Fietsvakantie verhaal Noordpolderzijl

Dag 4 - Noordpolderzijl

's Nachts had het schijnbaar geregend. Koen zijn schoenen die waren de vorige dag net helemaal opgedroogd, maar nou had hij ze buiten de tent laten staan, dus die waren weer doorweekt. Maar dat hoort er bij, anders is het helemaal geen fietsvakantie.


Koen die zijn natte schoenen vindt.

De route ging weer door het verlaten Friesche landschap, als altijd langs een riviertje. In de verte zagen we opeens een hele grote vlam. Toen we dichterbij kwamen bleek hij iets minder groot dan verwacht. Ik dacht: "Misschien is Bram tijdens het hiken ook zijn grote vlam tegengekomen".


Grote vlam.

Het begon al weer zachtjes te miezeren. De regen zou vandaag alleen helemaal in het noorden van het land zitten, precies waar wij heen fietsten. In Zoutkamp gingen we boodschappen doen. Ik stopte net de appels die ik had gehaald in mijn zakken toen er een oude man naar ons toe kwam. Hij zei eerst iets over het weer. Daarna vroeg hij waar we naar toe fietsten. Wij zeiden "het noordelijkste puntje van Nederland". "Ow, dan gaan jullie naar Noordpolderzijl zeker?". "Dat weten we niet, of dat zo heet". Toen begonnen de verhalen van hem. "Weten jullie wel waarom het Noordpolderzijl heet?". Wij wisten het niet, en hij begon te vertellen. Een 'zijl' had een enkele sluisdeur. Je had ook een 'sluis', dan zaten er twee deuren in. Vroeger, toen waren er nog geen wegen in Friesland en Groningen. En als dan het dan eb was, gingen de zijlen open, dan kon het water weglopen in de zee. Veel plaatsen in de omgeving hadden ook een naam met 'zijl' er in, bijvoorbeeld Delfzijl. Dat vonden we wel een heel interessant verhaal van hem. Daarna begon hij te vertellen over Groningen. Die stad hief vroeger een soort van belasting op alles wat door de stad vervoerd werd. Hij begon vanalles op te noemen wat ze door de stad vervoerden, riet, doeken, gerst, en ossen. Maar de ossen was iets speciaals mee. Als je naar Groningen ging met een boot vol ossen moest je er persé vierentwintig meenemen. Waarom was dat dan? Ik dacht dat je er één af moest geven als belasting. Maar dat was het niet. Je moest heel je boot volladen met ossen, want als je er maar twaalf had, en ze schrokken, dan renden ze allemaal naar één kant van je boot en dan sloeg die om. Owja, dan had hij ook nog een verhaal van de zoon van de burgemeester. Die leefde honderd jaar geleden. Omdat hij de zoon van de burgemeester was mocht hij gaan studeren. Maar hij was niet zo slim, dus op zijn zevenentwintigste was hij toch maar boer geworden. Toen zijn vrouw beschuit voerde aan de kippen werd hij steeds kwaaier. Na elke beschuit werd hij woester, en uiteindelijk vroeg hij aan zijn vrouw: "Waarom voer je al die dure beschuit aan de kippen?". Nou zei ze: "Die beestjes moeten toch iets eten". Toen vroeg hij: "Maar krijgen ze geen melk van hun moeder dan?". Dat was niet zijn sterkste grap. Wij hadden al genoeg verhalen gehoord, maar er was nog een laatse verhaal. De oudere man vertelde dat hij naar de rommelmarkt was geweest, en hij had twee schildersezels gekocht. Die had hij achterop zijn fiets gebonden onder zijn snelbinders. Hij kwam thuis, en zijn vrouw vroeg: "En heb je nog iets gekocht". De man zei: "Ja, twee ezels". Dus zijn vrouw was kwaad geworden, en ze wilde weten waar die dan waren. Toen had hij gezegd: "Die heb ik achterop mijn fiets gebonden". Dat was het laatste verhaal van de man, en hij verdween de winkel in.

Wij reden verder over verlaten weilanden, met af en toe een dorpje van tien huizen. In de ergste miezerbui schuilden we onder een brug om wat te eten.


Eten onder de brug.

In een dorpje zagen we dat Noordpolderzijl aangegeven stond. We keken op de GPS, en zagen dat het niet verder was om daarlangs te fietsen. De "grote weg" langs de kust lag op een afstand van een paar kilometer parallel aan de kust. Het waaide nu heel hard, zo vlak aan de kust. Om bij Noordpolderzijl te komen moest je van de grote weg af, en dan twee kilometer kaarsrecht naar de kust fietsen. Het had iets heel verlatens daar.


Wat een weer.


De weg parallel aan de kust.

Noordpolderzijl was een verlaten dingetje met een gemaal en een cafeetje waar met dit weer helemaal niks te doen was. Bovenop de dijk zochten we de fietsroute naar het noordelijkste puntje van Nederland.


Het 'zijl'.


Noordpolderzijl, en de lange rechte weg er naartoe.

We wilden eigenlijk aan de zee-kant van de dijk fietsen, maar die was afgesloten. Aan de andere kant van de dijk zaten overal schapen. Zover je kon zien naar rechts waren weilanden. Ik voelde me echt alsof ik in één of andere uithoek van de wereld was. We fietsten vijftien kilometer zonder een mens tegen te komen. Af en toe een verlaten boerderij, waar ik nooit zou willen wonen. De schapen keken ons allemaal raar aan, dat wij daar fietsten met dat weer. Over heel het pad lag schapenschijt, dus heel onze fiets zat onder. Hier een filmpje van de schapen.


Fietsen tussen de schapen.

In de verte kon je wel heel veel windmolens zien, bij de Eemshaven.


Het verlaten landschap.

Eindelijk was het dan zover, we kwamen in de buurt van het noordelijkste puntje van Nederland. Op de dijk zagen we een kunstwerk staan. Ik had niet verwacht dat er iets zou zijn om het aan te geven, schijnbaar toch wel. Dat was wel leuk, dan konden we er een officiële foto bij maken.


Uitzicht vanaf het noordelijkste puntje van Nederland.


Bewijs op de GPS.


Het waaide nogal hard.


Koen bij het kunstwerk.


Bart.


De afstand tot nu toe.


De Noordkaap van Nederland.

Vanaf daar reden we nog een stuk door de schapenstront, langs de Eemshaven. Daar lagen de wieken voor grote windmolens in rijen in elkaar geschoven in de regen. We moesten een paar kilometers naar het zuiden, tot aan Roodeschool, want daar was het noordelijkste treinstation van Nederland. De wind stond precies vanuit het zuiden, dus die paar kilometers waren nog zwaar. In Roodeschool zochten we iets te eten, en hadden we om twee uur 's middags ons vierde frietje van de fietsvakantie. De volgende trein ging over drie kwartier. Tien minuten van tevoren wilden we naar het station fietsen, maar zelfs in dat kleine dorpje stond het station niet aangegeven. Ergens achter het sportpark was een enkel perron, waar ook meteen het spoor begon. Daarom waren we er ook voorbij gereden, want we waren nog geen rails tegengekomen. De treinreis ging goed, behalve dat we tussen Groningen en Amersfoort ieder in een aparte wagon moesten staan omdat er al zo veel fietsen in de trein stonden.

In Eindhoven hebben we nog even een ijsje gegeten bij Koen, en daarna ben ik naar huis gefietst.

Dagafstand: 80 km.