Fietsvakantie verhaal Alpen

Dag 14 : De verborgen pas

's Nachts was het best koud geweest. De ratten hadden ons en ons brood gelukkig met rust gelaten. Het stokbrood wat we de vorige dag gekocht hadden had tijdens het fietsen bij Bram onder zijn snelbinders gezeten. 's Nachts had het wel binnen gelegen. Toch was de bovenkant helemaal nat. Het was echt smerig maar we hadden niks anders om te eten. Je moest er ook een heel dikke laag pasta op smeren, zodat je toch wat voedingsstoffen binnen kreeg.

De volgende opgave was om de natte fietskleren aan te trekken. Het regende niet meer. Het eerste uur was het fietsen ijskoud. Op een landkaart langs de weg stond aangegeven dat een paar dorpjes verder een winkel zat. Eenmaal in dat dorpje zagen we eerst een heel lelijke fabriek die over een riviertje heen was gebouwd. Daarna zagen we een benzinestation. Verder leek het er op dat het dorpje niet meer verder ging. Bij een paar dorpjes in Slovenië kon je zelfs het bord van het einde van het dorp al zien voordat je het bord van het begin van het dorp gepasseerd was. Bij het benzinestation gingen we dan maar eten halen. Het werden weer dezelfde jarenlang houdbare vieze croissantjes met vanille en chocolade vulling. Waarschijnlijk zouden we na het eten van al die rotzooi de komende week niet meer naar de wc kunnen, dat scheelde extra tijd om door te fietsen. Er waren twee mannen en de cassière in het benzinestation. De twee mannen waren allebei al aan het bier, om tien uur 's ochtends. Eén van de twee stonk zelfs harder dan wij deden, terwijl we gewildkampeerd hadden tussen de ratten.

Ze verkochten ook telefoons bij het benzinestation, die had ik niet gekocht omdat ik toch geen tijd zou hebben hem fatsoenlijk op te laden de eerste keer. Na weer een paar heel kleine dorpjes moesten we een berg over. Deze was best simpel. Onderweg maakten we deze foto's van het typisch Sloveense heuvellandschap.


Sloveense heuvels.


Slovenië had geen hoge Alpen.

Na de afdaling kwamen we in een "stad". Op de kaart was het aangegeven als een groot wit rondje. Normaal betekende dat een vrij grote stad, waarschijnlijk met een ringweg. Hier in Slovenië was de "grote stad" een dorpje van amper 500 huizen, met één supermarkt.

Het volgende dorp was groter, er waren veel Nederlanders op vakantie. Er was een mooi meertje bij.


Het meer bij Jesenice.


Dit was één van de grotere steden.


In dit stadje waren ook veel Nederlanders.

Na Jesenice volgden we een hele tijd een grote weg. In iets wat op een echte stad leek was een grote supermarkt. Buiten de supermarkt gingen we eten, er waren twee bankjes. Er kwamen na een tijdje een jongentje en een oude zwerver langs ons zitten. In Frankrijk was de zwerver met zijn ratten grappig, deze was irritant. Hij stonk en hij had een kartonnen pak witte wijn, waarvan hij er al één op had die dag. Hij zat maar een beetje slap te zeveren en met het jongentje te praten. Ik was blij toen we klaar waren met eten.

Het stuk over de grote weg schoot goed op. We raceten Italië weer binnen. Door over de grote weg te fietsen sneden we een stuk van de route, en 3 bergen, af. Daardoor lagen we wat beter op schema om fietsend thuis te komen. Nu moesten we alleen nog een pas over van 530 meter hoog, en dan hopelijk 23 kilometer afdalen tot de camping. Het was een uur of 6 's avonds. Dat zou betekenen dat we een keer vroeg op de camping aan zouden komen. We zaten al op minstens 200 meter hoogte. Die pas van 530 meter hoogte kon dus nooit lang klimmen zijn.

Na een half uurtje klimmen was de top nog niet in zicht. We waren schijnbaar vanaf ongeveer 100 meter hoogte begonnen met klimmen. Om elke volgende bocht zou de top te zien moeten zijn. Een tijdje later, geen spoor te bekennen van het einde van de klim. Die 530 meter klimmen hadden we toch echt al gehad. Na meer dan een uur klimmen zagen we het bordje "1000 meter hoogte". "AAAH, nee, het zal toch niet zo zijn dat de pas 1530 meter is in plaats van 530 meter". Toch nog maar eens op de kaart kijken voor de zekerheid. Op de kaart stond toch echt 530 meter. Nog 530 meter omhoog dan maar, dat zou meer dan een uur gaan duren.


Bram zag het niet meer zitten.


Nog een klein stukje verder klimmen.


Bram zei: "maak jij maar wat foto's van het uitzicht, dan fiets in ondertussen verder".

Na 1000 meter meer klimmen dan we verwacht hadden kwam eindelijk dat stomme bordje met 1530 meter hoogte in zicht.


Passo Pramollo.


De pas was 1530 meter hoog, hier was de 3 weggevallen.

Voor al die moeite kregen we meteen twee passen. Aan de andere kant van de grens, in Oostenrijk, was 100 meter verder de volgende pas.


Bram bij de Nassfeldpass.


Bart bij de Nassfeldpass.


Hier kwamen we vandaan.


Oostenrijk.

De afdaling was heel steil. Dat had voordelen en nadelen. Het voordeel was dat we met een topsnelheid van 74 en 79 kilometer per uur afdaalden. Het nadeel was dat we heel snel hoogte verloren. Met een minder steile afdaling kun je veel meer kilometers maken. We daalden nu zo ver af dat de laatste 24 kilometer naar de camping alsnog omhoog gingen. Die laatste anderhalf uur fietsen waren zwaar. Op het eind van de dag hadden we bijna 200 kilometer gefietst. In het dorp stond aangegeven dat de camping nog 1,3 kilometer verderop was. Toen was het opeens 1 kilometer. Honderd meter verder waren we er al, dat was een mooie meevaller.

De camping was weer een Alpencamping, ook weer vol met Nederlanders. Bij de receptie kon je gratis internet gebruiken. De jeugd van de camping gebruikte die pc alleen maar om ellenlange krabbels te schrijven op hyves. Deze camping was vrij goedkoop. We kregen een boekje over het scheiden van afval. Het enige afval wat we op die camping hadden was dat boekje. Verder kregen we twee bonnen voor een gratis welkomstdrankje in het café. Na het douchen gingen we naar het café en dronken een glas bier. Even uitrusten na een lange fietsdag. Het bier konden we niet betalen van de bonnen, die golden alleen voor kleine glazen. Het was die nacht niet koud, dit was één van de weinige nachten waarin we goed konden slapen. Owja, we kwamen er ook achter dat het de volgende dag zondag was.

Dagafstand : 196 km