Fietsvakantie verhaal ItaliŽ

Dag 4 - Langs de Italiaanse kust

's Ochtends vertelde Bram dat de vent van de camping schijnbaar al 10 minuten naast mijn tent had gestaan de vorige nach, en dat die "bicycletta" geroepen had. Het probleem was dat onze fietsen, die op onze eigen plaats van de camping stonden, schijnbaar op het pad stonden dat naar onze achterburen liep. Dus de plaats van tien vierkante meter die we hadden moesten we ook nog half vrijhouden zodat de buren er overheen konden lopen. Maar dat Italiaanse ventje kon geen woord Engels, dus die kon mij gisteren niet uit mijn tent roepen.

We hadden geen eten meer, dus we moesten eerst fietsen tot het volgende winkeltje. Dat was niet ver. De kustweg was nu al druk. In Spanje waren we ook een stuk langs de kust gefietst. Dat was niet echt aan te raden, omdat de helft van de tijd het daar eigenlijk verboden was voor fietsers. Hier mocht je wel overal fietsen. In een supermarktje kochten we de zes meest uitgedroogde smakeloze bruine broodjes van heel Italië, en nog wat fruit en water. Zelfs als je evenveel jam als broodje in je mond stopte was het amper weg te krijgen.

Het was pas negen uur, maar nu moesten we al in de schaduw zitten, zo heet was het in de zon. Er kwam een oude Italiaanse man naar ons toegelopen, met een witte broek, wit shirt, en een hoed op. Hij zei, heel langzaam: "are you from Holland?". Dus wij zeiden dat dat klopte, maar dat we met de bus naar Zuid-Frankrijk gegaan waren. Toen zei hij: "then I have something for you", en hij gaf ons twee vetpapieren pakjes. Hij zei: "I was in Texel island, many years ago, and it was beautifull". Toen ging hij weer. We maakten de pakketjes open. In het ene zat een stuk uienbrood, en in het andere een stuk plat brood met olijfolie. Het leek van een goede bakker te komen. Vooral het uienbrood was super lekker. Terwijl we de lekkere broodjes zaten te eten, die honderd keer beter waren dan die uitgedroogde die we zelf gekocht hadden, kwam hij nog langs en zwaaide.


De broodjes.

Ik had verwacht dat het langs de kust vlak zou zijn, en dat we een mooi uitzicht zouden hebben. Dat was allebei niet waar. De hele ochtend was het klimmen, want de weg volgde niet precies de kust. Het uitzicht was ook niet zo mooi, behalve als je weer bovenop een bergje was en het volgende dorpje aan de kust zag liggen.

Na Savona kwamen we al snel in Genova, wat een grote en super lelijke stad is. De wegen in Genova waren vuil, en voor fietsers was niet niet echt geschikt. We kwamen over allerlei bruggen en verhoogde wegen, waar je in Nederland nooit over zou mogen fietsen. Nergens stond goed aangegeven waar je heen moest, maar met de gps lukte het aardig er doorheen te navigeren. Bij een supermarkt waar allerlei rare figure buiten hingen gingen we wat eten en drinken halen. We haalden ook een bus Isostar, waar we de komende week sportdrank mee maakten. Het hielp echt, hadden we het idee.


De pasta-gang in de supermarkt.

Na weer een hele tijd fietsen en veel klimmen door de brandende hitte rustten we uit bij een mooi uitkijkpunt.


Uitzicht vanaf het uitkijkpunt.




Een tijdje later wilden we weer wat afkoelen in een supermarkt. Het was deze dag alweer super heet. We kochten een warme kipspies, dat leek tenminste op echt eten. Daarna week de route af van de kust, en gingen we wat meer het binnenland in. Bij een andere supermarkt zaten we op het heetst van de dag. Daarna begon een hele steile klim, over een rustig weggetje. Na het rustige weggetje kwamen we op een grotere weg, waar de klim gewoon door ging.


Op de top van de Passo de Bracco




Uiteindelijk volgde een lange afdaling, waarna we weer in een ander stuk van Italië uitkwamen. Het was groen, en overal waren bossen, maar je kon nergens de bossen in. Er waren alleen dorpjes, en wegen van het ene dorpje naar het andere, maar geen zijwegen. Vaak stonden er ook overal hekken. De wegen waren ook te smal om gemakkelijk ingehaald te worden. We fietsten door een breed rivierdal. Het was nu wat afgekoeld, en we konden best goed tempo maken.

Mijn self-inflatable matje had ik opgerold, en samen met mijn tent in een foam-matje gerold. Die rol had ik dan met twee elastieken met haken achterop mijn fiets gemaakt. Na een hobbelweg hoorde ik opeens iets van mijn fiets vallen. Ik riep "Bram stop, er is iets gevallen". Het self-inflatable matje was uit de rol geschoven, en lag op de weg. Ik keek achterop mijn fiets, en zag alleen nog het foam-matje. Waar was dan mijn tent gebleven? Bram die vroeg "wat is er?", en ik zei "m'n tent is weg". Ik zag het al meteen voor me dat ik de komende drie dagen alleen in een slaapzak zonder tent kon slapen, totdat we ergens een ander tentje zouden kunnen kopen. We overlegden even wat we zouden doen, wie weet was mijn tent er al 20 kilometer geleden af gevallen. We draaiden om, en reden terug naar de vorige rotonde waar we geweest waren, daar lag niks. Honderd meter verder zag ik gelukkig in de verte iets naast de weg liggen, het was mijn tent. Ik was echt blij dat ik hem weer gevonden had. Ik bond alles weer terug op mijn fiets, maar deze keer deed ik de opening van de vuilniszak die om alles heen zat richting de voorkant, zodat er niks uit kon vallen van achteren.

Het werd al steeds later, en het was moeilijk om een goede wildkampeerplaats te vinden. Er was alleen de weg, en de rivier. Nergens kon je van de weg af, of er stond een verbodsbordje, waar ze in Italië ook fan van zijn. Na een lelijk dorpje vonden we een zijweggetje wat richting wat moestuinen ging. Aan het einde van het weggetje kwam je uit op de rivier, en een grasveldje. Het was wel te zien vanuit een boerderij die een paar honderd meter verderop stond, maar iets beters gingen we niet meer vinden. Ik was blij dat ik mijn tent kon opzetten, en we hadden deze nacht goed geslapen.

Dagafstand : 170 km.

Deze dag deed de gps het niet.

Route van dag 4