Fietsvakantie verhaal Spanje

Dag 14 - Beklimming van de Pico Veleta, deel 2

Na een koude nacht werden we beloond met een mooit uitzicht.


Het uitzicht vanuit mijn tent.


Bram ligt nog in zijn bivakzak.


Deze kant gingen we op.


Panorama naar het oosten, deze kant gingen we op.


Panorama naar het westen, hier kwamen we vandaan.


Uitzicht naar het zuiden.





Een berggeit in de verte.

Vandaag was het weer zondag, we begonnen met een voedzaam ontbijt van brood met wat honing en water. Daarna de benen wat warm fietsen op de hellingen van de Sierra Nevada. Een kilometer later zagen we de wandelaars van de vorige avond achter een rots vandaan komen. Ze zwaaiden weer naar ons. Die hadden ook ergens gewildkampeerd. Een busje met toeristen die half slapend voor zich uit zaten te kijken haalde ons in. Het was een schoolklas, ze keken allemaal van "ben ik hier zo vroeg voor opgestaan?". Verderop werden ze er uit gelaten, om wat rond te kijken op de berg. Toen wij voorbij kwamen begonnen ze allemaal te juichen en te klappen.

Vanaf de zee was de weg al steeds slechter geworden. Van een tweebaans asfaltweg tot een grindweg. Nu kwamen we op het punt waarop de weg nog slechter werd. Het was vanaf hier afgesloten voor auto's, met twee grote rotsblokken midden op het pad. Dit was ongeveer tien kilometer nadat we door de slagboom kwamen. Vanaf hier konden we niet meer hard doorfietsen, maar was het voorzichtig rijden en zorgen dat je niet op een grote steen reed. Voordat we daarmee verder gingen ging ik zelf eerst nog wat bakstenen neerleggen. Daarna kwamen we tussen de echte rotsige bergen. Daar maakten we nog wat foto's.


Tussen de rotsen.


Het slechte pad.




Ondertussen was het ons duidelijk dat de beklimming veel langer dan 50 kilometer was vanaf de zee. Er waren veel wandelaars op de berg. Het viel op dat ze allemaal bergaf liepen. Alleen de mensen die we de vorige avond hadden gezien liepen bergop. De rest werd boven op de berg afgezet en die hoefden dan alleen naar beneden te lopen. Het was net dat computer spel Lemmings. Elke tien minuten kwam er weer een nieuw groepje wandelaars uit het niets de berg af.

Het fietsen op het pad was heel moeilijk. Je kon niet te hard want dan reed je je band kapot op de scherpe stenen. Te zacht en dan verloor je je evenwicht. Sommige stukken waren zo steil dat je bijna stilstond in de kleinste versnelling op de pedalen. Andere stukken kon je dan weer afdalen. Dit was een heel andere beklimming dan een Alpen-col. Je moest tegelijkertijd zo hard mogelijk trappen, je evenwicht probeerde te bewaren, geen stenen proberen te raken en ook vooruit kijken hoe je het beste over het pad kon fietsen zonder vast te lopen op een grote steen. Het was in ieder geval een leuke beklimming. En de uitzichten waren ook super mooi. Een half uurtje na de vorige foto's gingen we weer foto's maken.


Helemaal rechts op de foto staat de plek waar we de vorige foto's hebben gemaakt.


Deze foto is een stukje rechts van de vorige gemaakt.





Deze kant gingen we op, omhoog over de rotsen.

Na weer een stuk afdalen en een stuk klimmen kwamen we bij iets wat op een top leek. Daar hadden we voor het laatst een goed uitzicht op het zuiden.


Uitzicht naar het noorden, met een groepje wandelaars.


Over deze weg waren we naar boven gefietst.





Een combinatie van de vorige twee foto's.


Nog meer berggeiten, of steenbokken?




