Fietsvakantie verhaal Noordpolderzijl

Dag 3 - Afsluitdijk

's Ochtends ontbeten we eerst op een bankje. Koen ging zich scheren voordat we gingen, na een uur kwam hij weer terug. De zon scheen al. We pakten alles op de fiets en wilden de camping gaan betalen. Toen we langs de boerderij reden kwamen de eigenaars van de camping al weer naar buiten. De vrouw had twee bananen vast. Ze vroegen aan ons waar we nog een gingen vandaag, en waar we op school zaten. Ze vonden het leuk dat we op hun camping hadden gestaan. De vrouw gaf ons de twee bananen voor onderweg. We hoefden niets te betalen, dat was wel heel erg aardig. Dan moesten we wel een kaartje sturen vanuit Groningen. We hadden deze keer dus min één banaan en een ansichtkaart moeten betalen.

Owja, en we moesten maar doorvertellen dat er een goede camping zat, dus bij deze: het adres is Broerdijk 39a in Twisk, minicamping Valkenhof.


Uitzicht over de camping.

Na de camping reden we parallel aan de kust van het Ijsselmeer naar het noorden.


Een groot gemaal bij het Ijsselmeer


Dit waren geen inheemse diersoorten.

We konden het Ijsselmeer niet zien, totdat we bij de Afsluitdijk waren.

Het weer zat erg mee vandaag, het was al de hele tijd zonnig, en op de Afsluitdijk hadden we precies wind mee.


De Stevin sluizen, aan het westen van de Afsluitdijk.

Onze fietsen sleepten we de dijk op, om een goede foto te maken. Dan moest je je wel goed vasthouden, want het waaide heel hard.


Ik bovenop de Afsluitdijk.


Koen op de dijk.

Je kon vanaf daar ook al Texel zien liggen.


Texel.

Nu hoefden we alleen maar 32 kilometer met de wind mee te trappen totdat we in Friesland waren. We lagen goed op schema. We zouden al iets voorbij Leeuwarden uitkomen deze dag. Dan was het morgen nog ongeveer 80 kilometer tot het noordelijkste puntje. Na tien kilometer kwamen we bij een standbeeld van meneer Lely, die minister van Waterstaat was toen de Afsluitdijk in 1932 aangelegd werd. Er stond ook een uitleg bij hoe de dijk ontworpen en gebouwd was. De totale breedte onderwater is wel 150 meter.


Het beeld van Lely.

Je kon Friesland al zien liggen vanaf het begin van de Afsluitdijk, nu waren we er bijna.


Friesland is in zicht.

In Friesland volgden we eerst de fietsroute naar Leeuwarden, maar die waren we al snel kwijt. Dan volgden we maar onze eigen route.

Natuurlijk stonden ook hier veel windmolens.

We kwamen langs iets wat je alleen in Friesland ziet.


Rara wat is dit? Lantaarnpalen in de wei?

Dat was dus een schaatsbaan, alleen het ijs mistte nog. In het eerstvolgende dorpje ging Koen boodschappen doen, want we overleefden al 60 kilometer lang op die twee bananen en een paar droge koeken.


Natuurlijk moesten we wel iets typisch Fries eten.

We reden weer verder. Het waaide erg hard, maar gelukkig nog steeds de goede kant op. Het was wel bewolkt. In Friesland was het niet zo leeg als we dachten, af en toe stonden er huizen. Er waren nergens grote dorpen of steden te vinden.


Op een landweggetje in Friesland.


Ik waaide bijna weg.

Het lukte bijna om je jas open te doen en dan zoveel wind te vangen dat je niet meer hoefde te trappen. In Leeuwarden hadden wij genoeg tijd om een terrasje te pikken. De tijd was niet het probleem, het terrasje wel. Die bestaan helemaal niet in Leeuwarden. In het centrum vonden we er eindelijk één.


Enne straffe Hendrik.


Koen.


Het enige terras in de wijde omtrek.


Bart.

Na Leeuwarden fietsten we verder langs een riviertje. Daar had nog een vogel op mijn arm gescheten. Het zat ook op mijn broek, maar die hoefde ik toch maar vier dagen aan deze keer.


Het riviertje waar we langs fietsten.

Het riviertje bracht ons in Dokkum. Daar zochten we een friettent. Eerst vonden we het centrum, waar weer helemaal niks te doen was. Uiteindelijk zagen we drie jongetjes van een jaar of 14. Die wisten wel een friettent te zitten. De ene fietste zelfs nog mee om ons aan te wijzen waar hij zat. We bestelden natuurlijk expres 'friet' in plaats van 'patat'. Koen moest wel twee keer "een frietje met" zeggen voordat ze begrepen wat hij wilde hebben.

Na de friet zochten we nog een supermarkt om wat eten en bier te halen voor 's avonds. Het is wel zo dat je de zwaarte van de fietsvakantie af kunt lezen aan de hoeveelheid bier die je onderweg kunt drinken.

De camping lag ook in Dokkum, dus daar waren we zo. Op deze camping was ook al niks te doen omdat het al een paar weken slecht weer was. We gingen weer douchen, telefoons opladen, en bier drinken.

Dagafstand: 125 km