Fietsvakantie verhaal ItaliŽ

Dag 11 - Brennerpas

We bleven elke ochtend in de tent/bivakzak liggen totdat het te heet werd. Meestal was dat maar tot 8 uur 's ochtends, dan begon de zon al fel te branden.

Vanaf de camping reden we eerst door de fruittuinen en kwamen we al snel uit op het fietspad langs de rivier, richting Bolzano. Het was lekker vlak, en het schoot goed op. Er reden veel wielrenners. Die zag je meestal 's ochtends wel, maar als het heter werd vanaf één uur waren we meestal nog de enige fietsers. Deze dag zouden we de Brennerpas doen. Die was maar 1300 nogwat meter hoog, even hoog als de hoogste berg van de dag ervoor. Op de kaart zag je dat de weg helemaal niet slingerde, dus het zou wel een geleidelijke beklimming zijn. We verwachtten dat we de 60 kilometer tot de top in ongeveer vier uur zouden kunnen fietsen. Ik zei "we zijn dan zeker wel voor 8 uur 's avonds boven, voordat het donker wordt". Bram die vond dat belachelijk want we zouden volgens hem al rond drie uur 's middags boven zijn.


Fietspad langs de Inn

In Bolzano gingen we naar de supermarkt. Bolzano waren we doorgekomen tijdens de fietsvakantie door de Alpen, op de dag dat Bram en ik elkaar kwijt waren geraakt. Op het stuk tussen Bolzano en de Brennerpas hadden we toen ook gefietst op de terugweg. Van toen konden we herinneren dat het gewoon een grote weg was. Nu fietsten we lekker over een rustig fietspad onder de bomen, langs de rivier. Het pad was denk ik ooit een spoorbaan geweest, want we kwamen door tunnels die in verhouding veel te groot waren.


Hier fietsten we langs


Bram en z'n voorraad platte perziken

Het fietspad was geen geleidelijke beklimming, maar ging telkens een beetje omhoog, dan weer omlaag. Het was vanaf nu wel heel goed te volgen. Overal zaten hagedisjes naast het fietspad, en ik reed bijna over één onoplettende heen. Terwijl ik tegen Bram zei: "ik reed net bijna over een hagedis" bewoog er opeens iets zwarts vlak voor Bram z'n voorwiel. Het was een dikke slang, die nog net van het fietspad af kronkelde voordat hij er overheen reed.

Na een kilometer of 30 stopten we om te eten. Er stond een bord met daarop het hoogteprofiel, en het bleek nog meer dan 60 kilometer te zijn tot we aan de top waren. Dat was veel verder dan verwacht. Het kwam omdat de fietsroute een stuk langer was dan de route over de grote weg. Voor ons was dat niet erg, want we lagen al weer bijna een dag voor op het schema om de bus te halen.

In een smal stuk van het dal week de route af van de grote weg, en gingen we over een pad met losse stenen steil omhoog over een weiland. Het heette wel "piste cyclable", maar je kon er eigenlijk niet fietsen. Na de klim draaide de weg en gingen we recht de bossen in. Daar was het weer klimmen en afdalen over bospaadjes met een hoop losse stenen. Gelukkig hadden we geen haast, en het was een super mooi stuk van de route.


De fietsroute




De fietsroute ging nu over een heel steil weggetje door de bossen. De weg was zo oud dat je soms een heel stuk over een berg zand moest klimmen om verder te kunnen.


De fietsroute over de Brennerpas

We kwamen de twee andere fietsers weer tegen, met veel bepakking, die heel langzaam klommen. Bovenop de klim voelde ik dat mijn achterband niet meer zo hard was. Toen ik het ventieldopje er af draaide liep hij meteen leeg, dus het leek er op dat alleen het ventiel niet goed vastgedraaid zat. We reden nog een uur door, en gingen toen in een klein dorpje een ijsco eten en wat cola drinken.


