Fietsvakantie verhaal Spanje

Dag 21 - Terug in Frankrijk

's Ochtends was het heel koud. De zon was nog niet boven de bergen uit. Met al onze kleren aan gingen we ontbijten. Daarna begonnen we aan de klim tot de top van de col op de grens van Andorra. Hoe hoog die was wisten we niet. Er stonden wel bordjes langs de weg om aan te geven hoe hoog je zat en hoe hoog een of andere col was. We dachten dat de col die aangegeven stond niet de col was waar we over moesten. Na een half uur klimmen kwamen we een winkeltje tegen. Het was zondag, dus elke kans om aan eten te komen moesten we grijpen. In het winkeltje verkochten ze ook souvenirs van Andorra. Aangezien het bakje van Tarifa wat ik had gekocht gesneuveld was toen mijn fiets voor de derde keer was omgevallen kon er nou weer een souvenir bij. Bram die had wel een scheet gelaten die een half uur in dat winkeltje bleef hangen. Dat beloofde wat voor de terugreis met de bus.

Het souvenirwinkeltje lag ergens op de helling van de col die ons in Frankrijk zou brengen. De andere cols die aangegeven stonden waren allemaal rond de 2400 meter hoog. Gelukkig zaten we 's ochtends op de camping al op 1000 meter hoogte. We klommen rustig over de haarspeldbochten omhoog. Er stond een bord dat de temperatuur aangaf naast de weg. Van een afstand zagen we 126 graden. Fijne thermometer was dat. Toen we dichterbij kwamen zagen we dat er eigelijk 12.6 graden stond. Zou dat kunnen kloppen? Het was wel heel koud. Toen we nog een stukje hoger zaten zag je zelfs condens als je uitademde.


De beklimming van de col in Andorra.


Daar achter in het dorpje lag de camping van vanochtend.




Tijdens de beklimming kwamen we een man tegen die afdaalde. Hij was op fietsvakantie met een ligfiets met drie wielen. Hij toeterde naar ons met een toeter op zijn stuur, waarvan we tijdens elke fietsvakantie bedenken dat we die ook een mee moeten nemen de volgende keer. Er ging weer een uur klimmen voorbij. De lucht was koud maar door het klimmen kreeg je het wel warm. De auto's konden de pas afsnijden door door een tunnel te rijden. Wij moesten nog 400 meter hoger, tot 2408 meter hoogte. Weer een uur fietsen en we waren op de top. Omdat we hem in twee dagen hadden gedaan was het een stuk minder zwaar.


Bart op de Port d'Envalira.


Bram op de Port d'Envalira.

De top van de col lag niet op de grens. Daarvoor daalden we eerst een paar kilometer.


In de afdaling.

Vlak voor de grens kwamen we in een toeristendorp waar je alles kon kopen wat in Frankrijk duurder was. Er was een enorm tankstation met wel 20 pompen waar een lange file voor stond, benzine zal in Andorra wel veel goedkoper zijn. Na het toeristische dorp kwamen we voor het eerst deze vakantie in een file terecht. Al die auto's waren we helemaal niet meer gewend na twee weken Spanje. Voor zover het kon haalden we de auto's rechts in. We kwamen uit bij de douane. De paspoorten hielden we maar vast klaar. Deze keer werden we niet tegen gehouden.

Nu was het alleen nog maar heel lang afdalen naar het noorden. We zaten midden in de Pyreneeen. De route die we gingen volgen ging eerst via een dal naar het noorden, vervolgens zouden we dan om de Pyreneeen heen naar het westen fietsen. Voor de afdaling had ik mijn regenbroek en jack aangedaan. Bram had ook zijn lange broek en 'warme' jack aangedaan. Het eerste kwartier was het afdalen best fris. Daarna werd het ijskoud. Dat krijg je schijnbaar als je een half uur 50 km/u rijdt terwijl het maar vijftien graden is. Er toeterde wel veel mensen naar ons deze afdaling. Na een tijdje gingen we bij een picknickplaats eten. Dan konden we meteen opwarmen.

