Fietsvakantie verhaal Spanje

Dag 11 - Excursie naar Marokko

We hadden een uur uitgeslapen, tot acht uur. Na het ontbijt gingen we naar de receptie van de camping. Vanaf daar bracht een man van de camping ons samen met een Engels gezin naar de haven van Tarifa. We waren benieuwd wat er deze dag fout zou gaan zodat we niet 's avonds terug waren op de camping. Er was genoeg wat mis kon gaan. Bij de haven moesten we eerst onze tickets voor de boot verder betalen bij een reisburo. Contant geld hadden we niet genoeg, pinnen ging wel. We kregen ieder twee blaadjes waar je je gegevens op moest schrijven. Die waren nodig om door de douane te komen. Bram had nog een extra papier omdat hij geen paspoort had. Ik vroeg meteen bij het reisburo om een pen om de blaadjes in te vullen. Ze zeiden dat je daar tijd voor had op de boot.

Samen met de Engelsen liepen we naar de haven. Je kon doorlopen tot aan de douane, die gesloten was. De hal waar we in stonden zag er uit alsof die een jaar geleden voor de helft verbouwd was en ze daarna gestopt waren. Ik vroeg me af of die douane nog ooit open zou gaan. Na een half uur wachten gingen er toch mensen in de hokjes zitten. Bij de douane werd ons paspoort gecontroleerd, daarna konden we de boot in die naar Tanger voer.

Het was een grote boot die gebouwd was als een catamaran. Hij zag er wel luxe uit, zeker voor de 60 euro die we maar betaald hadden voor de excursie. Er was een balie, er stond iets bij dat je je paspoort moest laten controleren. We gingen in de rij staan, maar na tien minuten waren de eerste mensen nog niet klaar. Dat kon nooit de bedoeling zijn. De boot had stoelen die er fijn uit zagen, dus gingen we daarin bij het raam zitten. Het was wel fijn om na 8 dagen weer in een zachte stoel te zitten. We zaten al een half uur voordat de boot vertrok. Terwijl de boot afmeerde en Spanje achter ons steeds verder verdween leek de rij voor de balie alleen maar langer te worden.


Vertrek uit de haven van Tarifa.


De haven van Tarifa.


Uitzicht op het eiland van Tarifa.

We voeren een tijd over de zee. De boot ging meer op en neer dan ik verwacht had. Toen we bijna in Marokko waren was de rij voor de balie pas zo kort dat hij niet meer tot in de gang achter ons liep. Toen zijn we er in aangesloten. Na nog een tijdje in de rij waren we eindelijk aan de beurt. We hadden eerder al gezocht naar een pen om de papiertjes in te vullen, maar niks gevonden. Eindelijk waren we dan aan de beurt bij de balie, waar schijnbaar belangrijke dingen gebeurden die veel tijd in beslag namen. We legden onze paspoorten neer. De man vroeg om de tickets van de boot. Daar zette hij een stempel op. De blaadjes waar je je gegevens op moest schrijven en Bram zijn extra blaadje griste hij uit onze handen en smeet ze op de hoop die achter hem lag. Schijnbaar waren ze toch niet zo belangrijk. Zonder ons nog aan te kijken begon hij aan de volgende.

Toen we bijna in Marokko waren liepen we naar het laadruim van de boot. Daarna was het wachten totdat de laadklep open ging en we Afrika in konden lopen. Eerst nog een keer je paspoort laten zien. Toen ik die liet zien keek de douanier half geschokt dat er iets mis was. Er stond geen stempel in mijn paspoort. Ja, die stond op het ticket, net als bij alle andere 400 passagiers. Bij het touristenburo hadden we een stickertje gekregen van de organisatie die de rondleiding zou doen. Er waren nog 50 anderen met zo'n stickertje. Na een tijdje begon een van de Marokkanen met een petje op van die organisatie te roepen dat we mee moesten lopen naar de bussen. Van bussen hadden wij nog niks gehoord, maar het leek goed. De groep werd opgedeeld in een bus waarin Engels gesproken werd en een Spaanse groep. Wij hadden wel een goede groep.

In de bus kregen we pas het programma te horen. Eerst een rondleiding met de bus, daarna de binnenstad in, eten in een restaurant, daarna tapijten, dan kruiden en als laatste vrije tijd. Eerst reed de bus via een steile weg om de stad heen, naar de rijkste buurt van Tanger. Toen kwamen we aan bij een parkeerplaats waar allemaal kamelen stonden. We werden gewaarschuwd dat we de armbandjes en kettingen die de verkopers hadden niet in onze handen moesten nemen, want dan moest je ze wel kopen. De verkopers op deze plaats vielen mee vergeleken met die op het einde van de dag. De kamelen waren wel gaaf om te zien. Maar het waren eigenlijk drommedarissen waar ze een extra bult op hadden gezet zodat die touristen er niet af zouden vallen. Wij gingen er niet op, want het was maar dieren mishandeling. Elke keer moesten die beesten door z'n knieen zakken om de, meestal veel te vette, touristen op te tillen of neer te zetten. Meestal wilden ze dat niet, dus dan moest die vent een half uur aan het touw trekken en sjorren totdat ze naar beneden kwamen. De kleine drommedarissen waren wel grappig.