Een echt Alpen-plaatje




Nadat we verder fietsten was mijn band weer slap. We haalden alle tassen van mijn fiets, en haalden de binnenband er uit. Nergens konden we een echt gaatje ontdekken, alleen er zat een oud plakketje op wat los zat aan de randen. Waarschijnlijk zat daar een heel klein gaatje. We vervingen de binnenband door een nieuwe, wat op zich zo klaar was. Mijn handen zaten helemaal onder het smeer. GeÔnspireerd door Bram zijn verhaal dat hij smeer van zijn vloer had gepoetst met olijfolie had ik bedacht dat je met cola wel goed smeer van je handen kreeg. Ik had nog een halve bidon, en het werkte heel goed. Daarna met water de cola weg spoelen en mijn handen waren weer schoon. Ondertussen waren we weer ingehaald door de twee langzame fietsers met veel bepakking. Een half uur later hadden we ze weer ingehaald, voor de laatste keer.


Band plakken




Het was al rond half zes 's avonds, en we moesten nog vijftien kilometer tot de top. We reden over een fietspad, waar een hele famillie op liep. Na drie keer bellen gingen ze pas aan de kant. Ik keek op mijn gps, en kwam er achter dat we niet meer richting de Brennerpas fietsten, maar naar een andere pas. Dus draaiden we om, en moesten weer langs heel die familie. Een paar honderd meter terug vonden we een bordje van de fietsroute, en de route naar de Brennerpas wees wel de kant op waar we vandaan kwamen. Nou moesten we eigenlijk voor de derde keer langs die familie fietsen, maar we wachtten maar net zo lang en keken op de kaart totdat ze voorbij waren.


De Brennerpas

De fietsroute naar de Brennerpas liep eerst een paar kilometer door een ander dal, waarna je omdraaide en heel langzaam steeg richting de Brennerpas. Een paar kilometer voor de top kwam er opeens een geitenboer met drie geiten uit de struiken. Het was ondertussen al bijna zeven uur 's avonds. Bijna boven dachten we dat we de grens zagen, maar het was een EuroSpin supermarkt, waarvan het logo heel veel lijkt op de Europese vlag. We gingen naar binnen en haalden eten, waaronder tien jaar houdbare croissantjes met vanille vulling, die Bram graag wou hebben. Opeens viel het licht uit. Ik dacht dat er een stroomstoring was, maar dat was schijnbaar de gebruikelijke manier om de klanten te laten weten dat de winkel ging sluiten. Een ventje dat er achter kwam dat wij nog in de winkel liepen begon te roepen dat ze gingen sluiten. Wij moesten eerst nog bananen hebben. Tijdens het eten ging ik Manon bellen, want ze had net een nieuwe baan aangeboden gekregen.

Vanaf de grote weg kon je het bord "Brennerpas" al zien liggen. Aangezien we de hele dag over het fietspad gereden hadden wilden we ook daar over de top bereiken. Na het eten draaiden we weer om, en gingen terug naar het fietspad. De top werd nergens aangegeven. Dus ze nemen wel de moeite om 100 kilometer fietspad aan te leggen op de pas, maar niet om er dan een bordje neer te zetten als je boven bent. Toen we aan de afdaling begonnen keken we hoe laat het was, kwart voor acht. Had Bram toch nog net gelijk gekregen dat we niet om acht uur pas boven waren.


Het bord van de pas

We daalden af richting Innsbruck. De beklimming was een heel mooi fietspad geweest, maar van deze kant was het alleen maar een grote weg. Bram zag twee vrouwen op fietsvakantie, en hij wilde nog bijna stoppen en omdraaien. Maar we moesten verder. Ergens onderin een weiland zagen we een groepje andere fietsers kamperen. We reden verder en gingen op zoek naar een kampeerplaats.


In de afdaling

De rest van de afdaling ging over een weg zonder zijwegen, en waar aan allebei de kanten steile hellingen met bossen waren. Vijf kilometer voor Innsbruck vonden we een groot weiland met hoog gras waar we op konden kamperen. We fietsten naar beneden en gingen helemaal in de hoek staan. Vanaf de weg waren we dan bijna niet te zien. Door de afdaling aan het einde hadden we weer een goede dagafstand.


De kampeerplaats

Dagafstand : 162,9

Route van dag 11


Hoogteprofiel van dag 11, het is goed te zien dat we over meer dan 100 kilometer afstand geleidelijk klommen naar de top van de Brennerpas. Wel was het telkens een stuk klimmen, dan weer een beetje dalen, en dan weer verder klimmen.


Snelheid van dag 11


Statistieken van dag 11