Fietsvakantie verhaal Spanje

Dag 10 - Het zuidelijkste puntje van Europa

Het was vandaag de rustdag van de fietsvakantie. Dat betekende dat we heel veel dingen moesten gaan doen. Eerst rustig ontbijten. Daarna moesten de telefoons en batterijen van de gps en de camera opgeladen worden.

We fietsten naar Tarifa. Vanuit de verte kon je een uitkijktoren zien staan, die stond vast op het zuidelijkste punt. We fietsten door de stad naar de haven. Vanaf daar liep er een pier het water in naar een eiland. Het eiland konden we niet op, dat was afgesloten met een hek. Er kwam een auto aan, iemand stapte uit en deed het slot van het hek open. De auto zag er officieel uit, misschien was er wel een geheim staatsoverleg op het eiland. In een James Bond-film zou dat in ieder geval wel zo zijn. Verder naar het zuiden konden we dus niet. Voor het hek maakten we een foto:


Het zuidelijkste puntje van de fietsreis.

Een stukje verderop stond een bord met een kaart dat het officiele zuidelijkste punt aangaf.


Het zuidelijkste puntje van Europa.

De pier was het smalste punt van de straat van Gibraltar. Daarom was aan de westkant de Atlantische Oceaan en aan de oostkant de Middellandse Zee.


Links de Atlantische Oceaan, in de verte aan de kust lag onze camping.


Rechts de Middellandse Zee, die kant op gingen we over twee dagen fietsen.


Uitzicht naar Tarifa vanaf de pier.


Brede zandstranden.

Vanaf de pier fietsten we terug naar het centrum. In het centrum vonden we een poort die naar de oude binnenstad leidde. Daar zetten we onze fietsen aan een hek vast. Hopelijk stonden ze er nog als we terug kwamen, anders hadden we echt een probleem. Eerst liepen we uit de binnenstad naar de grotere winkels. We kochten kaarten en postzegels. Op de kaarten stonden ook mooie foto's waarop je de bergen in Afrika op de verte zag liggen. Tarifa was schijnbaar erg geliefd bij windsurfers. De helft van de winkeltjes waren surf winkels waar ze alle spullen verkochten die je nodig had. In een klein winkeltje verkochten ze ook souvenirs. Ik kocht een stenen bakje waar "Tarifa" op stond, voor 1,50. Maar later was dat kapot gegaan omdat mijn fiets omgevallen was. In een surfwinkel waar we gingen zoeken naar een goed souvenir stond surfmuziek op. Maar ik herkende er opeens Pink Floyd in. Welk nummer het was kon ik niet zeggen. Na een minuut kwam Bram er achter dat het een cover van Money was, maar dan met panfluiten.

Nadat we alles wel hadden gezien gingen we weer terug naar de binnenstad om onze fietsen op te halen. Die stonden er gelukkig nog. De echte binnenstad van Tarifa was wel heel sfeervol. Overal kleine winkeltjes, wit gepleisterde huizen, en straten van kleine steentjes.


De oude binnenstad van Tarifa.

We liepen daar nog even rond en gingen toen weer terug naar de fietsen om ze nu echt op te halen. Aan de rand van de stad waren de grote supermarkten. We sloegen een berg eten in, natuurlijk ook wat echte Spaanse gedroogde ham, en fietsten terug naar de camping. Bram zei dat hij wel zo'n hele varkenspoot als souvenir mee wou nemen. Misschien als we vlak bij de grens van Frankrijk waren dat hij er een ging kopen.

We waren nog op de parkeerplaats van de supermarkt toen we een rare gast op een volgeladen fiets zagen. Ik bedacht het later pas, maar hij was heel goed in het omgaan met mensen. Hij riep naar ons "Hey, you look like you can speak English". Dus wij gingen naar de overkant van de straat en met hem praten. Hij zag er nogal apart uit. In de hitte van minstens 30 graden had hij een gebreide muts op. Verder had hij twee zonnebrillen over elkaar op. Hij had ook nog een baard, dus je kon eigenlijk niks van zijn gezicht zien. Aan zijn armen had hij allerlei armbandjes, hij had een paar kettingen om van leer met steentjes. Alles bij elkaar leek hij het meest op captain Jack Sparrow uit Pirates of the Caribbean.

