Fietsvakantie verhaal Alpen

Dag 19 : Het spookslot

's Ochtends regende het nog steeds. Je spullen inpakken in de regen is echt niet fijn, het duurt veel langer en alles wordt nat. Omdat we telkens pas op de camping aankwamen als de zon al onder was konden we ook niks laten drogen. Weer brood met pasta als ontbijt. Daarna de camping betalen. Toen bleek dat we toch niet konden pinnen, met onze passen. Dat was de eerste keer deze vakantie. De camping kostte 14 euro. Ik had nog 1 euro in mijn portemonnee, die moest ik gaan halen, zo kwamen we samen met de halve kilo kleingeld van Bram net op 14 euro.

In Freudenstad gingen we naar de supermarkt. Bij het afrekenen konden we al weer niet pinnen. De boodschappen kostten iets minder dan 10 euro. Ik ging mijn pas uit mijn fietstas halen, daarmee werkte het ook niet. Mijn creditcard werkte ook al niet. Normaal worden dan je boodschappen aan de kant gezet zodat je ergens geld kunt gaan pinnen. Een vrouw die achter ons in de rij stond zei "Hier, nimmt dies" en ze legde 10 euro neer. Ze had dus gewoon ons eten betaald. Ik vroeg snel waar de dichtstbijzijnde bank was en ging daar geld pinnen. Aan de zijkant van een groot gebouw vroeg ik iemand of er ook een bank in de buurt was. Het grote gebouw was de bank, daarom reageerde ze nogal verbaasd op de vraag natuurlijk. Eenmaal terug bij de winkel was de vrouw die voor ons betaald had al lang weg. Dat was dus een gratis maaltijd voor ons. Ik vroeg me af of we er echt zo erg uit zagen dat we nu ook al gratis eten kregen.

Na Freudenstad moesten we naar Baiersbronn en dan het Zwarte Woud oversteken. Pas 10 kilometer na Baiersbronn kwam ik er achter dat we verkeerd aan het fietsen waren. Terug kon niet, we moesten door. Uiteindelijk bleek het geweldig goed te zijn dat we verkeerd waren gefietst. De weg diagonaal door het Zwarte Woud was veel korter en liep constant stroomafwaarts langs een rivier. Dat was een mooie meevaller. Het had deze keer zelfs niet geregend toen we in het Zwarte Woud waren.

Vlak voor Rastatt begon het te regenen, toen nog harder, en nog harder, daarna begon het echt te stortregenen. Dat ging zo een half uur door. Op het eind waren we helemaal doorweekt. Toch was een half uur stortregen en daarna weer droog beter dan de hele dag een beetje regen.

In Rastatt was het even de weg zoeken. We dachten dat we al snel de goede weg hadden, toch bleken we verkeerd te zitten. We zaten vlak bij een brug over de Rijn maar het was niet de kortste weg. Vijftien kilometer naar het noorden was een pond over de Rijn, die route was veel korter. Drie kwartier laten waren we bij de pond. De weg tot de pond was afgesloten. Er stonden veel mensen. De pond was aan de andere kant van de rivier. Ze waren alles aan het opknappen. De weg tot de pond lag open en er stonden hekken omheen. Na tien minuten kwam de pond naar onze kant. Er stonden wat mannen in pak op, die waren van alles op aan het meten. Als de pond weer terug zou gaan konden we misschien mee en hoefden we geen half uur terug te fietsen naar de brug waar we eerst al waren.

Ik ging het vragen toen één van die mensen dichterbij kwam. Die maakte meteen duidelijk dat we niet op de pond mochten. Daarna vonden we het heel raar wat al die mensen daar dan deden. Er stonden zeker 20 mensen al een half uur te kijken naar hoe die mannen in pak dingen aan het opmeten waren. Het waren allemaal van die hobbyloze mensen.