Volgens de gps moesten we nog 600 meter klimmen totdat we op 3400 meter zaten. Eerst weer een klein stukje afdalen. Zo werd het wel een heel lange beklimming. Na het stukje afdalen lag er een berg sneeuw op de weg. Er kwam net een groep mountainbikers aan, we wachtten terwijl ze een voor een met hun fiets aan de hand door de sneeuw klommen. Na de sneeuw kwam een stuk "weg" waar wij zelfs niet meer konden fietsten. Het waren allemaal grote stenen, en er stroomde smeltwater over de weg naar beneden. Dat stuk duurde een paar honderd meter, toen kwamen we weer bij een stuk sneeuw over de weg. De plak sneeuw was dertig meter lang en zo groot dat je er niet omheen kon. Hij was ook hard, zodat je er nog net overheen kon klimmen zonder weg te glijden. Met een fiets in je hand zou je er alleen nooit overheen kunnen komen. We zochten een tijdje naar de beste weg om toch nog op de top van de Pico Veleta te komen, terug was ook geen optie. Na tien minuten zagen we dat je halverwegen de bocht over de stenen kon klimmen, en dan tot de onderkant van de plak sneeuw kon komen. Vanaf daar kon je dan recht omhoog klimmen. Dat zou makkelijker zijn met de fiets.


Bram had eerst zijn tassen omhoog gebracht en daarna zijn fiets.


De sneeuw was heel glad.


Bram had moeite om hem omhoog te krijgen.


Moet ik nou die foto maken?





Het was wel heel zwaar om die fiets omhoog te krijgen.




Na die inspanning gingen we eten. De dag ervoor dachten we dat we extra veel ingeslagen hadden. We hadden ook niet verwacht dat de beklimming nog zo lang zou duren. Nu begonnen we aan het laatste stokbroodje met honing terwijl we nog niet boven waren.


Het uitzicht vanaf waar we zaten te eten.

Nadat we klaar waren met eten kwamen er drie opvallende "wandelaars" aan. Het waren twee vrouwen met allebei dezelfde kleren. Ze droegen ieder een tropen hoed, een blouseje in camouflageprint, een kaki broek en wandelschoenen. De derde wandelaar was een man met een videocamera. Hij hield de twee dames constant in beeld terwijl hij aanwijzingen gaf. Ze moesten hand in hand de berg aflopen en de hele tijd lachen. In denk dat hij de intro aan het filmen was van "In der gladde schnee, deel 3".


De "wandelaars".

Vanaf waar we gegeten hadden moetsen we nog 300 hoogtemeters. Het einde kwam eindelijk in zicht. Het einde van de gravelweg ook. Op het hoogste punt van de gravelweg maakten we nog meer foto's. Bram maakte ook nog een close-up foto van een berggeit.


De berggeit.


En nog dichter bij.


Je kon ver weg kijken.


De berghut.

Na het hoogste punt van de gravelweg kwamen we op de verharde weg. Vanaf daar waren het nog 100 hoogtemeters. Na een kilometer klimmen over een weg die weer steeds slechter werd waren we bijna op de top. De laatste honderd meter moesten we onze fietsen op tillen en van steen naar steen klimmen. In totaal hadden we vanaf de zee 90 kilometer geklommen. Vanaf Orgiva begon de klim pas echt. Toen was het eerst twintig kilometer over een verharde weg. Vervolgens tien kilometer gravel tot de slagboom. Daarna kwamen twintig kilometer over een gravelweg. De laatste tien kilometers gingen over het rotsige pad.

Nu zaten we eindelijk op 3395 meter hoogte op de top van de Pico Veleta. We hadden wel 12 uur gefietst vanaf de zee om bij de top te komen. Het was wel de leukste beklimming die we ooit gedaan hebben. Er was geen bord bij de weg om aan te geven hoe hoog je zat. Op de top was wel een plakkaat.


Het uitzicht vanaf de top.








Het plakkaat op de top.

We bleven een tijdje boven van het uitzicht genieten. Je kon ook de Mulhacen zien vanaf hier, de hoogste top van Spanje. Die was nog 100 meter hoger.

In het begin van de afdaling kwamen we een Pool tegen. Hij was vanaf Granada begonnen met de klim. Hij was vanaf Polen naar Spanje gefietst en had veel bepakking bij zich. Als hij boven was zou hij weer omkeren en terug naar Granada gaan, afdalen over de onverharde kant van de berg met zijn spullen leek ons ook geen goed idee. De afdaling ging gemakkelijk. Na een half uur afdalen zaten we op 2500 meter. Daar zagen we ook dit oude observatorium.