Hij had een fiets bij die compleet volgeladen was. Voor had hij twee tassen, achter twee tassen, een tas hing om zijn nek en hij had twee enorm grote kartonnen dozen. Een doos stond voor op zijn fiets en een achterop. Zelf liep hij naast zijn fiets, anders viel alles er af. Hij vroeg of we het ook zo belachelijk vonden dat je moest betalen om je fiets mee te nemen naar Marokko. Toevallig wisten we dat dit kon. We zeiden dat het maar vijftien euro kostte, dus dat dat wel meeviel. Hij vond het heel erg duur. Elke keer als hij nadacht wreef hij door zijn baardje. Hij wou graag naar Marokko met zijn fiets, maar zover we het begrepen moesten die twee enorme kartonnen dozen met de post naar Duitsland.

We vroegen wat er dan in de dozen zat. Het was zijn kunst. Hij was kunstenaar, wat hij precies maakte vertelde hij niet. Zijn naam vertelde hij ook niet, dat was natuurlijk veel interessanter, en hij wou dat we zo lang mogelijk met hem zouden praten. Zijn kunst zou kunnen bestaan uit allemaal collages van knipsels uit tijdschriften, want hij vertelde dat hij altijd tijdschriften uit vuilcontainers haalde als mensen die weggooiden. Hij was niet op fietsvakantie, maar wel al een paar jaar op reis. Nu sliep hij in een verlaten gebouw achter de supermarkt. Op de plaats waar we stonden stonk het, een zoute lucht vermengd met rotte vis. Ik dacht dat het die vent was, maar de dag er na rook het nog hetzelfde toen we er weer langs kwamen.

Hij begon te vertellen wat hij de laatste jaren gedaan had. Waar hij vandaan kwam wilde hij niet vertellen, hij zei dat landen allemaal niet uitmaakten. Daar had hij wel een beetje gelijk in. Hij had in Italië gezeten een tijd. Daar had hij gewoond in een groot verlaten huis. Toen was hij door Frankrijk getrokken op een oude fiets die hij van iemand had gekregen. Ondertussen had hij weer vooral in verlaten huizen geslapen, tussen de ratten, herten, buidelratten en wilde zwijnen. Na de Pyreneeën was zijn fiets van ellende uit elkaar gevallen. Tegelijk was zijn wiel uit elkaar gevallen, de ketting was gebroken en zijn banden waren lek. Dat stuk van het verhaal was denk ik wat overdreven. Hij zei dat toen niemand hem wou helpen. Wij zeiden dat dat ook stom was. Dat was natuurlijk zijn bedoeling, want nu hadden we gezegd dat het stom was als je hem niet hielp. Daarna was hij verder door Spanje getrokken met al zijn spullen in een winkelwagentje. Dat stuk geloofde ik niet helemaal, er zit elke keer wel 20 kilometer tussen de dorpjes in Spanje en dat overleef je nooit te voet. Uiteindelijk was hij dan hier aangekomen en nou verlangde hij er naar om door de Sahara te trekken. Hij wou echt de woestijn in en niet aan de kust blijven zitten. Om het daar te overleven leek ons helemaal moeilijk.

Terwijl hij heel zijn verhaal vertelde was ik niet meer zo geënteresseerd, dus hij begon over onze fietsen. Hij zei dat het stuur van mijn fiets cool was, zodat ik weer in zijn verhaal geënteresseerd was. Het werkte allemaal wel. Tijdens het vertellen van zijn verhaal was de bagage op zijn fiets verschoven. Ondertussen hing hij met heel zijn fiets tegen een auto. Toen hij weer verder wilde gaan lopen vielen allebei de kartonnen dozen met onbekende inhoud op de grond. We hielpen hem ze weer zo goed mogelijk op zijn fiets te balanceren. Toen begon hij te vragen of, nu wij toch met de fiets waren, we zijn dozen af wilden geven bij het postkantoor. Daar hadden we geen zin in, god weet wat er in zat. We wensten hem nog veel succes met zijn oversteek naar Marokko, als hij zijn paspoort nog ergens kon vinden.

