Fietsvakantie verhaal Alpen

Dag 18 : Nieuwe route plannen

's Ochtends kwam de Duitser die naast ons op de camping stond met ons praten. Hij was al de zoveelste die wou weten hoe zo'n bivakzak nou werkt. Hij zei dat het weer de komende dagen beter zou worden. Als ontbijt hadden we alweer roggebrood met chocoladepasta. Er zat veel energie in, maar lekker was het niet echt.

Van Wangen naar Ravensbrug liep een grote weg. Daar mochten we niet overheen fietsen. In plaats daarvan moesten we een fietsroute volgen, die was veel heuvelachtiger en langer. Als we al niet helemaal gaar waren werden we het daar wel van. In Ravensburg stonden weer eens geen fietsroutes aangegeven. We volgden de borden in de richting die we op moesten en kwamen uit op de oprit van de snelweg. Toen zijn we maar teruggefietst en hebben zelf op het gevoel de goede richting gekozen.

Bij het eten tussen de middag hadden we een mango, die was alleen nog niet rijp. Het duurde lang om die op te eten, dan konden we ondertussen tenminste uitrusten.

In Sigmaringen bestudeerden we de route. We konden een stukje van de route door het Zwarte Woud afsnijden. De route slingerde eerst naar het westen, dan naar het oosten door een ander woud, dan weer terug naar het westen. Het was ook mogelijk om dwars door het Zwarte Woud te fietsen. Daarmee sneden we dan 100 kilometer af. We misten dan ook een stuk van een ander woud en de stad Mainz. Daardoor zouden we een complete dag minder hoeven te fietsen. Bram vond dat fijn, die kwam anders zondag thuis en zou maandag al stage moeten lopen. Ik vond het ook fijn, die dag waren we het meest moe van alle dagen tot dan toe, ik had echt zin om zo snel mogelijk thuis te zijn en uit te kunnen rusten. Deze dag zou de route nog niet anders zijn. We besloten 's avonds de kortere route naar huis te gaan plannen.

We fietsten verder, de volgende stad was Albstad. Aan de andere kant van een riviertje en de stad wisten we niet waar we heen moesten. We konden alleen twee verkeerde kanten op, of de snelweg. Ik ging het aan iemand vragen. We moesten heuvel op, dan rechts, bij de kruising links, dan na 100 meter een tunneltje door. Dan kwamen we op het fietspad richting Albstad. De aanwijzingen klopten precies. Ergens verborgen aan de rand van een woonwijk was een klein tunneltje. Na dat tunneltje was de fietsroute naar Albstad aangegeven. Dat hadden we zelf in geen 100 jaar kunnen vinden. Fietsroutes maken kunnen ze echt niet in Duitsland.

In een grote stad kocht ik bij een sportzaak nieuw bidons. Er zat al een paar dagen schimmel in mijn bidons, en ik had geen zin om ziek te worden. Bij de Aldi gingen we eten. Bram had sla met tomaten en kaas, het enige gezonde eten van de hele fietsvakantie. Ik had een bak van 750 gram kartoffelsalat. We legden de losse vellen papier van de Michelinkaart als puzzelstukken aan elkaar op de grond. Na een half uur alle pagina's die we bij ons hadden bekeken te hebben bleek dat we precies de goede kaarten hadden om de kortere route te kunnen plannen. Ons idee was om het Zwarte Woud over te steken van oost naar west. Dan zouden we maar één keer moeten klimmen. Diagonaal door het Zwarte Woud fietsen was korter, alleen dan was je veel langer in het Zwarte Woud.

Vanaf de west-kant van het Zwarte Woud konden we dan de route fietsen van de terugweg van de fietsvakantie van het Zwarte Woud. In die fietsvakantie waren we in 4 dagen naar huis gefietst vanaf het midden van het Zwarte Woud. Deze avond kwamen we 's avonds 20 kilometer ten oosten het Zwarte Woud aan. Het zou dus 40 kilometer langer zijn dan toen. Bovendien wilden we het deze keer in 3 in plaats van 4 dagen fietsen. Dan zouden we toch, zoals elke fietsvakantie, een dag te vroeg thuis komen.

Er kwam een oud vrouwtje voorbij die vroeg wat we aan het doen waren met al die kaarten op de grond. Ze zei "dan hebben jullie wel slechte kaarten". Dat was ook zo.

Bij Horb was een camping. Het was alweer een kilometer lang klimmen voordat we op de camping waren. Op de camping aangekomen hoorden we stemmen bij een camper vandaan komen. Het was meteen duidelijk dat die mensen bij ons uit de buurt kwamen, ze moesten wel uit Valkenswaard of Bergeijk komen. Het was echt grappig dat je zo ver van huis meteen na één zin herkent dat iemand bij je uit de buurt komt. Het gesprek ging over vakantie, iemand was op vakantie geweest en die had "virtien doag kooi wir" (veertien dagen slecht weer). Ze zeiden ook nog iets over "smèreges vruug" (vroeg op de ochtend).

We hadden niet meer veel contant geld, gelukkig konden we er pinnen. Morgen zouden we inschrijven en betalen.


De camping.

Het had de hele nacht geregend.

Dagafstand : 166 km