Fietsvakantie verhaal Alpen

Dag 16 : Timmelsjoch

Die nacht hadden we goed geslapen. Toch waren we om kwart over 7 al op. Bij het winkeltje op de camping haalden we eten. Bij het laatste stukje van het Oostenrijkse brood van een kilo merkten we op dat het eigenlijk ook een beetje naar anijs smaakte. Na een stevig ontbijt konden we vertrekken. We hadden de kaart nog eens grondig bestudeerd en waren tot de conclusie gekomen dat de dag nog zwaarder zou worden van verwacht. Dat er een pas voor de Timmelsjoch zou zitten wisten we wel. We dachten dat we na die pas amper zouden afdalen en dan verder moesten klimmen tot de top van de Timmelsjoch. Dat was niet zo. De eerste pas was 1000 meter hoogteverschil. Daarna daalden we af tot een hoogte van ongeveer 600 meter. Vervolgens lag de top van de Timmelsjoch op 2600 meter hoogte. Dat waren dus 3000 meter verticaal klimmen op één dag.

Het eerste uur van de eerste pas ging lekker. Maar toen beseften we dat we de rest van de dag nog vijf uur moesten klimmen. Op de pas waren veel wielrenners. De meesten waren van een wielerclub uit Tirol, die hadden mooie rode shirts. Uiteindelijk bleek het ondanks de 1000 meter hoogteverschil geen erg zware pas.


Uitzicht vanaf iets onder de top van de Jaufenpass.


Daar achter lag ook de Brennerpas.


Op de top van de Jaufenpass.

Op de top praatten we wat met de mensen van het Tirolse fietsteam. Ze waren een amateurteam dat drie weken ging trainen voor de zwaarste wedstrijd van de Alpen. De wedstrijd ging over 4 passen. Wij zouden in 3 weken wel 3 keer zo ver fietsen als zij tijdens hun training.

De afdaling van deze pas was best leuk. In het volgende dorpje moesten we eten, de Timmelsjoch was een paar uur klimmen en onderweg waren geen winkels. We hadden zin in een ijsje. In de meeste winkels verkochten ze die niet los. Drie Cornetto's per persoon opeten gaat ook best, verder hoef je dan ook niet meer zo veel te eten. Na die gezonde lunch begonnen we aan de, op papier, zwaarste klim van de vakantie.

Anderhalf uur lang waren we al aan het klimmen. Pas een enkele wielrenner was ons gepasseerd, ik denk dat weinig mensen deze klim aandurfden. Het was heet in de zon. Vooral aan het begin van een berg droop het zweet in straaltjes van mijn gezicht als het heet was. Even een appel en een banaan eten en dan weer verder klimmen. We spraken af om een uur later de yoghurtjes op te eten die we nog hadden. Na een lang stuk zonder bochten kwam een hele serie van haarspeldbochten in zicht. "Ooh nee, dat ziet er uit als nog minstens een uur klimwerk". Een stukje verderop was een restaurantje. Daar was het tijd om wat water bij te vullen en even te eten. Drie uur lang waren we toen al aan het klimmen. We maakten daar ook wat foto's. Ik pompte de nieuwe voorband wat harder op. Er zat een bobbel in, elke keer als mijn wiel rond ging voelde je die. Bij het klimmen was het niet zo irritant, dan ging je wiel zo langzaam rond dat je het amper merkte.


Uit dit dal kwamen we.


Uitzicht naar het westen.


Band oppompen.

Meer dan een uur na de rustpauze waren we allebei helemaal kapot. De laatste kilometers waren erg steil geweest. We waren ook al vier uur aan het klimmen. Vlak voor een tunnel stopten we even om foto's te maken en even uit te rusten. Volgens de kaart waren we er bijna !.


Haarspeldbochten.


Hooggebergte.

De weg in de tunnel was bijna vlak. Daarna nog één kilometer vals plat en eindelijk waren we op de top van de Timmelsjoch. Het was echt de zwaarste berg van de vakantie geweest. Op de top lag nog een beetje sneeuw. Eerst lieten we een foto van ons maken door een Nederlander. Hij had vroeger ook gefietst in deze omgeving met een tourclub. Hij wilde die tocht misschien nog een keer gaan doen met zijn vrouw, maar dan in een rustiger tempo.


2509 meter hoogte.

Het was warm genoeg om even in de sneeuw te gaan liggen voor een foto:


Bart in de sneeuw.


Bram in de sneeuw.

Je kon een paar meter verder omhoog lopen. Vanaf daar had je helemaal een mooi uitzicht.


Uitzicht vanaf de top van de Timmelsjoch.


We zaten erg hoog.


Op het kruis stond in spiegelbeeld : "Schau auf die andere Seite".

Dit was zo'n zware en mooie pas dat we er een souvenir van wilden hebben. In het winkeltje kocht ik een bordje met een tekening en de hoogte van de pas er op. Bram kocht een pet, die had hij nou van 6 van de zwaarste passen die we vorig jaar en dit jaar op fietsvakantie gedaan hebben.

In de afdaling zat een recht stuk van een kilometer lang. Dat stuk ging met meer dan 10% naar beneden. Ik ging wel erg hard, binnen een paar tellen zat ik op 65 km/u. Toen ik plat ging liggen haalde ik 87,7 km/u. Bram haalde ook 87 km/u. Op die snelheid waait het heel hard en gaat je fiets alleen nog rechtdoor.

Na het hele steile stuk was het een kilometer lang klimmen om vervolgens weer af te kunnen dalen. We hadden al 5 uur lang niet meer gegeten, hoog tijd om de energievoorraad bij te gaan vullen. Na een uur lang winkelen en (vr)eten daalden we verder af. We maakten lekker kilometers stroomafwaarts door het Ötztal. Daar hadden ze ook de Ötzi gevonden. De volgende dag stonden weer drie passen op het programma. Hoe verder we vandaag door zouden fietsen hoe makkelijker we het morgen zouden krijgen. In het dorpje Nassereith was een camping, vlak voor het begin van de eerste pas van morgen. De sterren wezen ons al de weg naar Nassereith, deze keer waren het de drie sterren van de camping. In het dorpje zaten opvallend veel katten, maar dat terzijde. Bij de camping konden we niet pinnen. Contant geld hadden we niet meer, morgen vroeg zouden we wel in het dorp gaan pinnen.

Na lekker gedoucht te hebben gingen we op mijn bivakzak zitten om te eten. Ik zei dat ik de eerste pas van de dag wel mooi vond. Bram zei dat hij er geen zak aan vond. Maar hij had ook geen zak meer over om er aan te vinden.

Dagafstand : 153 km