Fietsvakantie verhaal ItaliŽ

Dag 5 : Lucca en Pisa

Na het wildkamperen was het maar een klein stukje fietsen tot het eeste dorpje. Bij een supermarkt haalden we wat fruit en yoghurtjes. Daarnaast zat een bakker. We haalden een brood, en ik zag dat de bakker zelf een stuk pizza aan het eten was. De vers gebakken pizza, waar één stuk uit was, lag in de vitrine, en ik had er ook wel zin in. Dus we kochten ook twee warme stukken pizza. Dat was de beste die we de hele vakantie gehad hebben.

Vandaag zouden we tot Pisa fietsen, en dan daar de rest van de dag rondkijken. Vanaf het begin stond Lucca al aangegeven. We reden over een kleine weg door een bergachtig en groen gebied. Dat was niet wat ik me van Italië had voorgesteld, maar hier was het best mooi.

Alle wegen in Italië leken wel op de zelfde manier opgebouwd. Je had een grote stad, dan een weg van 40 kilometer lang door kleine dorpjes die langzaam steeg. Op het hoogste punt had je dan een middelgrote stad, en 40 kilometer afdalen verder weer een grote stad.

In het begin van de ochtend was het nog 90 kilometer tot Lucca, maar elke keer als we een bord met de afstand tegenwamen was het weer iets minder. In een klein dorpje kwamen we langs een cafeetje, waar de plaatselijke groep bejaarden buiten koffie zat te drinken. Vaak waren die cafeetjes gecombineerd me een klein winkeltje, 'café alimentari' heette het dan. We gingen er naar binnen om wat perziken te kopen. Een oude dikke man kwam ons helpen, maar hij wist eigenlijk niet zo goed hoe de kassa werkte, want dat was zijn vrouw haar taak. Nadat hij helemaal buiten adem de perziken had afgerekend kwam er nog een andere gast, die wel wat engels sprak, een praatje maken.

We fietsen weer verder, vooral klimmen, en kwamen bij een klein winkeltje. Daar haalden we melk en wat ham, het kostte 6 euro. Ik wilde wel volle melk, want daar zaten meer calorieën in. Tijdens de vorige fietsvakantie hadden we bijna nooit melk, maar ik denk wel dat het goed is om wat vet en eiwitten binnen te krijgen. Deze fietsvakantie hadden we sowieso het beste gegeten van alle fietsvakanties, omdat we continue fruit aten tijdens het fietsen. We laadden alles in mijn fietstas, en gingen op zoek naar een bankje. In het dorpje was er geen, dus dan maar een stuk afdalen. Toen vlogen allebei de pakken melk en het pak ham opeens over straat. Schijnbaar was mijn tas niet goed dicht. Gelukkig was alles nog heel. Daarna vonden we al snel een picknickplaats. In Frankrijk kom je onderhand om de tien meter een picknickplaats tegen langs de weg, maar in Italië zijn ze echt zeldzaam.

We waren nu bijna bij het hoogste punt tussen het vertrek vanochtend en Lucca. Vanaf het hoogste punt kwamen we op een grote weg.


De Passo dei Carpinelli.

Die ging langs een brede rivier naar beneden. Er zaten wel een paar lange tunnels in, die nooit zo fijn zijn met de fiets. Door deze mocht je gelukkig wel fietsen, anders konden we weer omfietsen.


Uitzicht onderweg.




Bij een grote supermarkt kochten we ijsjes, cola, toetjes en drinken, dat kostte ook maar 6 euro. De kleine winkeltjes in de bergen waren altijd veel duurder. Er was ook een man van een jaar of 45, ik denk dat het een Australiër was, die een bal wilde kopen in de supermarkt. Maar die cassiëre wilde de bal niet verkopen, want die hoorden per twee verpakt te zijn met een oranje en een zwart-witte bal. Dus hij kreeg hem niet mee. Daarna kwam die vent weer terug, want hij wilde toch die oranje bal kopen, dus ging ie de zwart-witte bal zoeken in de winkel. Na tien minuten had ie hem nog niet gevonden. Toen kwam er iemand anders bij, en die liet hem eindelijk z'n bal kopen.


Onderweg.

Helemaal volgestopt met suiker begonnen we aan de laatste 20 kilometer tot Lucca. Ik had van een collega gehoord dat het een leuk stadje was. Bram wilde niet te vroeg in Pisa zijn, want dan hadden we niks te doen als we daar waren, en ik wilde nog Lucca bekijken, dus dat kwam goed uit. We reden door de stadspoort, in de dikke muur die om het oude centrum heen stond. Je merkte meteen dat het centrum heel veel sfeer had.


In Lucca.

Overal oude gebouwen en smalle staatjes met grote rechthoekige stenen bestraat. De fietsen parkeerden we op een pleintje. Ik sloeg maar op in de gps waar het lag, anders zouden we het niet terug kunnen vinden. We liepen een stuk door de stad en kwamen langs een mooie kerk, in een heel aparte stijl.


