Fietsvakantie verhaal Spanje

Dag 17 - Het schiet niet op

Voordat we vertrokken ging Bram eerst zijn banden oppompen. Ik had ook al een paar dagen het gevoel met slappe banden te fietsen, maar dat was gewoon omdat ik moe was. Omdat de camping niet op de route lag volgden we een stuk een andere weg. Die was bergachtiger dan de eigenlijke route. De eerste grote stad was Cuenca, op 60 kilometer fietsen.

Na tien kilometer stond er een fabriek naast de weg "venta de puertas". Daarnaast nog een fabriek "fabrica y venta de puertas". En daarna nog een en nog een en nog vijftig. We waren in een heel klein dorpje, waar schijnbaar alle deuren van heel Spanje gemaakt werden. Overal hing een lekkere lucht van gezaagd hout.

We verlieten het dorpje en reden nu over een rustige weg die door een kloof met steile rotswanden slingerde. De kloof was ongeveer veertig meter diep en honderd meter breed. Naast ons liep een riviertje, daardoor groeiden er veel planten. Het leek er op dat we het uitgedroogde deel van Spanje nu verlieten.

Het was al bijna 12 uur en we hadden nergens eten kunnen kopen. Zelf hadden we ook geen eten meer. We moesten snel iets vinden want van 12 tot 5 waren alle winkels dicht. In het dorpje Tortola vroegen we aan "twee oude mannetjes", zoals die overal in Spanje te vinden zijn, of er een winkel was. Die was er geen. In de verte zagen we oude mensen bij een busje staan. Ik dacht dat het de bejaardenbus was. De vorige keer hadden we ook al gemerkt dat ze "supermercado" erg letterlijk namen. Dus vroeg ik of er een "panneria", een bakker, was. Toen begonnen ze te knikken, en wezen naar de bejaardenbus. Wij fietsten daarheen. Het bejaardenbusje bleek de rijdende bakker te zijn. De mensen in Spanje zijn allemaal aardig en behulpzaam, misschien omdat ze genoeg tijd hebben. Deze keer ook weer, we mochten als eerste bestellen. Eerst bestelde we twee stokbroden. Voor de variatie kochten we ook een zak cakejes, die altijd super droog waren. Op een bankje tien meter verderop gingen we zitten eten. De cakejes waren nog warm van het bakken en super lekker. Het brood was ook een uur geleden vers gebakken. Vijf minuten later reed het busje weer verder, we hadden dus geluk dat we eten hadden.

Vanaf Tortola was het meer dan een uur fietsen naar Cuenca. Daar was een supermarkt die wel de hele dag open bleef. Ze hadden verpakkingen met 2 liter aan yoghurtjes. Deze keer kregen we het niet in een keer op. Bram had pina colada gekocht, zonder alcohol. Toen had hij bedacht dat 'pina' ananas betekent. Hij kreeg het niet helemaal op, dus goot hij het bij zijn andere drinken. In zijn fles zat nou een mengsel van water, pina colada en ijsthee. Zelfs Bram vond het smerig.

Na Cuenca reden we over een saaie weg door de bergen. We hadden heel Spanje eigenlijk al gezien en dit landschap leek veel op de rest. Vanaf de velden met olijfbomen was het enige stuk landschap wat afweek de kloof van deze ochtend geweest. Nu reden we tussen de boerderijen door de uitgedroogde velden. Die dag hadden we weer wind tegen.

De gps gaf in de steden altijd de kortste weg aan. Soms was dat niet de makkelijkste. In het stadje Lafrontera moesten we onze fiets tweehonderd treden naar beneden tillen van een trap, totdat we bij een brug over een riviertje uit kwamen. Omdat het een toeristisch gebied was lag er een fietspad langs de weg. Dit was het enige fatsoenlijke fietspad van de hele fietsvakantie. Via het fietspad kwamen we om zes uur langs de tweede camping op de route. We hadden toen dus pas ongeveer honderd kilometer gefietst, normaal waren we zo ver al om half vier. Het fietsen schoot helemaal niet op omdat we moe waren, wind tegen hadden en het bergachtig was.

