Fietsvakantie verhaal Alpen

Dag 7 : De eerste pas

's Ochtends scheen de zon. We pakten onze spullen in en gingen daarna de camping betalen. Deze camping kostte 37,50. De duurste camping die we tot nu toe ooit op fietsvakantie hadden gehad was 27,50 voor één nacht. Er stond op de rekening iets met "4 nachten". Ik ging terug om te zeggen dat we voor 4 nachten hadden betaald, we waren ook nog geen 12 uur op de camping geweest. De vent achter de balie was chagrijnig en kon het nog net opbrengen om uit te leggen dat als je minder dan 4 nachten bleef je 2 euro extra moest betalen. Dat was helemaal vreemd. Dus de Alpencamping in Nenzing komt ook op de zwarte lijst van campings voor fietsvakantie.

Na het vertrek begonnen we meteen te klimmen, de eerste pas van de vakantie kwam er aan. Hier zagen we nog meer mensen die op fietsvakantie waren. In een stadje moesten we nog een keer de weg vragen. De vrouw waar we het aan vroegen was heel aardig en liep een stukje mee om de weg beter uit te kunnen leggen. Deze keer waren we ook meteen goed gereden. Tijdens het klimmen moesten we door een tunnel. Dat vond ik het minst leuke deel aan fietsen door de Alpen. We fietsten daar over een stoep van een halve meter breed. Het was altijd koud in de tunnels en het stonk naar uitlaatgassen.

De zon scheen gelukkig nog steeds. We haalden twee fietsvakantie-mensen in die vier fietstassen hadden en zich helemaal kapot zweetten. De pas was 1800 meter hoog. Jammer genoeg stond er geen bord bovenop. Dat was tijdens de 100 cols tocht toch elke keer het fijnste, om boven bij dat bord aan te komen. Dan maar een foto gemaakt van het uitzicht en het café waar de hoogte op stond.


Het uitzicht in de Alpen was meestel halverwege de klim het mooiste.


De Arlbergpas, eerste van de vakantie.

Na de pas was het lekker afdalen. Bij een Lidl gingen we eten halen. Tijdens het klimmen was mijn kleine teen zeer gaan doen. Door de druk kwam hij klem te zitten. Ik sneed maar een stuk uit de inlegzool in mijn schoen, hopend dat het beter zou worden. Als het daardoor erger zou worden moest ik 3 weken met een zere teen rondfietsen. Gelukkig was het daarna meteen over.

De rest van de dag fietsten we over een mooie fietsroute die een rivier volgde. We kwamen van Zwitserland in Oostenrijk. De zon scheen ook al voor de tweede dag.


De azuurblauwe rivier die we de hele dag volgden.

Opeens was de fietsroute afgelopen en moesten we de goede weg zoeken. We staken weer terug de grens over naar Zwitserland. Op de grens met Zwitserland stonden altijd douaniers, we werden niet één keer aangehouden. Het was ongeveer 7 uur 's avonds toen we er achter kwamen dat het zaterdag was. Dat betekende dat het de volgende dag zondag was. Dat betekende dat we dan waarschijnlijk de hele dag geen eten konden kopen. We kwamen nog maar in één groter stadje. Daar was de winkel al dicht. We gingen daar op een camping staan, die eigenlijk ook belachelijk duur was. Zeker als je keek naar hoe slecht het sanitair was. Hij kostte omgerekend 25 euro. Er stond aangegeven dat je er ook kon eten. Het enige wat ze er hadden waren diepvriespizza's. Die warmden ze op, dat wel. Ze kostten 10 euro, maar ik had ook geen zin om honger te hebben. Bovendien hadden we al lang niks warms meer gegeten.

De tentenweide keek uit op het dorpje. Er waaide een koude bergwind overheen. Ik wist nou al dat het 's nachts te koud zou worden om goed te kunnen slapen. Vanuit het dorpje begon opeens live muziek te spelen. Het was geen schlager-muziek. Meer klassieke zomermeezingers.


De camping.


Het Dorpje.

Dagafstand : 157 km