Fietsvakantie verhaal Alpen

Dag 15 : Met de vlam in de pijp

Van de camping waren we al een stuk teruggefietst tot in de stad. Ondanks dat het zondag was was er in het stadje een grote supermarkt open. Daar sloegen we dan maar eten in voor de hele dag. Na het eten zochten we de goede weg naar de volgende pas. Na een rondje door de stad kwamen we weer uit op de weg die langs de camping kwam, het was wel de goede weg. 's Ochtends was het lekker zonnig. De pas was zo vervelende mogelijk om te beklimmen. Telkens ging je 200 meter omhoog, dan weer 100 meter naar beneden. De pas was maar 1530 meter hoog (misschien is dat wel een ongeluksgetal), maar als je op de top aankwam had je wel 2000 hoogtemeters gemaakt. Ik was toen we boven waren blij dat het er op zat.


Bram had geen zin om om te kijken voor zo'n stomme pas.


Blij.

In de kleine dorpjes kon je overal de zondagskrant kopen. De kranten hingen in plastic hoezen langs de weg. Als je er één pakte moest je een euro in een potje stoppen. Na de afdaling gingen we op een bankje bij een bushokje zitten eten. We pakten een krant om het weerbericht te bekijken. Het zou tot en met woensdag steeds beter weer worden, daarna was het onzeker. Tegen die tijd zaten wij toch al 500 kilometer verderop. Die dag bleef het goed weer.

We reden de hele middag over grote wegen, we sneden nog 3 passen af. Nu lagen we echt op schema om over de route naar huis te fietsen. Als we goed doorfietsten kwamen we die avond aan de voet van de Timmelsjoch aan. De volgende dag was het dan alleen één heel grote berg en de rest van de dag afdalen en vlak. Het goed doorfietsen was wel een opgave. Het was een hete dag en we konden op weinig plaatsen aan water komen. Bij een tankstation wilden we een fles water kopen. Tot onze verbazing kostte anderhalve liter water daar 3 euro 90, dat was echt belachelijk. Bram had zijn Fanta-fles meegenomen naar de wc. Daar hadden ze het water afgesloten. Dan maar ieder een waterijsje, dat was per liter net zo duur als het water.

In dat stuk van Italië moesten we over een drukke 80-kilometer weg. Met al die bochten moest je goed opletten. We haalden twee meiden die iets ouder dan ons waren in die ook op fietsvakantie waren. De ene had een Snel.

Langs de weg, vlak voor een grote stad, was een winkeltje met fietsspullen. Mijn achterband had een gat van het glas en de oranje laag werd al zichtbaar. Waarschijnlijk zou ik niet meer zonder lekke band thuis komen. De vent van de fietsenwinkel was een irritante Italiaan, hij verkocht ook auto-onderdelen. Eerst ging hij tien minuten iemand anders helpen die na ons aankwam. Daarna vroeg ik om een fietsband. Hij had een band van 15 euro. Omdat de band niet van Schwalbe of Continental of een ander goed merk was vroeg ik of hij geen duurdere band had. Daar snapte hij niks van. Hij had een andere band, die was precies hetzelfde alleen met een ander profiel. Uiteindelijk toch maar een band gekocht. Ik maakte hem vast aan mijn tassen, op de camping zouden we hem er op leggen.

De laatste 20 kilometer van die dag reden we richting de Brennerpas. Inderdaad, die van dat liedje. De pas was nog niet echt begonnen maar het was flink vals plat. We deden er anderhalf uur over om de camping te bereiken. Vier kilometer voordat we op de camping waren begon het vrij hard te regenen. Voor dat laatste stukje had het geen zin meer om regenkleding aan te trekken. We gingen stug door. De camping lag echt aan de voet van de volgende berg.

Na het inschrijven regende het opeens heel erg hard. In een houten pagode gingen we eerst mijn band verwisselen. Tegen de tijd dat we klaar waren was het droog.
Het leek die nacht koud te gaan worden. Voor ik ging slapen at ik eerst nog twee sneeën dik bruin brood met pasta, vast wat koolhydraten stapelen voor morgen.

Dagafstand : 160 km