Na de camping gaf de gps aan dat we van de weg af moesten wijken. Omdat de route in de gps uiteindelijk toch weer op de grote weg uit kwam wou ik de grote weg volgen. Toen stond aangegeven dat er een tunnel kwam waar je niet met de fiets door mocht. Bram zei "nou dat is ook een mooie routeplanner". Maar ik zei dat de route eigenlijk niet over de weg ging. Toen vroeg Bram waarom ik dan de route niet volgde. Ik zei dat dat was omdat die stukken die van de weg afweken meestal slechte wegen waren waar je maar een klein stukje mee afsneed. En ik zei dat we de route wel zouden volgen als hij dat wou. Toen wou Bram niet meer de route volgen maar over de weg fietsen. Ik had geen zin om nog een keer van plan te veranderen dus we gingen over de route fietsen die de gps aangaf. Eerst was het een gravelpad. Toen begon het pad omhoog te lopen. Daarna werd het zo steil dat je nog net kon fietsen. Vervolgens veranderde het van een gravelpad in een soort rivierbedding van keien. Daar kon je helemaal niet meer over fietsen, dus moesten we een stuk lopen. Helemaal boven maakte ik een foto van Bram die nog vrolijk lachte.


Bram was blij met het pad.




Helemaal boven op de heuvel stonden we tien meter van het begin van de tunnel. Je kon ook vanaf het pad naar de weg, dus het was helemaal niet nodig geweest dat hele stuk te lopen. Volgens de gps was er een pad wat om de tunnel heen ging. Dat pad zagen we ook, het enige verschil tussen het pad en de rest van de rotsen was dat er op het pad geen planten groeiden. De tunnel was niet zo lang, dus uiteindelijk zijn we toch nog door de tunnel gefietst.

Na de tunnel fietsten we de rest van de dag door verschillende kloven. Het was vooral veel klimmen.


Het uitzicht van die dag.




In de avond kwam pas de echte afdaling. Die was vijf kilometer lang heel steil, zodat we nog geen kilometers konden maken. Na de steile afdaling kwamen we bij een fonteintje waar we bergwater konden pakken. Dat smaakte beter dan het meeste kraanwater. We pakten genoeg water voor de rest van de dag en de volgende ochtend. Deze dag moesten we weer wildkamperen.


Uitzicht bij de fontein.




Voordat we aan het laatste stuk fietsten van die dag begonnen gingen we eten. Op een brug die er verlaten uit zag zetten we de fietsen neer en keken wat we nog hadden. Ieder hadden we nog wat toetjes die over waren van de 2 liter in Cuenca. Verder hadden we nog twee stokbroden, waarvan we er een moesten bewaren voor het ontbijt van de volgende dag. Als beleg hadden we wat restjes jam. Tijdens het eten kwam er opeens een auto om de bocht. Die reed zonder af te remmen de brug op. Op het laatste moment zag de bestuurder pas dat er fietsen aan de zijkant van de brug stonden. Als er iets midden op de weg had gestaan had die nooit meer op tijd kunnen remmen. Dat gebeurde daarna nog twee keer.

Het was al acht uur 's avonds en de zon ging onder. In de kloven was het moeilijk een kampeerplek te vinden. Op het einde van de dag zaten er ook een paar steile klimmen in de route, met net zo steile afdalingen.


Het was best steil.

Voordat het te donker werd vonden we een goede plek om te wildkamperen. Het was een veldje bij een onverharde zijweg van de grote weg. We zaten nog in een kloof, in de wand van de kloof waren grotten. Bij een grot stond een oude muur van losse stenen. Opeens hoorden we het geluid wat we 's nachts hadden gehoord: "hurrrrrrrrrrrrrr hurrrrrrrrr". Toen zag Bram een hert staan bij de grot. Het was dus toch geen kruising tussen een pauw en een everzwijn.


Uitzicht op de wildkampeerplaats vanaf de grot.

Bram had nog wat rondgelopen en onbekende keutels gevonden waarvan hij het interessant vond om een foto te maken.


Keutels.

Voordat we gingen slapen bekeken we de route van de volgende dag. Omdat we drie dagen voor lagen op schema zouden we een omweg maken via Andorra. Ik had alleen weinig zin om extra om te fietsen want ik was al moe. We wisten ook niet zeker of je de Pyreneeen wel over kon steken bij Andorra dus dat moesten we nog uitzoeken. De volgende dag kwamen we door het stadje Molina. Dat was ook de titel van een nummer van Creedence Clearwater Revival. Toevallig had ik die op mijn telefoon staan. Nadat we het nummer hadden geluisterd gingen we slapen. Die nacht was het een beetje koud.

Dagafstand : 164.06


De route van dag 17.