Fietsvakantie verhaal Spanje

Dag 19 - Terug in de bergen

Toen we wakker werden en de spullen opruimden was er een boer het weiland naast ons aan het omploegen. Hij had ons gezien maar zei niks. 's Ochtends fietsten we een stuk voordat we een winkel vonden. Het was een kleine supermarkt, waar bijna geen licht aan was. Er waren veel klanten. Beleg hadden we niet nodig, de pot pate was pas half leeg. Ik kocht wel 3 chocoladerepen voor 2 euro, maar Bram vond die van Milka niet lekker.

Om half 11 waren we op de top van een lage col.


De Puerto de Alcubierre.

Na de col kwamen we in een vlak landschap. We reden een stuk langs een kanaal, en wat kilometers over gravelpaden. Door de afwisseling was het een stuk leuker fietsen dan de dagen er voor. Tussen de middag aten we op een landweggetje. De pot pate was nog lang niet op. Ik had als toetje een chocoladereep.

We moesten ook nog bellen naar Cycletours, om te bevestigen dat we terug gingen met de bus. Dat moest als je langer dan 21 dagen weg bleef, als je het niet deed verviel je plaats. Dat vonden we maar raar. Je had die plaats al betaald namelijk. Het was veel logischer om te bellen als je de bus niet zou halen. Toen ik belde vroeg de man aan de andere kant van de lijn of ik wist hoe laat, op welke datum en waar we moesten zijn. Dat wist ik allemaal uit mijn hoofd, die bus terug wou ik liever niet missen.

Waar we zaten te eten zag het landschap er uit als in Utah in Amerika.


Het landschap.

Aan het einde van deze dag zouden we al afwijken van de originele route en richting Andorra gaan fietsen. Eerst kwamen we door de stad Barbastro. De planning was om kort te stoppen voor een ijsje. Uiteindelijk kwamen we met een heel drie-gangen fietsvakantie-diner naar buiten maar de ijsjes waren we vergeten. Deze keer zat er ook, zoals elke fietsvakantie een keer, een veel te grote meloen bij die we nooit op kregen.

Na Barbastro zaten we op een grote weg die van west naar oost door de Pyrenee&eulm;n liep. Het was vooral klimmen maar het was niet steil. Er zaten een paar tunnels in de weg. Gelukkig geen lange. Bij een stuwmeer maakten we foto's.


Het stuwmeer Embalse de Barasona.







Het uitzicht bleef mooi omdat we door een hele grote kloof fietsten. Vanaf Barbastro was het veertig kilometer naar Benabarre. Dat was een stadje met een mooi oud centrum. Daar gingen we in een nis zitten te eten, nadat we bij een kruidenierszaakje en een bakker inkopen gedaan hadden. Deze keer lukte het eindelijk om het blik pate op te krijgen, dan konden we na twee dagen weer eens iets anders eten.


840 gram pate in twee dagen.

Na Benabarre reden we nog een eind over de grote weg. Op het einde kwam een lange afdaling tot aan een rivier. We staken de rivier over en reden nu over een kleine weg. Schijnbaar in een touristisch gebied, en over een col, want naast de weg stonden borden om aan te geven hoe hoog we zaten en hoe ver we nog moesten. Na een half uur klimmen waren we al moe, of nog moe van de afgelopen twee weken. Tijd om uit te rusten. We gingen aan de kant van de weg zitten kijken hoe de zon onder ging.


Het was al bijna half 10.

Het fietsen was aan het begin van de dag goed opgeschoten. Nu zaten we op 167 kilometer. We besloten om na de pauze nog drie kilometer te fietsen en dan te gaan kamperen. Na drie kilometer aftellen stond er precies een camper in een grasveld. Daar konden we dus niet wildkamperen. Even verderop waren ook mensen aan het picknicken. Na een kilometer zagen we een goede plek. Het was een vlak stuk met rotsen, verscholen achter wat bosjes. Los zand waarin stenen zaten sliep niet lekker, misschien sliepen vlakke stenen wel lekker.


De wildkampeerplaats.




Voordat we gingen slapen zaten we eerst nog een uur te kletsen op de rots. 's Nachts was het best warm.

Dagafstand : 170.94 km


De route van dag 19.