Terug op de camping gingen we meteen onze reis naar Marokko boeken. Er ontstond wat verwarring want schijnbaar had het vrouwtje van de camping gisteren iets verkeerd gezegd. Het was opeens niet meer mogelijk om met een id-kaart naar Marokko te reizen. Wat wel kon was een 1-daagse excursie. In plaats van 37 kostte het dan 55 euro. Dat vonden we ook goed. Maar dat klopte weer niet kwam ze achter, want de excursie was duurder, nu was het 60 euro per persoon. Wij vonden het best, als we maar naar Marokko konden. We moesten meteen aanbetalen en de rest de volgende dag betalen bij het reisburo. Omdat het een excursie was werden we ook van de camping naar de haven vervoerd.

Toen was het tijd voor het middageten. We hadden brood met ham en tomaten, dat leek alvast op echt eten. Er liep een kat rond over de camping, die kwam de hele tijd naar ons toe. Als je niks deed ging hij tegen je aan liggen. Hij zag er niet echt schoon uit, en hij had super grote ballen. Dus ik jaagde hem elke keer weg. Een keer kwamen we terug, toen lag hij op Bram zijn bivakzak te slapen.

Na het eten gingen we naar het strand. Als we helemaal naar de kust waren gefietst moesten we gaan zwemmen. Vanaf de camping kwamen we via een loopbrug op het strand. Dat was heel breed. Overal waren mensen aan het windsurfen. In de verte was een stuk dat afgezet was voor zwemmers. Eerst liepen we een kilometer of twee over het witte strand, tussen alle mensen die probeerden te windsurfen. Er waren er maar een paar die het goed konden. Waarom hier veel windsurfers waren was duidelijk, het waaide kei hard.

Bij het stuk zee waarin je mocht zwemmen gingen we omkleden. Gelukkig hadden we allebei een fles water meegenomen. Die was nodig om op je kleren te leggen, anders waaiden ze meteen weg. De zon scheen hard. Het water van de zee was kei koud. Het was ook de Atlantische Oceaan, die is nergens warm. Na een kwartiertje in het water vond ik het weer genoeg. We waren tenminste een paar keer helemaal onder geweest. Bram dacht dat zijn T-shirt weggewaaid was. Dat was niet zo, in tien minuten was er zoveel zand op gewaaid dat je het niet meer zag liggen. We gingen nog een tijdje op het strand liggen. Het waaide zo hard dat je helemaal gezandstraald werd. Toen nog een keer zwemmen, weer even op het strand en weer terug naar de camping. In het uur dat we op het strand waren waren Bram zijn schoenen en shirt bijna helemaal onder het zand verdwenen.

Op de camping vond Bram een matje dat veel op zijn slaapmatje leek. Onze tenten stonden alleen aan de andere kant van een drie meter hoge heg. Schijnbaar had het zo hard gewaaid. Mijn tent lag helemaal plat. De douches gaven pas vanaf 6 uur warm water. Tot die tijd hebben we in de schaduw op ons matje muziek liggen luisteren en sangria gedronken. Tegenover ons hing iemand in een hangmat een boekje te lezen. Dat leek ons ook fijn. Totdat we opeens iets op de grond hoorde bonken, toen was zijn hangmat losgegaan en lag hij op de grond. Om zes uur gingen we douchen. Na het douchen zat het zand nog overal. Bij de camping was een restaurant. We wilden paella eten, dus we vroegen vanaf hoe laat we konden eten. Elke keer zei het vrouwtje van de camping "je kunt tot 12 uur eten". Dat schoot niet op. Om acht uur 's avonds wilden we gaan eten, gelukkig ging dat. Ze hadden alleen geen paella want er was geen brood. Dan maar pasta, die ook erg lekker was.

We gingen op tijd weer slapen.

Dagafstand : 12 km


De route van dag 10.