Het observatorium.

Na het observatorium kwamen we bij een parkeerplaats waar kraampjes stonden. Je kon er allerlei souvenirs en eten halen. Ik kocht een bordje van de Sierra Nevada. We daalden weer verder, in totaal wel een uur lang, tot we bijna bij Granada waren. Toen staken we een riviertje over naar rechts. In het stadje waar we terecht kwamen waren alle winkels dicht op zondag. We hadden sinds we de fietsen door de sneeuw hadden geduwd niets meer gegeten. Dat was al een paar uur geleden. Al ons eten was op, en het water bijna.

We volgden de route, in de hoop dan een tankstation tegen te komen. Die was er vast wel een volgens Bram. Dat klopte. Er stond een bord naast de weg "dichtsbijzijnde tankstation 28 kilometer". Gelukkig waren we deze vakantie wel gewend aan lange afstanden. In een dorpje na tien kilometer vonden we een fonteintje. Bram zei dat het drinkwater was, maar ik zag dat nergens staan. Toch maar het water getapt, want geen water is ook niks. De weg waarover we reden bleef stijgen, zo duurde die 28 kilometers wel heel lang. Na een kilometer of 14 waren we opeens op de top van een col. Mooi, dan was het vanaf hier afdalen.


Puerto de los Blancares.

Na 28 kilometer honger lijden vonden we eindelijk het tankstation. We kochten yoghurt toetjes, blikjes drinken en een paar donuts. Omdat ik wist wat het woord voor brood was (pan) kon ik daar ook naar vragen. Dat hadden ze alleen niet. Na een korte pauze bij het tankstation gingen we weer verder. We waren nog steeds in de Sierra Nevada. De weg was uitgehakt in de rode stenen. Bij een stuwmeer maakten we wat foto's.


Het stuwmeer.

Daarna zouden we de snelweg over moeten steken, daar waren vast nog meer tankstations. Meer dan een uur na het vorige tankstation kwamen we bij de snelweg aan. Eerst dacht ik dat er drie tankstations waren. Er bleek er maar een te zitten. Het was een Elf. Die waren het duurst. Als we echt goed wilden eten moesten we voor 30 euro aan snickers kopen. Dat werd toch te duur, dus kochten we een fles water, ieder een snickers en een bakje snoep. Genoeg om weer een uur op vooruit te komen.

Na de snelweg waren we uit de Sierra Nevada. De weg werd opeens vlak. We hadden nog wel een discussie over hoe het kon dat de Sierra Nevada, met die hoge bergen, zo dicht bij de Midellandse Zee kon liggen, terwijl het meteen daarna weer vlak was. Weer tien kilometer fietsen over de vlakke weg en we zagen het volgende tankstation. Deze bleek onze redding te zijn. Aan de buitenkant stond "mini-markt". We liepen naar binnen en zagen dat ze nog twee broden hadden. Het waren nog zachte ook. De man achter de balie vroeg "que mas?". Dat betekende, 'verder nog iets?'. Het scheelde wel dat je al een paar woorden Spaans kende. Ik vroeg "mas pan?". Maar ze hadden niet meer brood. Dit was net genoeg om het te overleven tot morgen vroeg.

Na nog een stop om het brood te eten merkten we voor het eerst van de vakantie dat we echt moe waren. We waren voorbij het punt dat je met een nacht goed slapen weer helemaal uitgerust was. Dat kwam vooral doordat we de afgelopen drie dagen weer heel veel gefietst hadden en de afgelopen twee dagen weinig gegeten hadden.

Toen de schemering begon te vallen zaten we op een grote weg. Afwisselend reden we door korenvelden en tussen de olijvenbomen. We sloegen een zijweg in om een plaats te vinden om te kamperen. Aan de andere kant van een heuvel op een korenveld konden we staan. Dat was niet vanaf de weg te zien. De tent en bivakzak zetten we op op een berg hooi, daar kon je vast lekker op slapen.


Uitzicht vanaf de kampeerplaats naar de grote weg.


Kamperen in het korenveld.


Bram.


Bart.

Dagafstand : 142.55 km


De route van dag 14.