Fietsvakantie verhaal Luxemburg

Dag 1 : Regen

Om kwart voor zeven was ik al wakker. Ik had veel zin om te vertrekken. Buiten was het gelukkig nog droog. Alle spullen stonden al klaar zodat ik meteen kon vertrekken. Rond half acht vertrok ik, op weg naar Vianden. Welke route ik zou volgen wist ik nog niet. Binnendoor naar de Achelse Kluis, dan naar Achel en vanaf daar verder was het eerste plan.

Het miezerde al na tien minuten fietsen. In de bossen was geen mens te zien en was het lekker stil. Toch hoorde ik rechts van het pad iets lopen in de bosjes. Ik stopte om te kijken, het wilde zwijn wat er liep stopte ook om te kijken waarom ik stopte. Na een paar seconden verdween het tussen de struiken. Het was zondag ochtend, in de lichte miezer fietste ik helemaal alleen over de hei. Daar kreeg je helemaal een gevoel van als in deze clip:

Spinvis - Bagagedrager Als je luistert naar de wolken, als je luistert naar de wind

Op de borden van het fietsroutenetwerk leek het alsof je helemaal tot in Maastricht over dat netwerk kon fietsen. Deze dag wou ik gewoon wat rondfietsen en maar zien tot hoe ver ik kwam. Vianden was dan de volgende dag toch nooit meer dan 150 kilometer fietsen. Dus besloot ik om het fietsroutenetwerk te volgen tot aan Maastricht. Dat ging goed, totdat ik er achter kwam dat je het kanaal tussen Weert en Kaulille maar op een plaats kon oversteken. Daardoor moest ik een heel eind omfietsen en van het fietsroute netwerk afwijken. Vanaf Weert heb ik toen weer de Michelin kaart gevolgd. In Maaseik stonden nergens borden in het centrum, dus maar op de gok de goede weg gekozen.

Vanaf daar tot aan Dilzen reed ik door de stromende regen langs een grote weg. Natuurlijk moest je wel positief blijven denken. Er waren ook voordelen aan regen. Bijvoorbeeld: je blijft goed doorfietsen omdat je niet in de regen wilt stoppen, er zitten geen insecten, het blijft rustig op de weg en je hebt het niet heet. Onder het afdak van een benzinestation snel wat brood gegeten, daar was het tenminste droog.

In Dilsen zocht ik op de brug van een kanaal de goede weg. Er kwam een vrouw aangelopen die zei dat dat kanaal rechtstreeks naar Vise ging. Dat zou ik veertig kilometer kunnen volgen. Dat was dan maar het volgende plan. Een stuk ging het ook goed. Een groepje wielrenners haalde me in. De achterste kon ze niet meer bijhouden, maar ik wel. Ze sloegen rechts af het kanaal over. Ik bleef links, maar kwam er al gauw achter dat dat verkeerd was.

Na een tijdje vond ik het wel weer tijd om uit te rusten. Het was ongeveer 12 uur en ik had er al 80 kilometer op zitten.


Mijn fiets met bepakking


Het weggetje langs het kanaal





Het standaard fietsvakantie-voer : brood met jam

Daarna kreeg ik weer voor het eerst een eersteklas les in Belgische wegenbouw. Er waren twee bruggen over het kanaal in reparatie. Je kon het fietspad langs het kanaal daarom niet volgen. Ze gaven alleen aan "wegomlegging". Welke route je dan moest pakken om weer bij het kanaal uit te komen stond er niet. Uiteindelijk vond ik het kanaal weer. Het was uitgegraven uit de mergel hier, aan allebei de kanten waren mergelgrotten te zien. Een stukje verderop moest ik weer van het kanaal afwijken. In Belgie was er ook wel een fietsroutenetwerk, maar er zijn alleen knooppunten en geen kaarten waar op staat waar de knooppunten liggen. Daar had ik dus ook helemaal niks aan.

Wat klimmetjes en een stukje kanaal verder kwam ik aan in Vise. Hier was ik al vaak geweest. Ik kocht een veel te duur broodje met vlees en wat water. In het centrum op een bankje ging ik het opeten. Er ging een vent tien meter verderop op een bankje zitten. Zo ver dat je er net niet mee kon praten. Hij zat wel de hele tijd naar mij te staren, maar hij zei niks. Ik had wel 'hoi' gezegd.

Opeens begon het harder te waaien. De roze bloemblaadjes van de boom waar ik onder zat vulden de lucht. De man begon naar mij te roepen : "'t is de natuur", "velo", "het is koud he" en "hahahaaahaa". Eerst vond ik hem nog redelijk normaal. Ik pakte snel alles in mijn fietstassen en fietste aan voordat het zou beginnen met regenen. Toen ik weg fietste bleef hij maar van alles roepen in het Nederlands en Frans. Toen vond ik het maar een rare gast.

Van Vise reed ik naar Verviers. Het was flink klimmen. En het begon inderdaad te regenen. Bijna boven bij de klim haalde ik twee jongens en twee meisjes in die op fietsvakantie waren. Even een herinnering dat ze echt bestaan. De weg naar Verviers was makkelijk te vinden, want het is een grote stad. De weg er uit vond ik gelukkig ook heel snel. Dat verdiende een beloning. Ik nam even tien minuten de tijd om te zitten en een appel te eten.

Na Verviers begon de Barrage de Gileppe. In Diekirch-Valkenswaard zit die ook. Dan daal je af met 50 kilometer per uur over het fietspad. Deze keer ging ik de andere kant op. In de stromende regen en met een fiets vol bepakking leek het wel alsof ik er tien keer zo lang over deed. De hele beklimming bleef het maar regenen. Eenmaal boven, ik wist dat er vlak voor de top nog een stuk vals plat kwam, weer tijd voor een korte pauze. Vanaf daar afdalen naar Waimes. Daar was de camping van vandaag. Het was pas kwart over zes. De volgende camping was nog veel verder, en ik had ver genoeg gefietst om het morgen makkelijk te kunnen halen.


Vlak voor de camping.

De campingbaas was een Nederlander. Hij zei dat er nog een friettent was drie kilometer verderop, maar dat fietsen had ik wel gezien voor vandaag. Douchemuntjes waren 75 cent per stuk, "doe mij er dan maar twee". Het was wel nodig om weer helemaal op te warmen. Ik zocht een plekje in de ondergaande zon. Eindelijk scheen hij weer. Na het douchen nog wat eten, bellen, de route bekijken, met wat mensen praten die langs mijn bivakzak lopen en allemaal nieuwsgierig zijn, en dan om acht uur als de zon weg is heb ik niks anders te doen dan te gaan slapen.


Uitzicht over de camping


Mijn fiets


Het avondeten


Ondergaande zon


Route dag 1

dagafstand : 163 km