25 Kilometer naar het noorden was nog een pond. Die moesten we dan maar nemen. We volgden het pad langs de Rijn. Na vijfhonderd meter stond er een bord "pas op, aan het einde van deze weg rijd je de rivier in". De weg draaide af en liep de Rijn in. Er liep verder geen weg, dus moesten we helemaal terug. Niet lang daarna vonden we een fietsroute die naar Au ging, dat was de goede kant op. De route ging over grindpaadjes op dijken. Omdat het 's ochtends had geregend lagen er veel plassen, op het eind waren onze fietsen helemaal smerig.

Na meer dan een uur fietsen kwamen we bij de pond aan. Gelukkig deed deze het wel. Hier waren we de vorige keer ook twee keer overgestoken. Er was een andere man op een fiets. Die had ook over de modderpaden gereden. Hij had alleen geen achterspatbord en een wit T-shirt van voren, van achter was zijn shirt helemaal bruin.

Onze standaard voor eten en plaatsen om te eten werd met het verstrijken van de vakantie steeds lager. In het begin fietsten we wel eens verder als we een Aldi tegen kwamen, ze hadden daar echt geen lekkere verse dingen. De Lidl was wat dat betreft veel beter. Alleen het brood bij de Aldi in Duitsland is geweldig. Vers afgebakken brood van een kilo en broodjes die goed smaakten. In het begin van de vakantie probeerden we meestal ook een bankje te vinden om op te eten. Deze keer waren we op de stoep naast de winkelwagentjes van de Aldi aan het eten.

We reden verder aan de Westkant van de Rijn door het dal. Het was bijna helemaal vlak. Tijdens de terugweg van de fietsvakantie van het Zwarte Woud hadden we de eerste dag tot half 12 's avonds door de regen gefietst langs een drukke weg. Het kwam nu zo uit dat we precies toen het begon te schemeren in Neustadt waren. Vanaf daar begon die drukke weg. Na Neustadt moesten we dan de eerste wilkampeerplaats pakken, anders moesten we weer in het donker over die drukke weg fietsen. Net als toen begon het nu ook al zachtjes te regenen. Even buiten de stad liep er linksaf een pad bergop de bossen in. We fietsten er over. Alles was nat in de bossen. Er waren geen grasveldjes te bekennen dus reden we verder over het pad. Het liep achter wat huizen door. Aan het einde van het pad stond een huis. Toen we daar in de buurt kwamen begon er een hond te blaffen. We draaiden om. Honderd meter terug was aan de rechterkant van het pad lag een stuk lager een oude fabriek. Hij was zeker 100 jaar geleden gebouwd, en al 20 jaar niet meer in gebruik. De fabriek was half over een riviertje gebouwd. Aan de andere kant van de fabriek lag de grote weg. Het zag er daar nogal spookachtig uit. Alle ramen waren ingegooid, de brandtrappen waren verroest en de hele fabriek was overgroeid met planten. Pas geleden was er een dam in het riviertje wat voor de fabriek door liep gebouwd. Het cement was nog wit. Er stond een huisje van nieuwe metalen golfplaten. Op het huisje en de dam stond een bewakingscamera gericht. Al met al was dit spookhuis niet een erg geruststellende plaats om de nacht door te brengen. Wie weet leefden er mensen in.


De overgroeide fabriek, rechtsonder het moderne gebouwtje wat bij de dam hoorde.


De witte schoorsteen maakte het spookhuis-effect helemaal af.


Alle ramen waren kapot, en het was voor een deel ingestort.


"Spookhuis-deluxe", volgens Bram.

Een andere keuze hadden we ook niet, het was al te donker om nog de grote weg op te gaan. Ik ging ergens in de bosjes plassen. Bram zei dat ik niet te ver weg moest gaan. Dan ging ik maar wat dichterbij. In de bosjes pakte ik wat stenen en gooide die van de berg af, ik zag Bram verschrikt staan kijken waar het geluid vandaan kwam. Die nacht hebben we allebei niet lekker geslapen.

Dagafstand : 186 km