Fietsvakantie verhaal Spanje

Dag 15 - Olijven en Krekels

Op de zachte bergen hooi hebben we redelijk geslapen. Het was deze nacht dan ook 10 graden warmer dan de vorige. Het ontbijt bestond deze keer uit een stokbrood en de laatste restjes honing. Gelukkig kwamen we al na 10 kilometer fietsen in een dorpje met een winkel, Torre Cardela. Toen we daar naar binnen liepen kwam er iemand achter ons aan om wat te zeggen. Schijnbaar hadden we de personeelsingang gebruikt. Dat stond in het Spaans op de deur, maar wij konden geen Spaans en de deur stond open.

In de winkel kochten we weer de standaard boodschappen: brood, beleg, toetjes, fruit en drinken. De man achter de toonbank hield ons de hele tijd in de gaten. Nadat we fruit hadden uitgezocht en hij die afgewogen had zei hij er nog eens bij dat we moesten afrekenen bij de kassa. Toen we de winkel uit kwamen kwam een oud mannetje naar ons toe. De helft van de Spaanse bevolking bestaat uit oude mannetjes. Hij begon eerst in het Spaans tegen Bram. Daarna begon hij in het Duits te vertellen dat hij 28 jaar lang overal in Duitsland had gewerkt. Nu was hij in Spanje met pension, want hier was het weer veel beter. Daar had hij wel gelijk in.

We reden over een heuvelachtige grote weg. Overal om ons heen waren olijfbomen. Het was deze dag ook weer heet, minstens 33 graden. We waren er nu al goed aan gewend en hadden bijna geen last meer van de hitte. De weg die we volgden ging naar de stad Ubeda. Wij gingen al eerder rechts om een stuk af te snijden. In de afdaling naar Ubeda, een rechte weg die een paar kilometer lang daalde, reden we met 50 km/h tussen de olijfbomen. Er zaten ook erg veel krekels. Die maakten meer herrie dan de vrachtwagens die voorbij reden.

Op een klein weggetje wat een stuk van de grote weg afsneed maakten we foto's van de olijfbomen.


Olijfbomen zo ver je kon zien.





Hier kwamen we vandaan.

Opeens stond er een bord dat het weggetje afgesloten was over een kilometer. We reden toch door en zagen waarom. Heel de weg was verzakt over honderd meter. Eerst moesten we twee meter naar beneden en dan een stuk door het zand fietsen. Daarna weer omhoog, en we konden de weg weer gewoon volgen. De rest van de dag zagen we niets anders dan olijfbomen. Deze dag toeterden er veel meer mensen naar ons dan tijdens de heenweg. Toen was dat nog niet eens een keer per dag.

In een dorpje aan de grote weg gingen we eten in een parkje. Om daar met de fiets te komen moesten we over een leeg terras. Er was een jongen stoelen aan het neerzetten. Toen we een tijdje zaten kwam hij naar ons toe. Hij begon in het Spaans tegen ons te praten. We zeiden dat we geen Spaans spraken, maar dat snapte hij niet. Daarna begon hij gewoon verder te praten en zat hij de hele tijd aan Bram zijn fiets. Hij kwam aan de remmen en zijn bel en hij had ook bijna zijn slot op slot gedaan. Wij keken hem na een tijdje niet meer aan. Toch bleef hij maar praten en steeds meer aan Bram zijn fiets te zitten. Het was net zo erg als met die verkopers in Marokko. Bram probeerde de jongen af te leiden door naar mijn fiets te wijzen. Dan ging hij daar even kijken, na een paar minuten ging hij dan weer aan Bram zijn fiets zitten. Pas na een kwartier gaf hij het op en ging hij weer stoelen neerzetten.

De grote weg was niet vlak. We reden door de bergen. Zoals op veel plaatsen in Spanje had de grote weg een kleinere weg vervangen die op de zelfde plaats had gelegen. In Nederland zouden ze dan die kleine weg helemaal opruimen. Hier lieten ze de bochten die niet bedekt waren met de nieuwe weg gewoon liggen.