Dromedarissen.


De kleine dromedarissen en de grote met een extra juten bult.

Na een tijdje vertrok de bus weer. De reisleider vertelde over de stad. Er was een oud deel van de stad, de Kabash, dat al eeuwen ommuurd was. In de Kabash was geen misdaad, zei hij, omdat drank en drugs verboden waren. Later die dag zouden we daarheen gaan. Omdat er een muur om de Kabash zat hadden ze een aantal dingen nodig om daar te leven. Die mochten we niet vergeten. Het waren er vijf: een moskee, een fontein, een bakker, een school en een badhuis (die laatste heb ik op moeten zoeken).


Uitzicht over Tanger vanuit de bus.

De bus stopte in een smal straatje, daar mochten we er uit. We waren al snel in de Kabash. Er uit waren we ook snel, om een mooi uitzicht over zee te zien.

Oude straatjes van de Kabash.


We hadden een leuke groep om de excursie mee te doen.


Tanger.


Buiten de Kabash.

In de drukke straten van de binnenstad was het moeilijk om dertig man bij elkaar te houden. Toch een goede prestatie van de reisleider dat er tijdens de hele dag niemand is verdwenen. Tijdens het lopen door de stad kwamen we door smalle straatjes waar je maar met twee man langs elkaar kon staan. We zagen kleine hokjes waar mensen hun naaiatelier hadden en veel kraampjes met eten.


In de drukke straten van Tanger.

Na een half uurtje rondwandelen hadden we al veel indrukken gehad van de stad. Het was tijd voor de Marokkaanse lunch. We zaten aan tafel bij een Tunesische buschauffeur die in Brussel woonde. Hij was getrouwd met een Nieuw-Zeelandse. Ze droeg een hoofddoek en sprak zeven talen, zelfs een beetje Nederlands. Verder zaten we aan tafel bij een familie uit Noorwegen. Iedereen was in Spanje op vakantie, en nu zaten we in Marokko. Al met al veel verschillende nationaliteiten en landen. De man spak Arabisch met de bediening, die bracht een typisch Tunesische saus van rode pepers. Het eten was erg lekker. Eerst soep en brood, dan lamskebabspiezen en als laatste couscous. We hadden ook muntthee, een aanrader. Het toetje was baklava. Het zag er uit als appelflappen die niet goed gaar waren met een laag honing er over. Het smaakte wel super lekker.

In het restaurant zat een Marokkaanse band die tijdens het eten voor muziek zorgde.


De band.

Na het eten kwamen we in "het tapijten paleis". Om de kosten van de excursie wat te drukken moest er nog extra geld aan de touristen verdiend worden. We kregen een presentatie in de zaal bovenin de tapijten winkel. De man ging met zoveel mogelijk show uitleggen waarom de handgeknoopte tapijten beter waren dan de geweefde. Tijdens de presentatie moest een andere man de tapijten uitroller over de marmeren vloer. Daar had hij heel veel op geoefend. Hij kon ze precies zo gooien dat de hele koker van het tapijt met een mooie knal op de grond plofte en daarna met een mooie snelheid uitrolde. Er waren mooie tapijten bij. Op het einde van de presentatie moest iedereen over de tapijten gaan lopen. Ik zou er wel een willen hebben, maar ze waren veel te duur. Een tapijt van 1 bij 2 meter kostte al 500 euro of meer.

Na de tapijten gingen we bijna meteen door naar de kruidenwinkel. Daar kregen we een presentatie over allerlei kruiden en smeersels. Deze man kon nog mooier vertellen. Gelukkig was het daardoor niet saai. Hij had een mooi verhaal over arachide-olie. Die kon je op je slapen smeren als je hoofdpijn had, op je voorhoofd als je wou slapen, en op je handen als je littekens had. Het eerste was hij liet zien was rozencreme voor op je handen. Een jongen van een jaar of vijftien kwam dan rond om bij iedereen een beetje van die creme op zijn handen te smeren. Hij begon elke keer bij Bram en dan bij mij. De eerste keer trok hij aan je hand en dan kreeg je zo'n klodder spul op je handen, of je nou wilde of niet. De tweede keer kreeg je iets op je vinger. Daarna kwamen de kruiden om mee te koken. Het potje met die kruiden stopte die jongen bijna in Bram zijn neus. Wij zaten daar half te lachen en die jongen vond het ook wel grappig. Dus na het verhaal over de volgende pot kruiden stond die jongen al een minuut langs Bram te gniffelen (Koen-woord) omdat hij die pot weer in zijn neus mocht steken. Wij lagen ook al dubbel van het lachen. Aan het einde van de presentatie kreeg iedereen een plastic zakje. Zelfs hier waren ze daar gek van, maar daarover later meer. Alle dingen waarover hij verteld had kwamen nog een keer voorbij. Als je ze in je tasje wou moest je je hand opsteken. Ik hoefde niks, dat moest ik dan nog 1500 kilometer meefietsen. Sommige mensen kochten wel voor 100 euro, mooie inkomsten voor die kruidenzaak.

