Fietsvakantie verhaal Spanje

Dag 13 - Beklimming van de Pico Veleta, deel 1

En ook deze ochtend begon met zon.


De camping.




De eerste dertig kilometer fietsen waren super fijn. Er was een licht briesje vanaf de zee, de lucht rook naar zee en had ook een zoete lucht van de struiken die langs de weg stonden. De temperatuur was perfect, de weg was vlak. We keken uit over de mistige zee waarboven de zon opkwam. Er fietsten veel wielrenners. Na een lang stuk vlak gingen we de heuvels in. Vanaf de weg waar we over reden zag je mooi hoe de infrastructuur ontstaan was. Onder de 80-kilometer weg waar we over reden liep een smal vervallen weggetje door de bergen. Dat was de weg die er al honderden jaren lag. Dan had je de weg waar wij over fietsten die er al tientallen jaren lag. Nog honderd meter boven ons, achterin de bergen, liep de snelweg. Die was het laatste aangelegd. Hoe nieuwer de weg was, hoe vlakker en breder, hoe sneller je er mocht rijden en hoe meer bruggen en viaducten er in zaten.

Na een stuk klimmen kwamen we bij een uitzichtspunt.


Uitzicht naar het oosten.


De blauwe zee.


Uitzicht naar het westen.


Een rijtje zeemeeuwen.

Na het uitzichtpunt was het nog meer klimmen. Op de weg stond een file. Er waren best veel mensen die toeterden hier. Waarschijnlijk omdat er meer toeristen waren. Een man toeterde en stak zijn duim omhoog, terwijl wij daar omhoog klommen. In Almunecar, een vrij grote stad, zaten we weer op een drukke weg. Het was al weer etenstijd dus we zochten een supermarkt. Na het inslaan van een berg eten, zochten we een plek om te eten. Nergens waren bankjes. Er was alleen een vensterbank bij de winkel, maar daar zat al een zwerver. Toen we aan de andere kant van de weg in de schaduw wilden gaan zitten zag Bram dat daar ook al een zwerver zat. Dan toch maar in de vensterbank bij de eerste winkel, die was ook vrij groot. Deze keer hadden we zoveel eten dat we het deze keer maar voor de helft op kregen. Tijdens het eten kwamen er nog twee jongens en een meisje op de vensterbank zitten. Het leken geen zwervers, maar ook geen normale Spanjaarden. Na een tijdje kwam het meisje vragen of we "papil for sigaret" hadden. Daarna hadden we nog een tijdje met hun gepraat. Ze kwamen uit Slowakije en ze waren naar Spanje gegaan om werk te zoeken. Wat je dan in Spanje moest weet ik niet, het grootste deel van het land was niks te doen. Aan de kust wel meer dan in het binnenland. Toen er een tourbus langs kwam ging het meisje samen met een jongen er naartoe, ik denk om werk te vragen. Het leek er op dat ze wel echt wilden werken. Maar dan zou ik eerder naar een ander land gaan dan Spanje.

Na Almunecar was het nog een klein stukje fietsen totdat we de zee zouden verlaten en het binnenland in gaan. Dan was het vanaf 0 meter hoogte klimmen tot 3395 meter hoogte, de top van de Pico Veleta. Over de beklimming hadden we weinig informatie kunnen vinden op internet. We dachten te herinneren van een verslag dat het vanaf zee 50 kilometer was tot de top. Op de kaart leek dat te kloppen. Verder wisten we dat het vanaf de zuidkant de laatste tien kilometer een onverharde weg was. Dan konden we vanaf de top afdalen over een asfaltweg naar het noorden.


Uitzicht over Almunecar.

Na Salobrena sloegen we linksaf, richting Granada. Vanaf daar reden we eerst 15 kilometer vals plat langs een riviertje. Daarna moesten we het riviertje oversteken en begonnen we met de klim, dachten we. De weg ging omhoog langs een groot stuwmeer. Het uitzicht was mooi. Het was wel minder dat we na lang klimmen ook weer afdaalden. Al die kilometers klimmen telden dus nog niet mee voor de 3400 hoogtemeters van de Pico Veleta.

Na dertig kilometer, waarvan de helft klimmen, kwamen we aan in Orgiva. Vanaf daar begon de klim pas echt. We zaten pas rond de 400 meter hoogte. In Orgiva wilden we eten en drinken kopen. Daarna zouden we namelijk alleen nog door een handvol kleine dorpjes komen. We hadden ook veel eten nodig, de volgende dag zou het zondag zijn. In de straat met wat winkels waren ze net aan het afsluiten. De beste tactiek is dan gewoon naar binnen lopen zonder dat je dat door hebt. Bram die liep een winkel in maar de man aan de deur hield hem tegen. Toen vroegen ze wat we wilden, "agua?". Ja wij wilden wel wat water. Met twee liter water, in plaats van een berg eten, moesten we weer op pad.

Het goede nieuws was dat de klim nu echt was begonnen. Het was er niet erg steil, misschien 7%. De dorpjes die op de kaart stonden waren allemaal erg klein, en ze lagen een stuk in het dal of verder de berg op dan de weg die we volgden. Voorlopig dus gewoon doorklimmen.We kwamen aan bij een hoog punt in de weg. Daar zat een man bij een huisje, verse bramen en rode bessen te verkopen. Het had voor ons geen nut om zo'n bakje te kopen, die waren meteen op en kei duur. Het was wel een mooie plek om foto's te maken.


