Fietsvakantie verhaal Alpen

Dag 21 : De finale

's Ochtends was het koud. De lucht was helder blauw. De zon scheen over heel het veld, behalve op de plaats waar wij zaten. We waren blij dat het de laatste dag was. Het zou een zware dag worden, we moesten nog minstens 180 kilometer. De afgelopen 2 dagen hadden we al 400 kilometer gefietst.


De fietsen en het veld in het ochtendgloren.

In het begin van de dag was ik nog niet zo moe. De route was bijna helemaal vlak. We volgden fietpaden die parallel liepen aan grote wegen. Zo schoot het goed op. Allebei waren we om 11 uur 's ochtends al helemaal uitgeput. We konden nu het aantal kilometers aftellen tot thuis, in plaats van het aantal dagen. Dat was al beter. Vlak voor Euskirchen ging een spoorboom 50 meter voor ons naar beneden. Ik zei "benieuwd hoeveel treinen en deze keer aan komen". Bram zei "waarschijnlijk maar één, want ik hoef nou niet te pissen". Een paar seconden nadat de spoorboom naar beneden ging kwam er een treintje van vier wagons voorbij. Nog voordat we de 50 meter tot de spoorboom afgelegd hadden was hij al weer omhoog.

We kwamen door Düren. Bij een supermarkt hadden ze kruisbessen. Die hadden we al heel lang niet meer gehad dus kochten we die. Je moest ze per bakje betalen, en de bakjes waren open, dus zorgden we er eerst voor dat we een goed vol bakje hadden. Bij het bakkertje buiten de winkel wilden een warm broodje hamburger bestellen. Ze hadden alleen het kaartje verkeerd gezet. Dus kregen we een koud broodje met een stuk vlees, wat duurder was. Het was wel super lekker.

Aan de rand van Düren kwamen we op een autoweg terecht, even een stukje terug en dan het fietspad volgen wat er naast lag. Een auto ging langzamer rijden, de man draaide het raampje open en begon allemaal te roepen "come on, broem broem, hup hup". Die was helemaal raar.

Vlak voor Geilenkirchen volgden we weer eens een fietspad. Er was een omleiding van het fietspad. We weken opeens helemaal af van de grote weg die we moesten volgen. Over die grote weg mocht je ook fietsen. Even verderop weken we af van het fietspad en fietsten we dwars over een weiland, om terug te komen bij de grote weg. We kwamen uit bij een bouwput. Ze waren een nieuwe rotonde aan het bouwen. Met de fiets klommen we de heuvel af. Daarna gingen we maar weer over de weg. Opeens stond er een bordje dat je er niet met de fiets over mocht. Toch moesten we die weg hebben en fietsten we maar door. Je mocht daar toch maar 80. Bij de volgende afslag gingen we er af. Daarna zaten we in Geilenkirchen. Daar aten we een ijsje. De kruisbessen die we over hadden van 's Ochtends waren in mijn tas kruisbessenmoes geworden.

De weg van Heinsberg tot Roermond was nog heel zwaar, omdat we echt helemaal moe en gaar waren. Het fietsen zelf kostte weinig moeite, onze benen werden niet moe. Het gebrek aan slaap en rust was het ergste. Toen we eindelijk in Nederland waren dachten we dat de routes voor fietsers beter aangegeven zouden worden. Dat was ook niet zo.

In Roermond aten we het traditionele 40-kilometer-voordat-we-thuis-komen frietje. Het smaakte goed. Daar maakten we ook foto's van onze baard van 3 weken. Scheerspullen zijn veel te zwaar, bovendien zouden we toch geen tijd hebben gehad om te scheren.


Bram's baard.


Deze foto was beter..


Mijn "baard".


Met de super-macro stand van de camera zie je wel dat ik een baard heb.

Die dag moesten we 12 kilometer omfietsen om 600 kilometer in 3 dagen te halen. Als we 12 kilometer omfietsten kwamen we ook precies uit op 3400 kilometer voor de totale afstand van de fietsvakantie. Dat omfietsen was goed gelukt die dag. Vanaf Roermond tot Weert was het weer zoeken naar de goede weg. In Weert is het altijd een ramp om de goede weg te vinden. In het centrum vonden we een kaart, vanaf daar volgden we de route naar Budel. Het voordeel daarvan was dat we niet via Leende naar Valkenswaard hoefden te fietsen. Op dat stuk fietspad waren we al zo vaak super moe geweest dat we er geen goede herinneringen aan hadden. Telkens met Diekirch-Valkenswaard is dat het zwaarste laatste stuk. Deze keer gingen de laatste kilometers door de bossen bij de Achelse Kluis.

Na precies 3400 kilometer was het tijd voor een foto. Een kilometer daarvoor hadden we al 600 kilometer in 3 dagen gehaald.


3400 kilometer in 21 dagen !!


Precies hier haalden we de 3400 kilometer.

Toen waren we opeens in Valkenswaard. Nog een klein stukje door het centrum en ik was thuis. Bram moest toen nog 7 kilometer naar Westerhoven. Die 7 kilometer had ik op de eerste dag extra gedaan.

Eindelijk waren we thuis en konden we weer warm slapen, lekker eten en uitrusten.

Dagafstand : 197 Lees verder in een van de andere fietsvakantieverhalen