Fietsvakantie verhaal Alpen

Dag 6 : Bodensee

's Nachts was het eerst droog. Vanaf een uur of 4 begon het kei hard te regenen. Daardoor hebben we allebei niet meer geslapen. Rond 7 uur 's ochtends was ik maar naar de wc gegaan om daar op te warmen en mijn schoenen en kleren te drogen met wc-papier en de haardroger. Bram had dat schijnbaar ook al gedaan een uur er voor. De rits van mijn "waterdichte" jack was de vorige dag half kapot gegaan. Bij het winkeltje van de camping hadden ze regenjacks, maar geen goede. We kochten er wel eten.

De weg die afgezet zou zijn was 40 kilometer lang eenrichtingsverkeer. De andere helft van de weg hadden ze afgeschraapt om opnieuw aan te leggen. Wij konden er wel over fietsen. In Schaffhausen gingen we naar de Rheinfallen kijken. Dat zijn watervallen in de Rijn.


Rheinfallen.


Met een bootje kon je naar de rots in het midden.


In de winter stroomde er twee keer zo veel water als nu.

We waren al vroeg in Zwitserland. Alweer het zesde land waar we door kwamen. Tijdens de eerste keer boodschappen doen merkten we dat alles daar duurder is. 's Middags fietsten we de hele tijd langs de Bodensee. Het was daar lekker vlak en we reden de hele tijd over fietspaden. En de zon scheen, voor het eerst in 6 dagen. Een dikke Duitser die op fietsvakantie was haalde ons in. Hij trapte heel rustig rond, maar ging toch 25. Die had vast al een tijdje door de Alpen gefietst.


Weg langs de Bodensee.


De Bodensee.

Langs de Bodensee fietsten we lekker door. Achter een supermarkt gingen we eten en al onze spullen laten drogen in de zon.


Bram laat zijn voeten opdrogen.

Na het volgen van de Bodensee konden we nog een stuk een rivier volgen. Daarna kwamen we in een dorpje waar we de weg moesten vragen. Een oud mannetje was de voortuin aan het maaien. We gingen er heen om de weg te vragen. Hij kwam naar ons toe, viel bijna van een verhoging in zijn tuin, en ging ons de weg uitleggen. Je moest rechtdoor, dan rechts, dan aan het einde links. Dan kwam je op een grote weg. De auto's reden daar wel heel hard zei hij, maar hij reed er elke dag toch overheen. Dat was verbazingwekkend, want hij had verteld dat hij al 86 jaar oud was. Hij vroeg ook waar we vandaan kwamen, zelf had hij in het leger gezeten en was in Leeuwarden en Groningen gestationeerd geweest. Waarschijnlijk in de Tweede Wereldoorlog.

In tegenstelling tot de eerste 160 kilometer van de dag waren de laatste 30 erg bergachtig. We kwamen rond 9 uur aan in het dorpje waar de camping was. Er stond aangegeven dat het een "Alpencamping" was. We hoopten dat hij dan niet boven op een berg zou liggen. Dat was wel zo, we moesten nog 3 kilometer steil klimmen. Het was een drukke camping met veel Nederlanders. We kregen een plaatsje vlak bij het toilethok. Dat is voor ons handig, dan hoefden we niet zo ver te lopen.


Spullen uitpakken.

Na het douchen zaten we nog even op onze bivakzakken om te eten. Een groepje jeugd van de camping kwam voorbij. Het waren vooral meisjes. Ze zagen Bram zitten op zijn bivakzak en gingen hem allerlei vragen stellen. "Wat is dat?", "Ben je met de fiets", "Hoe ver heb je al gefietst". De meesten vonden het maar raar, "zielig", of onbegrijpelijk. Er was alleen één meisje die zei dat haar ouders ook op fietsvakantie waren geweest. Toen zagen ze het brood van een kilo wat Bram had gepakt omdat ik nog wou eten. Een van die meisjes vond het brood "Eng". Na tien minuten zagen ze pas dat ik drie meter verderop zat. In de schemering zijn die bivakzakken bijna niet te zien. Ze zeiden ook "moeten jullie nou alleen betalen om hier in te slapen". En ze zeiden dat er twee bedden stonden bij het tv-hok, waar we ook in mochten slapen. Maar dat was niet nodig natuurlijk. Toen gingen ze allemaal weg om tv te kijken.

Ik at wat brood met chocoladepasta en toen gingen we slapen. Toen we er net in lagen kwamen die meisjes terug, deze keer waren ze met meer, de jongens van de camping waren er ook bij. We wisten wel dat ze er waren, maar ze zeiden niks tegen ons. Toen Bram zich omdraaide hoorde je vanuit een halve cirkel om ons heen allemaal geluiden: "ieee, hij beweegt, ooh". Daarna was het weer stil. Tot ik op een gegeven moment hoorde dat een jongen zei "Bluf da'k er overheen pis". Ik moest kei hard lachen, vooral omdat ik wist dat hij bij Bram zijn bivakzak stond. Bram zei dat hij zijn zakmes had gepakt en hem in zijn zak had gestoken als hij er overeen had gepist. De andere mensen die er omheen stonden hoorde ik zeggen "nee, niet doen".

Dagafstand : 194 km