Fietsvakantie verhaal ItaliŽ

Dag 12 - Rondje langs de meren

's Ochtends werd ik wakker en zag ik dat er allemaal naaktslakken op de binnentent zaten. Bij Bram waren ze door heel z'n bivakzak geslakt. Als ontbijt had ik nog een half pak chocoladekoekjes en een banaan. We liepen door het natte gras naar boven, en daalden toen af naar Innsbruck.

Bij de eerste supermarkt die we tegenkwamen haalden we eten. Er liep een zwerver vlak bij het bankje waar we wilden gaan zitten. Bram zei dat ie hem wel zijn los geld zou geven. Dus we zochten alle muntjes kleiner dan 50 cent uit onze portemonnee, en Bram gaf het aan de zwerver. Hij was er wel blij mee. Ik zei: "nou gaat hij er zeker een blik bier van kopen". We begonnen aan onze chocoladebroodjes en melk. Er kwam een vrouw naast ons op de bank zitten, en ze zei iets van "ik bijt niet". Wij reageerden verbaasd, want in Italië zouden ze nooit naast ons gaan zitten. Even later zagen we de zwerver weer lopen. Hij had een blik van iets gekocht, waarschijnlijk was het wel bier.

Vandaag waren we al op 100 kilometer afstand van waar we de volgende middag met de bus opgehaald zouden worden in Raubling. We hadden dus een route gepland die slingerend over een paar cols richting Raubling ging. Zelfs als de cols erg tegen zouden vallen zouden we het de volgende middag halen op tijd bij de bus te zijn.

In Innsbruck was het zoeken naar de goede weg. Na wat drukke rotondes hadden we hem eindelijk gevonden. Daarna reden we door een breed dal. In de hele omgeving waren veel bergen, maar als je wilde kon je honderden kilometers fietsen zonder echt te hoeven klimmen. De dalen waren allemaal bijna vlak, en lagen op ongeveer de zelfde hoogte.

Bij een supermarkt haalden we weer schuifijsco's en platte perziken. Ik ging de buschauffeur bellen, om af te spreken hoe laat we de volgende dag opgehaald zouden worden. Hij zei: "ow moeten jullie fietsen dan ook mee?", en: "mijn bus staat staat nog in de garage, dus ik weet niet precies hoe laat het gaat worden". Als dat maar allemaal goed ging. Hij zou er de volgende dag rond half 4 zijn.

Vanuit het dal klommen we een stuk omhoog. Het zou een col zijn, maar toen het vlakker werd hadden we de top nog niet bereikt.


Uitzicht over Wiesing




In plaats daarvan kwamen we langs een groot meer, de Achensee. Het had helder blauw water. Langs het meer waren een paar campings, en veel strandjes, helemaal vol met mensen.


Bij de Achensee

Bij een supermarkt haalden we weer ijsco's en brood en wustsalat. In een rustig parkje gingen we een uur zitten. We waren allebei best moe van alle dagen fietsen, maar na meer dan een week fietsen kwamen we wel goed in het ritme. Op zich zouden we het nog wel een week volhouden.





De Achensee

Het was nog een paar kilometer niet zo steil klimmen, en dan waren we op de top van de eerste col voor vandaag, de Achenpass.


De Achenpass, 941 meter




Na de col kwam een lange, en ook niet steile afdaling, waarna we bij de Tegernsee kwamen.


De Tegernsee

Vanaf dat meer volgden we voor meer dan tien kilometer een fietsroute over gravelpaadjes en bossen. Er zat één hele steile beklimming bij over een gravelweggetje. Hier in de alpen was het wel iets minder heet dan in Italië, zo rond de 32 graden. Na het bospad gingen we boodschappen doen. Bram die wou elke keer graag in het gras gaan zitten eten, maar ik had daar nooit zin in want dan prikken al die takken in je reet. Maar deze keer was er nergens een bankje te zien, dus gingen we maar in het gras zitten. We kwamen nog over een col waar we bijna niet voor geklommen hadden, en die niet op de kaart stond.


Masererpass, 793 meter

Hierna zou nog een col komen, waarna we af konden dalen naar Raubling. Ik keek op mijn gps, het bleek dat we al bijna op de goede hoogte zaten. We fietsten nog langs de Schliersee. Overal waren fietspaden, maar vaak moest je wel elke paar kilometer de weg oversteken om ze te kunnen blijven volgen. Het was al half acht toen we aan de beklimming van de laatste col begonnen. Het was de makkelijkste col die we ooit gehad hebben. In vier kilometer afstand moesten we 50 meter stijgen. Op de top stond helaas geen bordje.

Na een lange afdaling kwamen we weer bij de Inn uit. Die staken we over en we volgden de route richting Walchsee. Voor de laatste halve fietsdag hadden we gepland een rondje van 70 kilometer te fietsen, waaraan we nu vast begonnen.

Het ene dorpje volgde het andere, en het werd al steeds later. Nergens konden we wildkamperen. Rond half negen sloegen we maar ergens een zijpaadje in. Het leek bij een huis te eindigen, maar daarna ging het toch door. Op een glooiend weiland, links van het pad, stond in het midden een groot vakantie-huis zonder hek eromheen. Het leek leeg te staan. De vorm van het weiland was zo dat je naar boven kon vanaf de weg, en dan weer een beetje daalde, zodat je vanaf de weg niet te zien was. We gingen zo ver mogelijk van het huis af staan. Ons water was op, en ik had alleen nog maar een appel en een banaan. We hebben nog wat restjes brood en chips opgegeten en toen zijn we gaan slapen. Deze nacht heb ik wel heel goed geslapen.

Ondanks dat we niet ver hoefden hadden we vandaag toch de langste dagafstand.

Dagafstand : 182 km.


Route van dag 12


Hoogteprofiel van dag 12, de grote klim in de ochtend is goed te zien.


Snelheid van dag 12


Statistieken van dag 12