Fietsvakantie verhaal Alpen

Dag 8 : Zware bergetappe

's Ochtends scheen de zon. In het stadje was een bakker open. Eerst moesten we wat Zwitserse Francs pinnen. Bij de bakker vroeg ik om een brood van een kilo. Toen ik om een tweede brood vroeg keek de vrouw achter de toonbank heel raar. Een normaal mens kan een week van zo'n brood van een kilo leven. Wij kregen wel twee van die broden op als we de hele dag moesten fietsen.

De eerste pas van die dag vond ik heel erg zwaar. Hij was zo steil dat ik in mijn kleinste versnelling nog niet lekker door kon trappen. Het klimmen waren we nog gewend van de vorige fietsvakanties. Deze berg was meer dan 1200 meter hoogteverschil. Halverwege stopte ik even "om een foto te maken".


Uitzicht vanaf de Flüelapas pas.


Op de achtergrond besneeuwde bergtoppen.

Op de pas waren ze de weg aan het vernieuwen op sommige plaatsen. Ze hadden dan één weghelft afgezet, aan het begin van zo'n stuk stond een stoplicht. Om de beurt mocht het verkeer bergop of bergaf over de weghelft die niet af was gezet. Met onze fiets was het al drie keer groen en rood geweest tegen de tijd dat we aan het einde van zo'n versmalling aankwamen. Daarom reden we gewoon door rood, we kwamen toch elke keer tegenliggers tegen.

Ëén Italiaan die met zijn auto voor het stoplicht stond begon te toeteren toen we door rood fietsten. Even daarna werd het groen voor de auto's. Eigenlijk hadden we gewoon midden op de weg moeten blijven fietsen, dan was hij er vanzelf achter gekomen waarom we door rood reden.

Na meer dan twee uur klimmen kwamen we boven op de pas. Het was er mooi, met een bergmeertje bovenop. We aten een ijsje, samen met nog veel meer fietsers die op deze pas waren.


De Flüelapass, de eerste zware Alpenpas.


Uitzicht tijdens de afdaling.

In het volgende dorpje aten we verder aan de twee kilo brood. Het was nog een tijdje heuvelachtig.


Typisch Alpendorpje.

Omdat het zo zonnig was hadden we een korte broek en T-shirt aan. Er kwam een afdaling met daarin een tunnel van 2700 meter lang. Het leek alsof je van de warmte een vrieskist in reed. Vijf minuten lang was het ijskoud. Daarna kregen we het eind van de tunnel in zicht. Opeens kwamen we weer in het licht en de warmte van de zon.


Zwitsers dorpje.


Tijdens de beklimming van de Julierpas.

's Avonds moesten we nog een pas over. Deze was minder steil, wel hoog. Bijna bij de top gingen we wat eten, we zagen een marmot lopen. De zon stond al laag toen we op de top aankwamen. Op de top waren nog wat mensen, één van hen maakte deze foto:


Op de top van de Julierpass in de ondergaande zon.

Er stond ook een auto op de top, daar zat achterin een meidje wat de hele tijd naar ons lachte. Boven op de top moest ik natuurlijk weer heel erg hoesten. De hele week was ik al verkouden geweest. Ik voelde me niet meer ziek, maar het hoesten was door al die regen niet beter geworden.


In de afdaling.

Na de afdaling zagen we een camping. In het volgende dorpje zou volgens de kaart een camping zijn. We hadden nog tijd om door te fietsen, alleen ik had geen zin om er achter te komen dat deze camping de camping was die ze op de kaart bedoelden. Bij de receptie stond een mand met oude boeken die je gratis mee mocht nemen. Er zat ook een wegenkaart van Duitsland bij. Die namen we mee, misschien kwam hij van pas als we op de terugweg een kortere route moesten plannen. Er was ook een barbecue aan de gang. Na het inschrijven voor de camping vroeg ik of we daar aan mee konden doen.

Dat kon gelukkig, bij de receptie moest je de stukken vlees apart bestellen. Ze hadden nog één witte en één bruine worst over. Die bestelde ik allebei. Ze waren wel duur, samen 14 euro. In Zwitserland was sowieso alles duurder. Eerst zetten we de spullen op, leverden we de bonnen voor het vlees in. Toen het vlees klaar was mochten we ook bonensalade en brood opscheppen. Aangezien de barbecue bijna afgelopen was schepten we alle overgebleven salade en brood op ons bord. Uiteindelijk hadden we dan toch veel, lekker en warm gegeten voor dat geld.

Omdat de camping helemaal vol stond kregen we een plaats vlak langs de grote weg. Vergeleken met de andere dagen heb ik toen toch goed geslapen.

Dagafstand : 138 km