Fietsvakantie verhaal Italië

Dag 13 - Laatste fietsdag

Vandaag was de laatste dag dat we konden fietsen. 's Middags werden we opgehaald met de bus. We hadden geen ontbijt, dus begonnen we meteen met fietsen. In het eerste dorpje zagen we drie bordjes staan die aangaven waar een bakkerij zat, maar de bakkerijen zelf waren niet te zien. Eén dorpje verder was wel een goede supermarkt. We sloegen een zak broodjes in en nog meer eten. Toen we op een bankje zaten om alles op te eten kwam er een vrouw naar ons toe om te vragen waar we vandaan kwamen en waar we heen gingen.

De route die we gepand hadden zou niet over een col gaan, volgens de kaart. Maar we kwamen er toch over. Gelukkig was deze niet zo veel klimmen.

We fietsten van het ene dal in het andere, dus het was redelijk vlak. Rond 12 uur 's middags hadden we pas twee uur gefietst. We wilden nog om de Chiemsee heen fietsen, maar volgens de gps was de kortste route naar de opstapplaats van de bus in Raubling nog 55 kilometer. We moesten ook nog eten. Dus besloten we maar via de kortste weg terug te fietsen.

Bij een supermarkt haalden we ijsco's en drinken. Ik had Schwipp-Schwapp, wat cola met sinas was. Ondertussen hadden we gehoord dat de bus pas om kwart over vier aan zou komen. Dat zouden we nog ruim halen, als we redelijk door konden fietsen. We fietsten hard door, om zeker op tijd bij de bus te zijn. De route was heuvelachtig, maar er zat gelukkig geen lange klim meer in. Het was een mooie groene omgeving, met wat kleine meertjes.

Twintig kilometer voor Raubling fietsten we naar de Chiemsee toe om even te kijken. De fietspaden in de buurt waren wel irritant. Ze liepen de helft van de tijd aan de verkeerde kant van de weg, en vaak mocht je er een stuk niet over fietsen omdat het dan alleen voetpad was. Dus moest je elke keer oversteken, of je fietste over de grote weg terwijl aan de andere kant een fietspad was.


De Chiemsee

Toen het eigenlijk nog tien kilometer moest zijn tot Raubling zagen we een fietsroute die er in vijf kilometer heen ging. De route ging over een gravelpad langs de Inn, aan de andere kant dan waar we de vorige avond langs gefietst hadden.


Fietspad langs de Inn

We hadden nog tijd genoeg. Dat was maar goed ook, want de laatste kilometer moesten we een tijdje rondfietsen om 'autohof Raubling' te vinden.


Het laatste stukje

Het was een heel groot benzinestation, met een winkeltje en een terrasje.

Het was half vier, dus nog tijd genoeg om even op het terras te gaan zitten. In het winkeltje haalden we bier, dat hadden we wel verdiend. In de supermarkt had ik eerst ook al grote blikken gezien, en die hadden ze hier ook, van een hele liter bier. Omdat je onder de tien euro niet mocht pinnen haalden we er ook maar een ijsje bij.


Een liter bier


Je kon in mijn hand het patroon van gaatjes in mijn handschoen zien

Iets na kwart over vier kwam de bus er aan. Het was een lange bus, met een aanhanger voor fietsen er aan. De chauffeur kwam er uit, en ook de begeleidster van de busreis. De chauffeur was een lange kale en forse vent. Hij zei: "jullie heb ik aan de telefoon gehad gisteren zeker?". Dit was de eerste buschauffeur die voorzichtig de fietsen in de aanhanger laadde. Nadat we zo snel mogelijk de fietsen en de tassen in de bus geladen hadden gingen we de bus in. Hij zat helemaal vol met bejaarden. We werden meteen door de buschauffeur voorgesteld: "Dit zijn Bart en Bram", en we moesten naar iedereen zwaaien. Iedereen in de bus was mee gegaan op een georganiseerde fietsreis, waarin ze ongeveer 40 kilometer per dag gefietst hadden. Wij waren de enige twee die opgepikt werden, omdat de bus die we eigenlijk geboekt hadden niet door ging.

We moesten maar een paar uur rijden naar een hotel, waar we zouden overnachten. Ondertussen had de chauffeur allerlei weetjes langs de route, die hij elke tien minuten omriep door de bus. Bijvoorbeeld: "Als u nu uit het raam kijkt ziet u daarboven een ijswolk. Toch raar als je bedenkt dat het hier beneden zo heet is".

Om kwart voor acht waren we in Kipfendorf, ergens ten noorden van München. Het was een klein dorpje met een hotel. Het hotel had een bij-gebouwtje voor extra gasten. Omdat Bram en ik pas als laatste aan de reis waren toegevoegd dachten we dat we wel in het bijgebouwtje moesten. Maar dat klopte niet, we hadden een grote kamer met twee slaap gedeeltes en een fijne douche. Het enige nadeel was dat we, nadat we al 400 kilometer lang niet gedouched hadden, binnen een half uur aan het diner moesten zitten.

Tijdens het diner zaten we bij een echtpaar uit Uden, van rond de 70, en reisleidster Nel. Allemaal hadden waren ze vroeger ook al veel op fietsvakantie geweest. Het was heel gezellig, en één grote herrie van alle gesprekken. We hebben tijdens het eten nog halve liters bier op. Tijdens het hoofdgerecht kwamen ze langs om te vragen of iemand nog extra groente of vlees wilde, dat lustten wij allebei wel. De hele groep was gaan fietsen in Karinthië, in Oostenrijk, ook voor twaalf dagen. Ze hadden net als wij ook alleen maar goed weer gehad.


De mede-busreizigers


Bier en toetjes

Na het eten volgde er nog een toespraak van de buschauffeur. Zelf had hij helemaal niets gegeten, want hij had geen honger en hij had het veel te druk met helpen met de bediening en met mensen praten. Hij vond het een geweldige reis geweest, en hij vond het super leuk om met mensen te werken. Dat was wel te merken.




Na het toetje gingen we naar bed. Bram die was kei zat, en hij ging pas na een uur muziek luisteren slapen.

Dagafstand : 100 km.

Vandaag had de gps het weer niet gedaan, ik denk dat de accu leeg was.

Route van dag 13