Fietsvakantie verhaal Alpen

Dag 12 : De ergste fietsvakantiedag ooit

's Ochtends was het koud en bewolkt. Als we niet al lang wakker waren, zouden we gewekt worden door koeienbellen.


Koeien.

Bij het winkeltje van de camping haalden we wat witte broodjes, deze keer zeker geen anijs. Het was een half uur klimmen tot de top van de pas waar we de vorige dag aan begonnen waren.


Passo Staulanza.


Het was nu nog redelijk droog.

In de afdaling van deze pas begon het te regenen. We dachten dat we naar Forno moesten, vanaf daar afdalen, en dat we dan tweehonderd kilometer lang over een vlakke route zouden gaan fietsen deze dag. Het zou ook warm worden, omdat buiten de Alpen het Middellandse Zeeklimaat was.

Na Forno was het in ieder geval niet vlak. We moesten in de regen klimmen. De pas stond niet op de kaart of de routebeschrijving aangegeven. Toch was hij wel zwaar.


Het regende.


Nat maar nog niet doorweekt.


De pas.


Gelukkig hadden we regenbroeken.

De afdaling was door de regen best koud. In het volgende stadje merkte ik dat mijn voorrem niet meer goed werkte. Mijn achterrem deed het nog wel, alleen mijn achterband was helemaal glad gesleten. Toen ik bergaf moest remmen voor een stoplicht slipte ik weg. Mijn fiets maakte een halve draai, en eindigde met mijn achterwiel bergaf en mijn voorwiel bergop. Ik kon nog net op tijd uit mijn pedalen klikken om mijn voet aan de grond te zetten. Toch maar mijn remmen bijstellen. Bij de Spar gingen we eten halen, we haalden een hele berg. Voor de Spar was het overdekt. Je kon via een trap of via een rolstoel helling naar de ingang. We legden al het eten op de trap en gingen er zelf bij zitten. De meeste mensen keken ons raar aan. Sommigen gingen over de trap de winkel in. Eťn vrouwtje liep over de rolstoelhelling en klom halverwege onder de armleuning door om niet langs ons af te hoeven lopen. Dat was wel grappig. Zo erg zagen we er toen nog niet eens uit, alleen helemaal doorweekt.

Na drie kwartier moesten we weer, met tegenzin, door de regen gaan fietsen. Het zou nou wel vlak worden, en hopelijk beter weer omdat we af zouden dalen. Er stond inderdaad geen berg op de kaart, maar die was er wel. Twee uur lang moesten we klimmen. Eerst regende het gewoon. Daarna begon het harder te regenen. Zodra je van je fiets af stapte was het helemaal ijskoud. De afritsbroeken onder onze regenbroeken waren helemaal doorweekt, de rest ook. Toen het leek alsof het niet erger kon worden begon het nog harder te regenen. Omdat we altijd alleen maar van de leuke momenten foto's hebben had ik nou maar eens foto's gemaakt van de mindere fietsvakantie-momenten.


Het water stroomt over de weg.


Bram helemaal doorweekt.

Zonder regen was deze col ook al zwaar geweest, nu moesten we 2 uur door de keiharde regen trappen. Het was zo nat en koud dat we geen tijd hadden om goede foto's van het bord van de pas te maken. Snel een foto maken en dan verder.


Nu echt helemaal doorweekt.

We keken op de kaart, het was mogelijk om een paar kilometer van de route af te snijden. Daarvoor moesten we een stukje klimmen. Er was weer een col, maar het was echt te koud voor foto's. Zelfs de koeien die daar los over de weg liepen keken ons raar aan. Na het klimmen in de regen mochten we nou afdalen door de regen. Dat was nog veel kouder. Met al die mist was er weinig te zien, maar het moest er erg mooi zijn geweest. Door alle regen waren mijn remmen hard versleten. Alleen mijn achterrem werkte nog een beetje. Op het laatst moest ik op mijn stang gaan zitten en met twee voeten op de grond remmen, anders kon ik niet meer stoppen.