Bij een tankstation gingen we rond half 5 cola en ijs halen. Het eten was al weer op. We hadden uitgeteld dat in zo een fles cola van 2,2 liter voor 250% aan je dagelijkse behoefte aan suiker zat en voor 50% aan je behoefte aan calorieen. Misschien zou dat wat helpen bij ons. De cafeïne hielp wel om de komende twintig kilometer zonder problemen te fietsen.


We reden nog steeds tussen de olijven.







Om vijf uur wilden we eten gaan kopen, het eerstvolgende dorp was toen nog een heel eind fietsen. Dus om zes uur hadden we pas weer eten. Toen we de supermarkt binnen kwamen werden we meteen in de gaten gehouden door iemand van de vulploeg. Waarschijnlijk kwam dat omdat we al twee weken niet geschoren hadden en al drie dagen niet gedouched. Elke keer als we naar een andere gang liepen ging het meisje van de vulploeg daar ook toevallig iets rechtzetten. Op een gegeven moment hadden we het door. Toen waren we eerst expres helemaal naar de ene kant van de winkel gelopen. Daar hadden we gewacht tot zij er ook was. Daarna waren we snel helemaal naar de andere kant van de winkel gelopen. Binnen tien seconden was ze er ook. Zelfs toen we aan de kassa stonden hield ze ons nog in de gaten.

Na het eten was het al vrij laat. We konden nog anderhalf uur door de olijfgaarden fietsen. Toen de zon onder ging zochten we een plek om te wildkamperen. Op de gps kon je zien dat totdat we halverwege Spanje waren er nog geen campings op de route lagen. Dat betekende dat we na deze dag nog twee dagen moesten fietsen voordat we een camping hadden. Dat moest dan ook nog eens goed uitkomen. Want als we 's middags al heel vroeg op een camping kwamen kostte dat te veel tijd, en als we tot 10 uur 's avonds door moesten fietsen hadden we er weinig aan om op de camping te gaan staan. We reden een zandpad in dat van de grote weg af ging. Al gauw vonden we een plek achter een bosje die niet zichtbaar was vanaf de weg. De grond was daar alleen heel erg slecht. Dus fietsten we weer verder over het pad. Dat pad was zo slecht dat je er alleen met een terreinwagen over kon rijden. De kans dat iemand ons zou zien was dus heel klein. Achter een andere heuvel vonden we een plek waar een waterpoel was opgedroogd. Daar was de grond precies vlak, en op dit moment ook kurkdroog.

We zetten onze tenten daar op.


De zonsondergang vanaf de kampeerplaats.


De kampeerplaats.

We gingen lekker op ons matje liggen en uitrusten van de hele dag fietsen. Ik zag in de verte een beest. Het was zwart, een soort marter, maar met een witte staart. Toen het bijna donker was ging ik even naar de wc, aan de andere kant van de heuvel. Na een halve minuut zag ik iets bewegen. Ik keek op en zag twee jeeps over het landweggetje mijn kant op komen. Ze hadden geen lichten aan. Ik rende snel over de heuvel terug naar de tenten, hopend dat ze mij niet gezien hadden. We keken welke kant de auto's op gingen. Gelukkig kwamen ze niet langs onze plek. Toen gingen we allebei maar slapen.

We lagen er net tien minuten in toen we auto's hoorden. Vanuit mijn tent zag ik niks. Bram zei dat hij de twee jeeps terug hoorde komen. Ik trok mijn broek alvast aan, voor als ik naar buiten moest komen. Waarschijnlijk hebben ze ons wel gezien, toch reden ze door. Even verderop stopten ze. Toen reden ze weer door. Nou kwamen ze zeker niet meer terug en konden we rustig gaan slapen.

Dagafstand : 171.05 km


De route van dag 15.