We daalden verder en al snel zaten we in Ax-les-Thermes. Tot daar was de afdaling ongeveer dertig kilometer. Daardoor hadden we toch al wat kilometers gemaakt deze dag. Vanaf Ax-les-Thermes hield de afdaling op en was het weer redelijk vlak. We reden goed door. In Tarascon zag ik een bakker. Daar kochten we de krentenbroodjes die we zouden kopen als we weer in Frankrijk waren. Het waren goeie. Voor een zondag waren er veel winkels geopend, maar hier geen supermarkten. We volgden de weg naar Foix. Op een rotonde bleek dat we niet verder konden, de route naar Foix ging via de snelweg. We moesten een eind terug, en dan aan de andere kant van de rivier een kleine weg volgen. Die hadden we snel gevonden. Toen we op die kleine weg zaten voelde ik mijn knie weer. Hij deed zeer. En ik was ook kei moe, Bram denk ik ook, dus het tempo zakte weer wat in.

Ondanks dat Foix een grote stad was was er geen supermarkt open op zondag. Wel vonden we een bakker, daar kochten we een stokbrood. Op een bankje een stuk verderop gingen we eten. Het bankje stond in de zon. In Spanje zou je dat niet overleven om 's middags in de zon te gaan zitten eten. Hier ging het net. Tijdens het eten hoorden we de bas van dance muziek door het dal galmen. Ik herkende dat het Daft Punk was. Het was geen optreden van hun denk ik, want het waren allemaal losse nummers.

Niet echt uitgerust fietsten we weer verder. Na de lange afdaling die middag moesten we een klein beetje klimmen. Tot onze verbazing kwamen we na een paar kilometer al op de top van een col. De meeste moesten we tien keer zo lang voor trappen. Eerst boog ik wat takken om die voor het bord hingen zodat we het konden fotograferen. Bram die deed net alsof hij ging paaldansen, maar ik was net te laat voor een foto. Toen ik op de foto moest zei ik "nou, ik ben echt heel moe van deze col zeg...". Bram was het wel gelukt om op het goede moment een foto te maken.


Bram op de Col del Bouich.


Bart was er moe van.

Na deze col kwam eigenlijk geen afdaling. We gingen verder over de grote weg met wat heuvels er in. Voor de tweede keer deze vakantie toeterde een knappe vrouw vanuit de auto naar ons. Dat was vast ook om te compenseren voor de cassieres. We kwamen door een klein dorpje waar een souvenirwinkel en een bakkertje open waren. Bij het souvenirwinkeltje hadden ze niks. Bij het bakkertje verkochten ze ook fruit en andere dingen. We kochten wat en fietsten verder.

In St. Girons gingen we pas eten. Bram zei "wat voor eten hebben we eigenlijk nog". Dus ik ging mijn tas uitladen. Ik had nog twee stokbroden, een pak koeken, twee sinaasappels en twee potten beleg over. Dat was net genoeg voor een keer eten. We zaten midden in een park, maar Bram die moest pissen. Toen hij dacht dat niemand keek ging hij dat doen bij een prullenbak. Nadat we alles op hadden (de rol koeken alleen was goed voor 100% van je dagelijkse hoeveelheid energie), moest ik ook pissen. Maar ik had een andere tactiek bedacht. Je moest gewoon net doen alsof je niet stond te pissen. Dan viel het ook niemand op. Dus ik ging gewoon langs m'n fiets staan net doen alsof ik iets aan het zoeken was. Dat werkte ook goed.

Na St Girons werd de grote weg een vierbaans snelweg. Voor ons was er een heel mooie rustige weg om over te fietsen. Het was fijn om in de ondergaande zon nog even rustig de laatste tien kilometer te doen. Rond half negen ging de zon onder. We gingen toen toevallig van de grote weg af, over een rustig weggetje. Dat kwam goed uit. Al gauw vonden we een geschikte wildkampeer plek in een weiland vol "groen gras". Tijdens het opzetten hoorden we wel honden blaffen in een boerderij even verderop.


Zonsondergang bij de kampeerplek.







De honden bleven maar blaffen. Eerst dachten we dat het aan ons lag. Maar nadat we een half uur stil hadden gezeten hielden ze nog niet op. De volgende ochtend begonnen ze vanzelf weer.

Dagafstand : 174.73


De route van dag 21.