Toen kwam het grote moment, Bram zei dat hij de eerst volgende warme douche zou nemen die we tegen zouden komen. En het was pas 4 uur 's middags, dus we hadden nog tijd genoeg om door te fietsen. Op dat moment had ik het nog niet helemaal ijskoud. Maar ik wist wel dat als we verder zouden afdalen we nog de hele dag door de regen moesten fietsen, daarna misschien douchen, en in de regen in onze bivakzak gaan liggen. Dan konden we zeker de hele nacht niet slapen en de volgende dag zouden we pas weer op kunnen warmen.

Het volgende dorpje was Sauris di Sopra. Daar waren een paar hotels. Er hing een led-bord, daarop stond dat het 12 graden was. We kozen het 2-sterren hotel Neider. Ik had eerst mijn regenbroek uitgetrokken, zodat ze niet raar op zouden kijken van de camouflageprint. We stapten helemaal doorweekt de hal van het hotel in. Er zat een vrouw die meteen hard begon te lachen. We zagen er namelijk uit als twee verzopen katten. De lachende vrouw riep de bazin van het hotel. Die moest er ook mee lachen. Ze vroegen of we met de motor waren. Dat we met de fiets waren vonden ze nog grappiger. Ik vroeg hoeveel een kamer voor een nacht kostte. Dat was 70 euro. Ik had nog 80 euro in mijn portemonnee zitten, we hadden dus geluk. Eerst moesten we de fietsen in de schuur zetten. Daarna moesten we maar naar de kamer gaan, onze natte kleren konden we in een zak doen. Die zou de bazin van het hotel voor ons drogen.

Op de kamer voelde ik me al meteen wat beter. Het was er tenminste warm en droog. De regenbroeken die we aanhadden hebben een elastiek onder aan de pijpen. Toen Bram in de badkamer zijn regenbroek uittrok liep er een liter water uit.


Op de badkamer in het hotel.


De spiegels sloegen meteen aan door al dat vocht.

Al mijn natte kleren deed ik in de zak, de fietsbroek die nog in mijn tas zat deed ik er ook bij. In de regen had ik al mijn kleren aangetrokken, alles was dus nat en nu had ik dus helemaal geen kleren meer over, alles zat in die zak. Bram had alleen nog twee onderbroeken die droog waren. De zak met kleren ging de deur uit. Ik had als kleding nou maar een handdoek omgedaan. De matjes en slaapzakken lieten we op de kamer opdrogen.

Ik ging eerst douchen, omdat Bram altijd veel langer wou douchen. Het duurde een kwartier voordat mijn armen niet meer rood waren van de kou. Het goede aan het hotel was dat je flesjes shampoo kreeg, dan kon ik mijn voorraad bijvullen.

Na het douchen konden we niet meer doen dan uitrusten op de kamer. We konden er niet uit want we hadden al onze kleren meegegeven. Het zou echt fietsvakantie zijn als we nou tot de volgende ochtend op de hotelkamer opgesloten waren zonder eten omdat we geen kleren hadden. Om half 9 klopte de bazin van het hotel op de deur. Ze had onze kleren gewassen. Mijn fietssleutel en zakmes kreeg ik ook warm en gewassen terug. Ze zei haastig dat als we nog wilden eten we op moesten schieten.

Toen kwam het volgende dilemma. Onze schoenen waren nog kletsnat. We moesten dus kiezen tussen eten in natte schoenen en op sokken het restaurant binnenlopen. Dat laatste hebben we gedaan. Ik had mijn afritsbroek aan en een sportief T-shirt. Bram had zijn afritsbroek aan en zijn fietsshirt, iets anders had hij niet bij zich. Omdat we maar 80 euro hadden gingen we eerst vragen of we bij het hotel konden pinnen. Als dat niet kon hadden we die avond niks te eten. Gelukkig ging dat, we gigen aan een tafeltje zitten. Het eten was super lekker. Eerst hadden we gnocci met tomaten-basilicum saus, daarna lamsvlees op aardappels met spekjes en als toetje verse vruchten. Omdat we al in tijden niet meer fatsoenlijk warm gegeten hadden smaakte alles nog lekkerder.

Na het eten gingen we meteen slapen. Het was zo anders dan in een bivakzak slapen dat ik niet eens zo goed sliep. Bram werd ook nog wakker van mij.

Dagafstand : 96 km