Deze kant gingen we op.


Hier kwamen we vandaan.


De verkoper.

De vorige dag had ik mijn fietsbroek en shirt met lange mouwen uitgewassen. Die zaten nu onder mijn snelbinders om te drogen. De afritsbroek die ik de hele dag aan had zakte telkens naar beneden, en het shirt was korter dan die uitgewassen was. Op mijn onderrug was er dus een band van drie centimeter breed waar de zon pal van achter op scheen. Daar kwam ik pas op het eind van de dag achter. Toen heb ik het nog ingesmeerd.

We hadden nog wat hoogtemeters gemaakt vanaf Orgiva, nu zaten we op 800 meter. Maar om de beklimming niet te gemakkelijk te maken gingen we eerst weer een paar kilometer lang afdalen. Nu hadden we al 40 kilometer gehad vanaf de zee, zonder dat we veel hoger waren gekomen. Die 50 kilometer in het totaal tot de top was dan misschien vanaf Orgiva?

Nu waren we in een touristisch dorpje. De bakker was nog dicht, het was nog geen vijf uur. Er was wel een fonteintje waar we koud water konden pakken. Het dorpje bestond voor de helft uit souvenirwinkels. Die verkochten grote gehaakte kleden, voor als je het koud kreeg op de berg.

In het dorpje Bubion, het een na laatste gehucht voordat we de beschaving verlieten, vonden we gelukkig een winkel. We dachten dat we veel hadden gekocht, met een extra brood en ieder een extra fles water. Na Bubion kwamen we door het laatste dorpje. Er stond geen weg aangegeven naar de Pico Veleta. Wel een wandelroute naar een berghut. Die ging over de grootste weg die bergop liep. Het was een kapotgereden asfaltweg. De gps route die we wilden volgen liep anders, maar kwam wel op de zelfde plek uit als die asfaltweg. Dit was pas het echte begin van de klim, en we hadden al 50 kilometer gehad vanaf de zee.

Na een stukje klimmen over de weg vol kuilen kwamen we langs een uitzichtpunt.


Uitzicht naar het zuiden, vanaf deze kant kwamen we.





Uitzicht naar het zuid-westen

We fietsen verder. De weg ging na een paar kilometer over van een kapotte asfaltweg naar een gravelweg. In de verte zagen we al hoge pieken liggen, zou één van die de Pico Veleta zijn? De weg was best steil en slingerde omhoog tegen de berg, het was ook nog heet om 6 uur 's avonds. We reden nog wel tussen de bomen. Ongeveer vijftien kilometer vanaf het laatste dorpje was er een bewaakte slagboom. Daar stond ook een kaart bij. Volgens de kaart gingen we nog de goede kant op. We fietsten langs de slagboom en kwamen nu op een gravel pad met losse stenen. Vanaf hier waren we in het natuurpark van de Sierra Nevada. Er waren een paar wandelaars. Na een uur klimmen gingen we ergens zitten om een chocoladereep te eten. Daarna weer verder. We zaten nu al boven de boomgrens. Het klimmen schoot goed op. Net boven de boomgrens vonden we een kudde berggeiten. Hier aan de schaduwkant van de berg was het al fris.


De berggeiten.








Bram en het pad waar we over fietsten.

Eerst dachten we dat we de top nog konden halen, nu dachten we dat het nog tien of twintig kilometer was. Natuurlijk was er geen camping midden op die berg. Toen de zon begon onder te gaan zijn we de tenten op gaan zetten. Die nacht zou het koud worden, zeker op 2630 meter hoogte. Toen we zaten te eten kwamen er twee wandelaars voorbij, een man en zijn dochter. Ze zwaaiden naar ons. Dat was de eerste keer dat we ontdekt waren tijdens het wildkamperen deze vakantie. Gelukkig liepen ze gewoon door. Er waren op die berg ook geen plekken om je verdekt op te stellen. De wandelaars liepen een kilometer verder en bleven toen op de top van de heuvel staan. Er kwam namenlijk een jeep naar beneden, en ze gingen kijken of die bij ons zou stoppen. Wij zagen die auto pas toen hij honderd meter verderop was. Gelukkig reed ook die jeep gewoon door, dus konden we rustig gaan slapen. Op zich zou een boete voor het wildkamperen niet zo erg zijn, maar in een natuurpark zal die wel heel hoog zijn en bovendien konden die Spanjaarden allemaal geen Engels dus het zou een hoop tijd kosten.

Op internet heb ik gevonden dat wildkamperen in de Sierra Nevada wel mag onder bepaalde voorwaarden.

Voor het slapen wou ik nog een foto maken met de zelfontspanner, maar het was te ver lopen zoals je kunt zien.


De kampeerplaats.

Net boven mijn kont was er een stuk knalrood verbrand waar mijn broek was afgezakt. Hopelijk zou dat geen litteken worden, dan leek het net zo'n weggehaalde tatoeage. Die nacht was het inderdaad heel koud. Alle kleren die ik had had ik aangedaan, toen kon ik nog niet slapen.

Dafafstand : 137.51 km


De route van dag 13.