Chiesa di San Michele.




Het was er heel druk met toeristen, maar wel gezellig. Op een terrasje dronken we wat, en toen gingen we weer op zoek naar de fietsen.


In Lucca.

Vanaf Lucca tot Pisa was het ongeveer 15 kilometer. Eerst was het vlak, en daarna even klimmen. In de afdaling kwamen we opeens in een heel ander soort klimaat uit. Het was er helemaal niet meer vochtig, en er groeiden veel naaldbomen. Het leek veel op Zuid-Frankrijk. In de verte zagen we Pisa liggen. Er stonden een aantal torens, maar één ervan was duidelijk dé toren van Pisa.


Uitzicht op Pisa, met rechts van het midden de toren van Pisa.




Het was even zoeken in de stad, maar zonder veel omfietsen kwamen we bij de toren uit. Hij was nog schever dan ik verwacht had. Een franse jongen die ook op fietsvakantie was kwam vragen of we een camping wisten in Pisa. Die was er één vlak bij het centrum. We keken wat rond en maakten een foto met onze fietsen.


Bram bij de toren van Pisa.


Bart bij de toren van Pisa.


Alle toeristen.

De toren hoorde bij een cathedraal, die ook weer door een groot grasveld omringd was, net als die in Vicoforte. Er stond een bordje bij dat je niet op het gras mocht lopen, maar daar hield niemand zich aan. De bouwstijl van de kerken was hier heel anders dan in Nederland en Frankrijk.

Nadat we de toren gezien hadden gingen we op zoek naar de camping, dan zouden we later terugkomen. Deze camping was iets goedkoper dan die aan de kust, maar de plaats was wel een stuk groter. Eerst gingen we douchen, wat wel nodig was na 350 km fietsen, en alle apparaten opladen.


Op de camping in Pisa.

Daarna liepen we terug naar de toren. Je kon in de toren, in de cathedraal, en in nog een ander gebouw. Voor allebei kreeg je een vaste tijd aangewezen.


Het Piazza del Duomo.


Cattedrale di Pisa.

Eerst gingen we in de cathedraal. Die was groot en best mooi. Vooral het dak van de binnenkant. We hadden nog een uur voordat we op de toren mochten, maar ik ging al dood van de honger.


In de kathedraal.





Battistero di san Giovanni

We gingen nog snel een ijsje halen, de eerste echte Italiaanse ijsco. Ik koos nutella en citroen ijs. Ze schepten geen bolletjes, maar met een platte spatel. Het ijs was echt het lekkerste schepijs wat ik ooit gehad had. In dat straatje zaten ook allerlei restaurantjes.

Dan was het eindelijk zover dat we in de toren van Pisa mochten. Onderin kreeg je eerst uitleg over hoe die gebouwd was.


In de toren van Pisa.

Een onbekende architect had in de 11e eeuw de eerste drie lagen gebouwd. Daarna waren die na tien jaar helemaal verzakt. Honderd jaar later had iemand anders bedacht om er dan nog maar vier lagen bovenop te bouwen, en dan nog een hele tijd later iemand anders om er nog een koepel met zeven bronzen klokken op te zetten. De toren is niet alleen scheef gezakt, maar ook een paar meter naar beneden. Via een smalle wenteltrap mochten we naar boven. De treden waren wel vijf centimeter uitgesleten. Aan de ene kant van de toren liep je tegen de buitenmuur, aan de andere kant tegen de binnenmuur.

Boven op de toren bleven we een tijdje zitten om van het uizicht over Pisa te genieten in de ondergaande zon. Je had ook een mooi uitzicht over de kathedraal.


Uitzicht vanaf de toren van Pisa.


Klok van de toren.


Uitzicht over Pisa.




Het leek er op of er in de rest van Pisa niet zo veel te doen was voor toeristen, er waren nog maar een paar andere mooie gebouwen te zien. Toen we honger kregen gingen we maar weer naar beneden. In het straatje met allerlei restaurant hadden we er één gevonden waar je voor 10 euro een voorgerecht, een pizza, en een glas wijn kreeg.


De straat met restaurantjes.

Het smaakte allemaal goed. Na dat ene glas wijn waren we meteen helemaal gaar. Na het eten maakten we nog wat foto's van de toren en de kathedraal in het donker.


De toren in het donker.


Piazza dei Duomo in het donker.

Op de camping lag een andere man naast ons die ook op fietsvakantie was. Hij was nog erger dan Bram, want hij had niet eens een bivakzak. Hij lag in zijn kleren te slapen op een matje, dat was alles. We konden niet goed slapen, want de hele nacht blaften er honden.

Dagafstand : 126 km.


Route van dag 5


Hoogteprofiel van dag 5, het is goed te zien waar de col van vandaag zat.


Snelheid van dag 5


Statistieken van dag 5