Na de kruidenzaak hadden we vrije tijd. Toen werden we pas echt aangevallen door de verkopers. Je kon nergens op straat staan zonder vier mensen die je iets aan wilde smeren. Als je ze niet aankeek of niet deed wat ze zeiden begonnen ze je uit te schelden. We gingen een paar winkeltjes binnen om een souvenir te zoeken. Het meeste was gewoon rommel. In een winkeltje vond ik een kleed wat niet zo duur was. Dat heb ik toen gekocht. Daarna hadden we nog vrije tijd over. We gingen op een terras zitten om muntthee te drinken, alsof we echte Marokkanen waren. Rustig op het terras zitten ging niet echt, die verkopers kreeg je niet aan hun verstand dat je echt niks ging kopen. Ik had wel een goede tactiek verzonnen. Je moest iets kopen en dat in een krant in laten pakken zodat het een onbestemde vorm had. Als er dan een verkoper met iets kwam moest je zeggen dat je dat al had en dan dat pakketje met die krant laten zien.


Vier verkopers per persoon.


Het terras, deze foto is met Zwitserse precisie gemaakt.


Verkopers.


Muntthee.

Na het terras werden we eerst ergens heen gebracht zodat ze ons konden tellen. Op weg naar die plaats was er een vent die tegen Bram iets zei. Tegelijkertijd liet hij een klein zakje met wit spul zien wat hij in de zelfde hand had als zijn wandelstok. Er was dus wel drugs in de Kabash. Daarna moesten we in de bus die ons tweehonder meter later weer afzette bij de haven. Toen we net in de bus zaten waren ze vier toeristen kwijt. Na een paar minuten waren ze gevonden. We moesten nog even wachten voordat we op de boot mochtten. Dat was een goed moment om de beste van de vier uit te kiezen, Bram en ik waren het er wel over eens welke dat was.


De boot die ons terug zou brengen.

Het viel ons heel erg mee dat alles tot nu toe goed gegaan was. We hadden de boot op de heenreis niet gemist, geen paspoort verloren in Marokko, en we zaten op tijd in de boot terug naar Spanje. Ik had de hele dag al mijn waardevolle spullen (portemonnee, telefoon, gps en camera) in een plastic zakje meegedragen zodat ze daarvan niks konden stelen. Dat zakje was ik ook niet eens kwijtgeraakt. Op de boot kregen we honger en gingen we een reep chocola kopen in de tax-free winkel die duurder was dan een gewone winkel. De bediening was er wel goed. En zelfs bij een reep chocola kreeg je hier weer een tasje.

Daar zou ik nog iets over zeggen trouwens. In Spanje krijg je altijd je boodschappen in een tasje. Zonder dat je het vraagt beginnen ze met een leeg plastic zakje om je boodschappen in te laden. Zodra dat vol is pakken ze de volgende, totdat al je boodschappen in zo'n zakje zitten. Voor ons was dat helemaal niet nodig, zodra we de winkel uit waren gingen we meteen eten. Zelfs als je een los stokbrood kocht wat al in een plastic verpakking zat kreeg je er een tasje omheen. In totaal hebben we wel honderd zakjes gehad deze vakantie. Soms probeerden we het te vermijden. Maar als je zei "no bolsa por favor" keken ze meestal verbaasd en beledigd. Alsof je een cultuurbarbaar was en hun zakjescultuur zwaar beledigde. Onze paspoorten werden amper gecontroleerd toen we Spanje weer in kwamen. Vanaf de haven moesten we een kilometer of vijf teruglopen naar de camping. Aan de rand van de stad wilden we naar de supermarkt. De eerste was al dicht, het was al 9 uur. De tweede was nog open. Daar haalden we wat eten voor de volgende dag. Deze keer gingen we weer op de camping eten.

Na een stevige wandeling langs de grote weg naar de camping bestelden we paella. Ik vroeg of we het deze keer wel konden bestellen. Natuurlijk ging dat. Na vijf minuten kwam het vrouwtje van de camping terug. Sorry, ze had weer iets vergeten. Het brood was nog steeds op. Dat was gisteren ook al, daarom wilden we vandaag nog eens paella proberen te bestellen. Zonder brood kon ze het toch maken. Ons best, we wilden gewoon een keer paella eten in Spanje. Ze vroeg of wij wat wilden drinken. Ik lustte wel een biertje. Bram hoefde niks. Na lang aandringen van het vrouwtje, want hij moest toch iets drinken bij het eten, kreeg hij een glas water waarvan ze verzekerd had dat het wel gratis was. Tien minuten later kwam ze de paella brengen. Het was voor ieder een pannetje met rijst en zeevruchten. Het smaakte heel goed. Tijdens het eten kwam ze Bram zijn glas met ijsklontjes nog een keer bijvullen met water.

Nadat we die kat weer weg hadden gejaagd, ik mijn tent had opgezet en de fles sangria bijna leeg was gingen we slapen.

Dagafstand : 0 km


De route van dag 11.