik had hem even ervoor namelijk nog Nederlands horen praten. Omdat ik zo verward keek vroeg hij of ik wel uit Duitsland kwam waarop ik in het Duits zei nee uit Holland. Nu keek hij raar en ging toen in het Nederlands verder.

Schijnbaar had hij dezelfde fiets als ik en hij vroeg of ik helemaal daarheen gefietst was, ik was net bezig met vertellen dat ik nog met iemand samen op vakantie was en wat onze plannen waren toen ik iemand hoi Bram hoorde roepen.

Uit het niets kwam Bart daar in een keer aanlopen waarop ik zei dat ik wel blij was om hem weer te zien. De man waar ik mee aan het praten was snapte er niets meer van. Ik legde het uit en vroeg of hij ook op fietsvakantie ging omdat hij dezelfde fiets had, hierop zei hij “jij hebt zeker geen kinderen”.

Nadat de man weg was legde we aan elkaar uit wat we de afgelopen 70km gedaan hadden, ook zei Bart dat hij wel een telefoon op de camping gezien had maar nog geen zin had gehad om te bellen. ]

Ik ging bij de receptie regelen dat Bram ook aangekomen was. De camping was de eerste "leercamping" van Europa. Op de binnenkant van de douches waren rondom posters gemaakt. Op de deuren stonden verhalen en mythes uit de omgeving. Elke wc had een ander thema. Je had houtbewerken, vaten maken en nog wat dingen. Voordat we de volgende ochtend vertrokken had ik elke wc gezien vanbinnen. Er stond ook uitgelegd, op de spiegels waar je je handen waste, dat ze in de Tweede Wereldoorlog alle Italiaanse plaatsnamen in die omgeving in Duitse hadden vertaald in 40 dagen tijd. Na het douchen konden we onze kleren laten drogen in de zon. We aten friet zonder mayonaise en een zure, veel te dure, schnitzel.


Ondergaande zon in de bergen.

Volgens de routebeschrijving van Jorien waren in Bolzano "plambomen". Deze exotische boomsoort hebben wij niet gezien, er was wel één kleine palmboom.


De palmboom.

Dagafstand : Bram 143 km, Bart 136 km