Fietsvakantie verhaal Spanje

Dag 16 - Windmolens en Tankstations

De mannen in de jeeps waren 's nachts niet meer teruggekomen. We reden over het pad vol kuilen terug naar de grote weg. Na tien kilometer fietsen kwamen we in een dorpje met een bakker. Het bleek gewoon een heel klein winkeltje te zijn waar ze ook brood verkochten. De vrouw achter de toonbank vroeg waar we vandaan kwamen en waar we heen fietsten. Toen we buiten stonden hoorde we ze tegen iemand anders over ons praten.

De weg ging over een col. Daarvoor hadden we bijna niet geklommen. Sinds de bekilimming van de Pico Veleta waren we nog niet lager geweest dan 600 meter.


Bram bij de Puerto de Los Pocicos.


Bart bij de Puerto de Los Pocicos.

Na de col waren we uit het gebied met heuvels en werd de route weer vrij vlak voor honderd kilometer. De wegen waren deze dag ook erg recht, zo ging je per dag ook een groter stuk van de kaart over. Dan leek het tenminste op te schieten. Deze dagen waren vooral aftellen hoeveel dagen het was voordat we de Pyreneeen zouden bereiken. Op de top van een helling gingen we lunchen. Aan de horizon windmolens die aangaven dat de wind deze dag niet van voren stond, voor het eerst in twee weken. Als beleg hadden we "Dulce de Membrilo", kweeperenpuree. Het smaakte goed op het verse stokbrood.

De route van deze dag ging door een verlaten deel van Spanje. Maar een keer in de vijftig kilometer kwamen we door een stadje. In La Roda stopten we bij een benzinestation voor water. De pompbediende keek achterdochtig naar ons. Hij moest eerst de koelingen van het slot doen die buiten stonden voordat we het drinken konden pakken. Bij het tankstation op de stoep zaten we uit te rusten en naar de slechte muziek te luisteren. Bij elk tankstation stond een andere zender op maar de muziek was telkens even slecht. Op de wc van het tankstation waste ik mijn handen en mijn handdoek. Als je het slim aanpakte zou je ook vlak voordat je ging wildkamperen je kunnen wassen met je handdoek op de wc van een benzinestation. Dan had je helemaal geen campings meer nodig.

We zaten op de stoep voor het tankstation. De jongen keek de hele tijd wat we gingen doen. Aan de muur hing een thermometer in de schaduw. Hij keek raar toen ik daar een foto van maakte. Het was 33 graden in de schaduw. Dat was om een uur 's middags. Om vier uur 's middags was het nog heter. Daar waren we nu al zo goed aan gewend dat we nog amper in hoefden te smeren.


33 graden in de schaduw.

De zon scheen ook deze dag weer lekker. We reden over wegen die tientallen kilometers rechtdoor gingen zonder door een dorpje te komen. Zo konden we gemakkelijk kilometers maken. Het ging zo snel dat we tijd genoeg hadden om een uurtje uit te rusten. Bij een benzinestation stopten we voor drinken en een ijsje. Er kwam een vrouw aan die zag dat we bij het tankstation stopte. Schijnbaar zat ze de hele dag in haar huis uit het raam te kijken of er iemand naar het benzinestation stopte. Tijdens de vorige fietsvakanties waren er altijd knappe cassieres. Deze fietsvakantie waren die heel lelijk, van sommigen moest je bijna moeite te doen om te zien of het een man of een vrouw was. Deze keer waren de pompbediendes de knappe vrouwen van de vakantie.

Na het tankstation keken we nog eens op de kaart, en zagen dat we de eerste camping op de route vandaag niet meer konden halen. De tweede camping op de route lag op 100 kilomter afstand. Dan zouden we morgen al heel vroeg moeten stoppen. We lagen drie dagen voor op schema, dus er was tijd voor een omweg. Vandaag konden we dan een stuk van de route afwijken om op een camping te gaan staan. De volgende dag was het dan wel iets verder, maar dan zouden we wel een heel eind voorbij de tweede camping uitkomen.

Voor nu was het weer een uur doortrappen naar Motilla. Daar zouden we eten en wat voorraad inslaan voor het ontbijt. De yoghurt toetjes waren in de aanbieding. De liter yoghurtjes met verschillende smaken was een goed onderdeel van het avond eten.

Na Motilla was het nog achttien kilometer tot Olmedilla de Alarcon, waar de camping lag. Er zaten nog een paar flinke heuvels in de route. Omdat we de laatste kilometer aan het aftellen waren leken die veel langer dan de andere kilometers die dag. In het dorpje waren er natuurlijk weer oude mensen. Die konden ons vertellen dat er geen winkel in het dorpje zat. Dan maar naar de camping en hopen dat daar nog wat te eten was. De eerste vier dagen van de fietsvakantie had ik helemaal geen honger en weinig gegeten. Nu zaten we op een punt dat we ieder anderhalf stokbrood en een halve liter yoghurt opkonden en dan nog steeds honger hadden. Het vrouwtje van de camping zei dat ze "cerveza frigo y bocadillos" had. Even van tevoren had ze iets gezegd over "bocadillos" tegen een jongen die een stokbrood in zijn hand had, dus dat zouden wel broodjes zijn.

Deze keer geen "groen gras" maar een zandvlakte. Boven de zandvlakte hing wel een doek tegen de zon. Tegen de tijd dat die zo hoog stond dat dat doek nut had zouden we vast al 100 kilometer verderop zitten. In het douchehok gingen we eerst de batterijen van de gps, camera en telefoons opladen. Het was fijn om na drie dagen wildkamperen te douchen. Het eerste water wat naar beneden droop was heel zout. Ook fijn aan douchen op de camping is dat je je kleren kunt wassen. Alleen bij Bram was dat een probleem, die had maar een shirt en een broek meegenomen dus die kon niks wassen.


Op de camping in Olmedilla.

Na het douchen gingen we naar de bar om "dos cerveza y dos bocadillas" te bestellen. We gingen met het bier op het terras zitten, lekker in de schaduw. Nu merkten we goed dat we moe waren. Het vrouwtje van de camping kwam over de broodjes praten in het Spaans. We konden er maar de helft van volgen. Ze ging iets maken wat op een hamburger leek, en of we er mayonaise bij wilden. Wij zeiden dat dat goed was, en mayonaise. Toen vroeg ze of we ook ketchup wilden. Toen we ja zeiden keek ze raar. De broodjes waren super lekker. Ik deed er zoveel mogelijk mayonaise en ketchup op om veel energie binnen te kijgen. Bij het bier hadden we pelpinda's in een korst van zout gekregen. Wat het nut was van dat zout snapten we niet, die pinda's smaakten er niet anders door.

Volgens mij ging elke paragraaf over deze dag over eten. De route was namelijk ook niet zo interessant. Alleen meer van hetzelfde niks. Geen hoge bergen. Nadat het bier op was gingen we slapen.

Dagafstand : 179.38 km


De route van dag 16.